The requested URL /wp-content/themes/default/tent.php was not found on this server.

Additionally, a 404 Not Found

Apache/2 Server at www.standartistic.com Port 80

Not Found

404 Not Found error was encountered while trying to use an ErrorDocument to handle the request.

Joomla Template by Create Website

Kodiak Island, Alaska

Geschreven: zondag 21 augustus 2016

Zondag 21 augustus 2016

Ons verblijf in Kodiak staat grotendeels in het teken van reparaties. We krijgen van de havenmeester van St. Paul Harbor een ligplaats van een visser toegewezen die tot eind augustus weg zal zijn. In Kodiak is de grootste vissersvloot van de USA  en Madeleine is tussen al deze imposante werkschepen een bezienswaardigheid. Ze heeft veel bekijks en incasseert menig compliment. Er liggen hier maar zelden jachten en in elk geval niet zo lang. Intussen werken we hard aan de problemen die we onderweg hebben ervaren. De hydraulische cilinders die de roeren aansturen worden gedemonteerd en onder hoge druk getest: die zijn in orde. In  de stuurboordcilinder wordt een stukje teflontape gevonden wat misschien de oorzaak van het malfunctioneren is. Het hele hydraulische systeem wordt gevuld met verse olie en een defecte slang wordt vervangen. De doorgebrande motor van de stuurautomaat wordt vervangen en daarna doet deze onmisbare derde hand aan boord het ook weer als een zonnetje. David Horn, als motorexpert een legende op het eiland, komt naar de bakboordmotor kijken, die het niet meer deed op het allerlaatst van onze tocht hierheen. De motor is prima, maar uit de dieselleiding komt geen druppel. Bij doorspuiten onder druk komt er water uit, geen prut. Daarna doet ook de motor het weer prima. Huib draineert de bakboord dieseltank en weer komt er geen prut uit, alleen maar schone diesel. Dus water zal het probleem zijn geweest en niet zozeer vervuiling. David bekijkt een kleine lekkage aan de stuurboordmotor en adviseert om een nieuwe waterpomp te kopen. Die wordt besteld en binnen een paar dagen afgeleverd, waarna Huib hem kan installeren. We schieten goed op en na drie weken zijn we klaar voor een try-out op open water. Het is een mooie maandagochtend en we hebben de helft van de trossen al losgegooid als beide motoren zachtjes uitgaan. Nee hè, niet weer! We checken de leidingen en beiderzijds komt er veel lucht uit. Uren zijn we bezig met het zogenaamde bleeden, maar we schieten niets op. Dan gaat Huib alle filters te vervangen en de olie te verversen, ook al hoeft dat nog niet qua aantal motoruren. Helpt niets. Aan stuurboord komt ook nu geen druppel meer uit de leiding. Zelf hebben we geen manier om de slang onder druk door te spuiten, maar Huib is niet voor één gat te vangen en hij maakt een constructie om de slang uit te zuigen. En dat werkt! De diesel stroomt er uit, zodat hij daarna nog geruime tijd bezig is om alles weer op te dweilen. Enfin, stuurboord doet het. Aan bakboord hadden we vorig jaar een dergelijk probleem met lucht in de leidingen, wat bleek te berusten op een lekje in één van de filters en in de derde set filters die we uit voorzorg indertijd in Nederland hebben laten monteren, voordat we weggingen. Iedereen had ons dat aangeraden, als extra bescherming tegen dieselvervuiling. In de bakboord machinekamer hangen die filters eigenlijk te hoog en nadat Huib ze vorig jaar had weggehaald was het luchtprobleem over. In verband met het water wilden we ze toch weer installeren, maar ook nu bleek dat niet te werken. Pas als hij die filters weer gedemonteerd heeft blijft ook het bakboordsysteem luchtvrij. Inmiddels zijn we drie dagen verder en op donderdag varen we opnieuw uit voor een try-out. Dan blijkt dat het sturen nog even beroerd gaat als voorheen en dat het stuurboordroer nog steeds een eigen leven leidt. Gedesillusioneerd gaan we terug naar de haven. David had voorzichtig laten doorschemeren dat het andere hydrauliekbedrijf, wat een beetje achteraf gelokaliseerd is, beter zou zijn dan zijn collega aan de kade. Wij daarheen. De technische man, Lucas, is die dag naar een klus in Anchorage en komt pas laat in de avond terug. De volgende ochtend krijgen we hem te pakken en na enige overreding is hij bereid te aan boord te komen kijken. Hij constateert dat er veel lucht zit in het hydraulische systeem (waar niet in, vraag je je inmiddels af), wat er mogelijk in is gekomen doordat één van de slangen lek was. Dus weer eindeloos bleeden. Hij doet ons een andere methode aan de hand dan die we gewend waren en het lijkt wel te werken. Als we ’s middags weer een try out doen gaat het sturen een stuk beter, maar het is nog geen 100%. Het zal nog wel even duren voor alle lucht echt uit het systeem verwijderd is.

