Joomla Template by Create Website

Behouden aankomst in Kodiak, Alaska

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Na 2400 mijl en 17.5 dagen komen we maandag 25 juli aan op Kodiak Island, Alaska. We zijn op vrijdag 8 juli uit Honolulu vertrokken met als reisdoel Seattle, aan de Amerikaanse westkust, een tocht van 2800 mijl. Het liep weer heel anders dan we gepland hadden.

 
Skipper + Crew

Omdat dit een pittig trajekt leek te zullen worden hebben we een derde bemanningslid gevraagd, nl Bart Overgaauw, zoon van vrienden. Bart is een enthousiaste (wedstrijd)zeiler op monohulls en heeft veel technische kennis van boten en is een meester in lijnen spltsen. Dat bleek goed van pas te komen.

 

 

 

Het weer

Weerfax Noord-Pacific

Het weer in de Pacific North West zoals de plas heet die we moeten oversteken, wordt bepaald door het hoge drukgebied wat zich bevindt tussen Hawaii en de Amerikaanse westkust. Rond een ‘hoog’ draaien de winden met de klok mee. Wij willen aan de westkant langs het hoog naar het noorden varen, omdat we dan de wind in de rug hebben. Aan de oostkant krijg je de wind pal op de neus. Of die strategie lukt hangt ervan af waar de kern van het hoog zich bevindt: het schuift voortdurend binnen zekere grenzen van oost naar west en van noord naar zuid.

 

Onderbroeken

 

 

 

 

 

De eerste vier dagen varen we met ruime wind in de noordoost passaat. De zee is ruw en er zijn buien waarin de wind toeneemt tot 6-7 Bft. Het leven aan boord is ongemakkelijk door het gebonk van de golven tegen het bridgedeck. Het is nog erg warm en als ik de eerste nacht het slaapkamerraampje open zet word ik afgestraft met een enorme golf die binnenkomt en een deel van onze matras en beddengoed zout en nat maakt.  Zo goed mogelijk probeer ik het droog te krijgen, maar met zout water lukt dat altijd maar ten dele. We krijgen enorme hoeveelheden water over de punten van de rompen en weer blijft het niet droog in onze ‘linnenkamer’. Huib heeft het dekluik in Honolulu goed afgekit en dat lekt niet meer, maar kennelijk komt er ergens anders water binnen. Door het gebonk op de golven zijn onze mandjes met ondergoed op de grond gevallen, waar het nat is. Fijn, natte onderbroeken. Dit is geen goed begin van een reis naar koude streken. In de tropen is alles altijd in een mum van tijd weer droog, maar hier is dat anders.

Op de vijfde dag ruimt de wind naar achterlijk en neemt sterk af.  We komen in de buurt van het hoge drukgebied. Het varen wordt comfortabeler en de zee rustiger. Hoe dan ook moet je een keer door een windstilte heen motoren als je de kern van het hoge drukgebied bereikt.  De barometer is in de eerste dagen iets opgelopen van 1020 naar 1026 hPa en stijgt naar maximaal 1043 op dag 12. Dan zijn we in de kern van het hoog geraakt. We hebben geluk, want we hoeven maar drie keer een half etmaal op de motor te varen, voor de rest kunnen we zeilen.

Dolfijnen
We hebben negen dagen met licht weer en vrij rustige nachten. In het algemeen is het heerlijk zeilweer. Het is volle maan dus het zicht is goed ‘s nachts. We zien dolfijnen en enkele walvissen. Op dag 14 krijgen we de wind uit het westen, we zijn aan de bovenkant van het hoge drukgebied gekomen. Binnen twee etmalen daalt de barometer als een speer naar 1019 en nog een dag later geeft hij 1007 hPa aan. Om kippenvel van te krijgen. Het wordt aanpoten geblazen. De wind en de golven nemen flink toe en het sturen wordt een serieus karwei. De boot moet goed op de golven gehouden worden. We maken forse snelheden (tot 15 knopen), vooral als we van de golven af surfen, en het schiet lekker op. Het wordt steeds kouder en elke dag moeten we een extra laagje kleding aantrekken. De dekbedden en fleecedekens komen tevoorschijn. Als we gaan slapen trekken we onze thermokleding niet meer uit, om geen warmte te verliezen.
Stuurvrouw

Dik ingepakt zitten we aan het stuurwiel. We komen in mistig weer, zodat alles drijfnat wordt. Gelukkig is de mist niet zo dicht dat het zicht ernstig belemmerd wordt. Binnen gaat de kachel aan. De zee is erg onrustig en het gebonk tegen het bridgedeck en lawaai aan boord zijn zeer vermoeiend.

 

 

 

De problemen 

Er is enige lekkage uit het hydraulische systeem, zodat we regelmatig olie moeten bijvullen. Huib had in Honolulu een scheurtje in één van de slangen ontdekt wat hij niet goed kon repareren, omdat we geen adequate slang bij ons hadden en evenmin konden krijgen op Oahu. 