Omdat de bekleding van onze kajuitkussens helemaal versleten was, hebben we hier de kussens opnieuw laten bekleden. Na twee weken worden ze afgeleverd en we moeten wel even slikken. Neptune had in NL vakwerk geleverd qua afwerking (maar kennelijk het verkeerde materiaal gebruikt) en dat is hier wel ietsje minder fraai geworden. Maar het vinyl is mooi en stevig en voor deze prijs hoef je bij Neptune niet aan te komen. 

Inmiddels hebben we natuurlijk ook het eiland verkend en andere dingen gedaan. Kodiak Archipelago bestaat uit heel veel eilanden en eilandjes en ontelbare baaien. Alaska is de grootste Amerikaanse staat en heeft door alle grillige inhammen de langste kustlijn, meer dan de oostkust en de westkust samen. In de eerste dagen, als Bart er nog is, maken we met zijn drieën een autotocht over de enige weg die het eiland rijk is.  Op onze tocht zien we onze eerste bald eagles, de nationale vogel van de USA. 

Het landschap is prachtig, bergachtig, erg groen, moerasgebieden waar de rivieren de zee instromen en waar de zalmen komen om eieren te leggen en te sterven. Het allergrootste deel van Kodiak Island is onbewoond en behoort tot The Kodiak National Wildlife Refuge. Overal in de USA heeft Wildlife Refuge gebieden die beperkt toegankelijk zijn en die bedoeld zijn om specifieke ecosystemen te beschermen. In Kodiak bestaat een uitgebalanceerd ecosysteem tussen de zalmen en de beren. Daardoor zijn de Kodiakberen niet met uitsterven bedreigd. Hun aantal bedraagt 3500, het zijn de grootste beren ter wereld, ze kunnen drie meter hoog zijn als ze rechtop staan en ze wegen gemiddeld 275-400 kilo. Ze behoren tot de bruine beren. Vis, vooral zalm, is een belangrijk deel van hun voeding, maar niet altijd beschikbaar, dus ze eten ook veel planten, grassen en bessen. Zelden jagen ze op andere dieren. Bearviewing met kleine vliegtuigjes is hier een belangrijke toeristische attractie, maar dat gaan wij niet doen. We verwachten te zijner tijd beren te zullen zien als we in afgelegen baaien voor anker liggen. Ze komen vaak naar het strand. Er zijn hier en daar kleine nederzettingen aan de kust, waar vis wordt verwerkt, en die toegankelijk zijn per boot en per vliegtuig. 

In St. Paul Harbor zwemmen zeeleeuwen. De eerste keer dat je zo’n beest ziet en hoort brullen is dat wel even schrikken. Tegenover de haven is een speciaal eilandje aangelegd waar honderden Steller sealions op liggen.  In de baai even buiten de haven wemelt het van de zeeotters en de puffins en als we een wandeling maken in de buurt zien we ook walvissen. 

Het weer valt ons 100% mee. Het is heerlijk om weer lange avonden te hebben: het is tot 23.00 uur licht en als het zonnig is kun je tot na achten in de zon zitten. De lucht is dan helder en blauw en in de verte zie je besneeuwde bergtoppen. Bij stil weer is het water als  een spiegel omringd door bergen, indrukwekkend. Als het regent kun je de bergen nauwelijks zien door de zeer laaghangende bewolking. De temperatuur is meestal rond de 20 graden, lekker. Maar geen shorts en T-shirts meer voor ons. Lekkere flanellen bloeses en spijkerbroeken. Ik koop de Alaskaanse visserslaarzen, ‘Xtra Tuf’s’, die dit jaar in hippe damesversie zijn uitgebracht. ’s Ochtends eten we geen yoghurt met muesli meer maar een bord lekkere warme Quakers oats (ik zie veel lezers al gruwelen bij de gedachte aan havermoutpap). 

Omdat er in de haven geen douches zijn krijgen we van de havenmeester het schema met de openingstijden van het zwembad, waar je voor drie dollar kunt douchen. Ik zie dat er driemaal per week aerobicslessen zijn en zo gauw mogelijk  ga ik er heen. Dat blijkt een succes te zijn. De dames zijn allerhartelijkst en maken me wegwijs in het stadje. Aldona, oorspronkelijk uit Litouwen afkomstig, neemt me wekelijks mee naar de enige supermarkt op het eiland, een eind buiten het stadje. Dat is echt fijn, want de eerste keer was ik er heen gefietst, en dat viel behoorlijk tegen met al die heuvels. Als er iets te doen is laat ze het ons weten en zo nemen we deel aan de BBQ ter ere van het 75 jarig bestaan van de Kodiak Wildlife Refuge en aan een hike op een zaterdagochtend onder leiding van een gids. Dagelijks gaat ze wandelen met haar honden, meestal vergezeld door vrienden-met-honden, en een aantal keren lopen we met haar mee. Uiteraard weet zij de mooiste plekken te vinden. Dotty en en haar dochter Peggy nemen me op een zondagmiddag mee op een gardentour: de mooiste tuinen van Kodiak zijn open ter bezichtiging. Het is leuk dat ik hier de planten en bloemen kan herkennen, want veelal zijn dat dezelfde soorten als  wij in NL in onze tuinen hebben. 

De vissers om ons heen zijn aardig en behulpzaam. Ze leveren ons vaten om afgewerkte olie en diesel in af te voeren, we kopen krab en zalm bij hen, en mogen hun schip bekijken. Imposante, kostbare kleine fabrieken. Het is een slecht seizoen voor ze, er is te weinig vis. De visstand wordt nauwlettend in de gaten gehouden door de overheid, de vis wordt geteld, en als er voldoende is in een bepaald gebied, dan mogen de vissers uitvaren daarheen. De tijd dat ze mogen vissen is gelimiteerd.  Bij terugkomst staan de gezichten sip. Het bewaken van het ecosysteem is er op gericht om op de lange duur ook nog vis te kunnen vangen, maar zorgt op de korte termijn zo nu en dan wel voor moppers. Dat is niet anders dan in Europa. 

We zijn nu vier weken in Kodiak. Het leven bevalt ons hier heel goed. Voor de winter willen we hier niet blijven, dus zodra we deze week alles op orde hebben en er een goede weersvoorspelling is, gaan we naar Vancouver Island. We moeten de Golf van Alaska oversteken en afhankelijk van de wind verwachten we daar 7-10 dagen over te doen.  

 

Behouden aankomst in Kodiak, Alaska

Geschreven: maandag 08 augustus 2016

Na 2400 mijl en 17.5 dagen komen we maandag 25 juli aan op Kodiak Island, Alaska. We zijn op vrijdag 8 juli uit Honolulu vertrokken met als reisdoel Seattle, aan de Amerikaanse westkust, een tocht van 2800 mijl. Het liep weer heel anders dan we gepland hadden.

Omdat dit een pittig trajekt leek te zullen worden hebben we een derde bemanningslid gevraagd, nl Bart Overgaauw, zoon van vrienden. Bart is een enthousiaste (wedstrijd)zeiler op monohulls en heeft veel technische kennis van boten. Dat bleek goed van pas te komen.

Het weer

Het weer in de Pacific North West zoals de plas heet die we moeten oversteken, wordt bepaald door het hoge drukgebied wat zich bevindt tussen Hawaii en de Amerikaanse westkust. Rond een ‘hoog’ draaien de winden met de klok mee. Wij willen aan de westkant langs het hoog naar het noorden varen, omdat we dan de wind in de rug hebben. Aan de oostkant krijg je de wind pal op de neus. Of die strategie lukt hangt ervan af waar de kern van het hoog zich bevindt: het schuift voortdurend binnen zekere grenzen van oost naar west en van noord naar zuid.

De eerste vier dagen varen we met ruime wind in de noordoost passaat. De zee is ruw en er zijn buien waarin de wind toeneemt tot 6-7 Bft. Het leven aan boord is ongemakkelijk door het gebonk van de golven tegen het bridgedeck. Het is nog erg warm en als ik de eerste nacht het slaapkamerraampje open zet word ik afgestraft met een enorme golf die binnenkomt en een deel van onze matras en beddengoed zout en nat maakt.  Zo goed mogelijk probeer ik het droog te krijgen, maar met zout water lukt dat altijd maar ten dele. We krijgen enorme hoeveelheden water over de punten van de rompen en weer blijft het niet droog in onze ‘linnenkamer’. Huib heeft het dekluik in Honolulu goed afgekit en dat lekt niet meer, maar kennelijk komt er ergens anders water binnen. Door het gebonk op de golven zijn onze mandjes met ondergoed op de grond gevallen, waar het nat is. Fijn, natte onderbroeken. Dit is geen goed begin van een reis naar koude streken. In de tropen is alles altijd in een mum van tijd weer droog, maar hier is dat anders.