De stuurautomaat geeft vanaf dag 3 regelmatig het alarm dat de roeren niet goed werken. Aanvankelijk denken we dat het probleem in de automaat zelf zit, maar na verloop van tijd komen we er achter dat het stuurboord roer steeds scheef gaat staan en als de beide roeren niet parallel staan kan de stuurautomaat  de boot niet goed op koers houden.  Als de roerhoek te groot wordt slaat hij alarm en dan moet het roer weer rechtgezet worden. Dat kan handmatig, in de machinekamer binnen, maar het helpt maar heel even. Het sturen wordt op een gegeven moment zo moeilijk dat we besluiten om het stuurboordroer hydraulisch uit te schakelen. De stuurautomaat hoeft dan alleen maar het bakboordroer aan te sturen en krijgt geen tegenstrijdige informatie. Dat werkt wel wat beter, maar een roer wat dwars onder de boot hangt blijft een probleem en remt bovendien flink af.

 
Rudder Fix

Huib en Bart bedenken een manier om het roer in een vaste stand in lijn met de romp te fixeren.  Daarna zijn we inderdaad beter bestuurbaar. Op dag 9 valt de stuurautomaat helemaal uit, de motor is kapot, hij doet niets meer. We hebben dan 1090 mijl afgelegd en naar Seattle is het nog 1650 mijl te gaan.  Dat is een heel eind om op de hand te sturen. We overwegen verschillende opties en besluiten om naar Kodiak Island, Alaska, te gaan, zoals we oorspronkelijk ook van plan waren. Dat is het dichtstbijzijnde land, nl 1200 mijl, en bovendien vrijwel recht naar het noorden. Voor Seattle moeten we naar het oosten afbuigen en we zijn er niet zeker van hoe het sturen over stuurboord zal gaan met een gefixeerd roer aan die kant.  We maken een veel strikter wachtschema dan we hadden en iedereen moet acht uur per etmaal sturen. Wat zijn we blij dat we met zijn drieën zijn! Met z’n tweeën zou dit wel een hele zware klus zijn geweest. Zolang we een matige wind van achter hebben gaat het nog wel, maar als we vier dagen in harde wind en met flinke golven van opzij moeten sturen is dat andere koek. We moeten goed opletten om de boot soepel van de golven te laten afglijden. De snelheid waarmee we door het water racen geeft ons voldoende adrenaline om de aandacht niet te laten verslappen. Vooral in de nachtelijke uren is dat wel eens moeilijk. 

Op dag 16 geeft de stuurboordmotor plotseling een alarm en er komt zwarte rook uit de uitlaat. We komen er niet achter wat de oorzaak is en het gaat weer voorbij. 

 Na vier dagen racen is op dag 17 de wind op. We zijn dan nog 150 mijl van Kodiak verwijderd. De zeilen hangen er doelloos bij, zelfs voor de spinaker waait het niet hard genoeg, zodat we aftuigen en op de beide motoren full speed verder gaan. Tot nu toe hebben we steeds maar één motor tegelijk gedraaid op 1500 rpm, om zuinig met de dieselvoorraad om te gaan. Nu hoeft dat niet meer, we zijn er bijna en hebben voldoende voorraad. Het is miezerig rotweer geworden. In grijze stilte en alle rust tuf ik ’s nachts de Golf van Alaska binnen. We worden begroet door honderden om ons heen drijvende puffins. 

Ursa Major, AK

   In Chiniak Bay, de toegang tot Kodiak,  gaat de bakboord motor zachtjes uit. Dat kennen we: geen dieseltoevoer meer. Misschien is de dieseltank leeggeraakt. Ik verwijt mezelf dat ik het verbruik niet goed berekend heb nu we de motoren harder hebben laten draaien.  We vullen de tank bij, maar krijgen de motor niet meer aan de praat. Er komt geen druppel diesel uit de leiding, dus die zit verstopt. Gelukkig hebben we onderweg contact gelegd met de havenmeester van St Paul Harbor  in Kodiak. Hij heeft een plaats voor ons gereserveerd. We roepen hem op en leggen uit dat we beperkt manoeuvreerbaar zijn. Er staat geen wind en hij verzekert ons dat er nauwelijks stroom staat in de haven en dat we alle ruimte hebben. Dat blijkt gelukkig ook zo te zijn. Met stuurboordmotor en bakboordroer weet Huib ons keurig aan de steiger af te meren. We liggen tussen de vissersboten in de grootste vissershaven van de VS. We drinken een stevige whisky op onze behouden aankomst. Nooit eerder hadden we dat gevoel zo sterk. Voorlopig zijn we hier nog wel even, we hebben wat klussen te klaren! 

 

Hits: 1379

Je moet een account aanmaken om een reactie te schrijven.