Op de vijfde dag ruimt de wind naar achterlijk en neemt sterk af.  We komen in de buurt van het hoge drukgebied. Het varen wordt comfortabeler en de zee rustiger. Hoe dan ook moet je  een keer door een windstilte heen motoren als je de kern van het hoge drukgebied bereikt.  De barometer is in de eerste dagen iets opgelopen van 1020 naar 1026 hPa en stijgt naar maximaal 1043 op dag 12. Dan zijn we in de kern van het hoog geraakt. We hebben geluk, want we hoeven maar drie keer een half etmaal op de motor te varen, voor de rest kunnen we zeilen. Dat is dan ook wel zo’n beetje de enige meevaller die we hebben op deze reis.

 We hebben negen dagen met licht weer en vrij rustige nachten. In het algemeen is het heerlijk zeilweer. Het is volle maan dus het zicht is goed ‘s nachts. We zien dolfijnen en enkele walvissen. Op dag 14 krijgen we de wind uit het westen, we zijn aan de bovenkant van het hoge drukgebied gekomen. Binnen twee etmalen daalt de barometer als een speer naar 1019 en nog een dag later geeft hij 1007 hPa aan. Om kippenvel van te krijgen. Het wordt aanpoten geblazen. De wind en de golven nemen flink toe en het sturen wordt een serieus karwei. De boot moet goed op de golven gehouden worden. We maken forse snelheden (tot 15 knopen), vooral als we van de golven af surfen, en het schiet lekker op. Het wordt steeds kouder en elke dag moeten we een extra laagje kleding aantrekken. De dekbedden en fleecedekens komen tevoorschijn. Als we gaan slapen trekken we onze thermokleding niet meer uit, om geen warmte te verliezen. Dik ingepakt zitten we aan het stuurwiel. We komen in mistig weer, zodat alles drijfnat wordt. Gelukkig is de mist niet zo dicht dat het zicht ernstig belemmerd wordt. Binnen gaat de kachel aan. De zee is erg onrustig en het gebonk tegen het bridgedeck en lawaai aan boord zijn zeer vermoeiend.

De problemen 

Er is enige lekkage uit het hydraulische systeem, zodat we regelmatig olie moeten bijvullen. Huib had in Honolulu een scheurtje in één van de slangen ontdekt wat hij niet goed kon repareren, omdat we geen adequate slang bij ons hadden en evenmin konden krijgen op Oahu. 

De stuurautomaat geeft vanaf dag 3 regelmatig het alarm dat de roeren niet goed werken. Aanvankelijk denken we dat het probleem in de automaat zelf zit, maar na verloop van tijd komen we er achter dat het stuurboord roer steeds scheef gaat staan en als de beide roeren niet parallel staan kan de stuurautomaat  de boot niet goed op koers houden.  Als de roerhoek te groot wordt slaat hij alarm en dan moet het roer weer rechtgezet worden. Dat kan handmatig, in de machinekamer binnen, maar het helpt maar heel even. Het sturen wordt op een gegeven moment zo moeilijk dat we besluiten om het stuurboordroer hydraulisch uit te schakelen. De stuurautomaat hoeft dan alleen maar het bakboordroer aan te sturen en krijgt geen tegenstrijdige informatie. Dat werkt wel wat beter, maar een roer wat dwars onder de boot hangt blijft een probleem en remt bovendien flink af. Huib en Bart bedenken een manier om het roer in een vaste stand in lijn met de romp te fixeren.  Daarna zijn we inderdaad beter bestuurbaar. Op dag 9 valt de stuurautomaat helemaal uit, de motor is kapot, hij doet niets meer. We hebben dan 1090 mijl afgelegd en naar Seattle is het nog 1650 mijl te gaan.  Dat is een heel eind om op de hand te sturen. We overwegen verschillende opties en besluiten om naar Kodiak Island, Alaska, te gaan, zoals we oorspronkelijk ook van plan waren. Dat is het dichtstbijzijnde land, nl 1200 mijl, en bovendien vrijwel recht naar het noorden. Voor Seattle moeten we naar het oosten afbuigen en we zijn er niet zeker van hoe het sturen over stuurboord zal gaan met een gefixeerd roer aan die kant.  We maken een veel strikter wachtschema dan we hadden en iedereen moet acht uur per etmaal sturen. Wat zijn we blij dat we met zijn drieën zijn! Met z’n tweeën zou dit wel een hele zware klus zijn geweest. Zolang we een matige wind van achter hebben gaat het nog wel, maar als we vier dagen in harde wind en met flinke golven van opzij moeten sturen is dat andere koek. We moeten goed opletten om de boot soepel van de golven te laten afglijden. De snelheid waarmee we door het water racen geeft ons voldoende adrenaline om de aandacht niet te laten verslappen. Vooral in de nachtelijke uren is dat wel eens moeilijk. 

Op dag 16 geeft de stuurboordmotor plotseling een alarm en er komt zwarte rook uit de uitlaat. We komen er niet achter wat de oorzaak is en het gaat weer voorbij. 

Na vier dagen racen is op dag 17 de wind op. We zijn dan nog 150 mijl van Kodiak verwijderd. De zeilen hangen er doelloos bij, zelfs voor de spinaker waait het niet hard genoeg, zodat we aftuigen en op de beide motoren full speed verder gaan. Tot nu toe hebben we steeds maar één motor tegelijk gedraaid op 1500 rpm, om zuinig met de dieselvoorraad om te gaan. Nu hoeft dat niet meer, we zijn er bijna en hebben voldoende voorraad. Het is miezerig rotweer geworden. In grijze stilte en alle rust tuf ik ’s nachts de Golf van Alaska binnen. We worden begroet door honderden om ons heen drijvende puffins.

In Chiniak Bay, de toegang tot Kodiak,  gaat de bakboord motor zachtjes uit. Dat kennen we: geen dieseltoevoer meer. Misschien is de dieseltank leeggeraakt. Ik verwijt mezelf dat ik het verbruik niet goed berekend heb nu we de motoren harder hebben laten draaien.  We vullen de tank bij, maar krijgen de motor niet meer aan de praat. Er komt geen druppel diesel uit de leiding, dus die zit verstopt. Gelukkig hebben we onderweg contact gelegd met de havenmeester van St Paul Harbor  in Kodiak. Hij heeft een plaats voor ons gereserveerd. We roepen hem op en leggen uit dat we beperkt manoeuvreerbaar zijn. Er staat geen wind en hij verzekert ons dat er nauwelijks stroom staat in de haven en dat we alle ruimte hebben. Dat blijkt gelukkig ook zo te zijn. Met stuurboordmotor en bakboordroer weet Huib ons keurig aan de steiger af te meren. We liggen tussen de vissersboten in de grootste vissershaven van de VS. We drinken een stevige whisky op onze behouden aankomst. Nooit eerder hadden we dat gevoel zo sterk. Voorlopig zijn we hier nog wel even, we hebben wat klussen te klaren! 

 

Honolulu revisited

Geschreven: vrijdag 08 juli 2016

Woensdag 6 juli 2016

Op 6 juni zijn we uit Honolulu vertrokken, op weg naar Hanalei Bay op het eiland Kauai. Van daar uit zouden we naar Kodiak Island, Alaska varen. Omdat  de stuurwielen erg stroef draaiden, zijn we diezelfde dag een andere haven op Oahu binnengelopen. Daar heeft Huib de volgende dag het hydraulische systeem nogmaals geinspecteerd, de roeren rechtgezet en de schroeven van pokken ontdaan. Dat hadden we in Hanalei willen doen. Als we op 8 juli in de luwte van Oahu varen gaat alles voorspoedig, maar als we eenmaal op volle zee zijn houdt de autopilot de boot niet voldoende op koers. We moeten steeds de stuurboord motor kortdurend bijzetten en dat blijkt iets teveel te zijn voor de accu. Als we een snijpend alarm krijgen en na een paar uur de motor nog steeds niet kunnen gebruiken besluiten we om terug te gaan. De tocht is te lang om met dergelijke problemen aan te vangen. De andere cruisers die tegelijk met ons vertrokken zijn hebben een barre tocht, met de eerste week flinke wind en zee, later mist, kou en regen. Wij zien tegen dit trajekt op en besluiten om bemanning te zoeken. Die vinden we in de persoon van Bart, de zoon van Arina. Hij is een enthousiaste zeiler, heeft tijd en vindt het leuk om te komen. Op 5 juli arriveert hij in Honolulu. We hebben een paar weken de tijd om Madeleine zo goed mogelijk in conditie te brengen en gaan 8 juli vertrekken. Het reisdoel is verlegd naar Seattle. Het seizoen is nu te kort geworden voor onze geplande tocht door Alaska. Dat moet nog maar een jaartje wachten.