Tocht door de koffiestreek van Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Medellin

Op 24 november vliegen we van Santa Marta naar Medellin.

 
Botero: Exit Pablo...

Vroeger was dit de meest onveilige stad ter wereld, toen Pablo Escobar hier het hoofdkwartier had van zijn drugskartel. In 1993 is hij gedood en nadien is zijn kartel uit elkaar gevallen en vervangen door het Cali-kartel. Sindsdien is er keihard gewerkt aan het opbouwen van een normale samenleving in Medellin.

 

 

  
Slums?

 

 

 

 

 

 

Er is een goed werkend metrosysteem, spotgoedkoop en intensief. Omdat de bevolking trots is op haar metro ziet het er allemaal goed uit, zonder graffiti. Medellin is in de heuvels gebouwd en de sloppenwijken die daar tegenaan liggen zijn door middel van kabelbanen verbonden met de metro. Zo kan iedereen in een mum van tijd in het centrum zijn. Een van de kabelbanen leidt naar een park buiten en boven de stad, een half uur lang zweef je boven het bos voor je er bent.

  
Medelin vanuit de kabelbaan

Er wordt veel aandacht besteed aan het gewelddadige verleden van de stad en aan de slachtoffers van dit geweld. We bezoeken het pas geopende Casa da Memoria, wat helemaal aan dit onderwerp is gewijd. Helaas is de expositie grotendeels in het Spaans, maar de boodschap komt wel over. Er is een zuil met video's van slachtoffers, die (gelukkig in het Engels ondertiteld) vertellen wat ze hebben meegemaakt: boeren die van hun land zijn verdreven, vrouwen en meisjes die verkracht zijn, vrouwen  van wie een zoon of echtgenoot verdwenen en vermoord is, journalisten, studenten en advocaten die om hun ideeÎn vervolgd zijn etcetera. Zeer indrukwekkend. Men probeert hier iets te leren van de geschiedenis.

  
Pedrito Botero
Plaza Botero

Ons Hotel Nutibara, (meer vergaan dan glorie) ligt zeer centraal aan het Plaza Botero. Fernando Botero is een Colombiaanse kunstenaar die ongelofelijk productief is en die meer dan 100 van zijn kunstwerken aan het Museo de Antioqua (moderne kunst) en aan de stad Medellin heeft geschonken. Hij beeldt zijn figuren, zowel mensen als dieren, uit als in een bolle spiegel. Hij zelf noemt het effect wat dit heeft volumineus, niet dik. Het is even wennen, maar dan is het prachtig. Zijn bronzen beelden zijn kolossaal en staan voor een deel buiten op het plein voor het museum. Iedereen laat zich daar fotograferen. 

   

 

 

 

 

 

Men is druk bezig om de straten en pleinen te versieren voor de kerst. Overal worden grote stellages opgebouwd, die ís avonds verlicht worden. Het bijzondere is dat dit voor een groot deel van lege PET-flessen is gemaakt. Flessenbodems die in verschillende kleuren zijn geverfd, doppen, en flessenhalzen,  alles wordt afzonderlijk gebruikt.

Jardin

Met de bus gaan we naar Jardin, een tocht die normaal zo'n 4 uur duurt, maar die door onze buschauffeur bijna laagvliegend in 3 uur wordt afgelegd. We racen door de haarspeldbochten in de bergen en dubbele strepen of onoverzichtelijke bochten weerhouden hem er niet van om inhaalmanoeuvres uit te voeren.

 
Jardin: Parque Principal

Jardin is een bergdorpje in de Andes, een zogenaamde paisa. Dat is een origineel boerendorp, waar de huizen in vrolijke kleuren zijn geschilderd. Het ligt midden in de koffieplantages en dit gebied is zeer welvarend. Het dorp is schoon, alles ziet er goed verzorgd uit. Er lopen nog veel echte cowboys rond, die 's avonds te paard en muildier paraderen rond het dorpsplein.

 

   

 

 

 

 

 

Alle restaurantjes hebben gekleurde tafeltjes en houten stoeltjes, wat het plein een vrolijk aanzicht geeft. Op de stoeltjes kun je alleen comfortabel zitten als je het stoeltje kantelt op de achterste poten en tegen de muur leunt.

Iedereen drinkt er koffie in grote gebloemde koppen. Melk erin betekent een vel. Op het plein staan karretjes waar vers fruit (mango's, meloen, ananas, aardbeien, kokos) wordt schoongemaakt en in stukjes gesneden in bekers wordt verkocht. Voor 2000 pesos (60 eurocent) worden 5 sinaasappels geperst. Als de beker dan niet helemaal vol is, wordt er nog 1 geperst, de beker tot over de rand gevuld, voor je mond gehouden zodat je er iets uit kunt slurpen en dan wordt de rest van het sap er in gegoten. Verser en smakelijker kan het niet.

   

Rond Jardin kun je prachtige wandelingen maken met indrukwekkende vergezichten. Veel bloemen en vogels. We lopen een weggetje af waarvan we hopen dat het rondom de berg slingert en ons terugbrengt naar het dorp. Dat is niet het geval, het loopt dood op een afgelegen finca (boerderij). De vrouw daar noodt ons binnen voor een glas jugo (vruchtensap). Voor de zoveelste keer balen we dat we geen woord Spaans spreken en zoveel hartelijkheid niet verbaal kunnen beantwoorden.

    

Op zondagochtend is het eindelijk rustig bij de kapper en ik vind dat Huib nodig geknipt moet worden. Onder enige dwang laat hij zich binnenloodsen bij een aardige oudere heer, die hem zorgzaam knipt. Hij checkt de lengte van het kapsel enkele keren bij mij.

  Als Huib er weer netjes uitziet vindt de kapper het mijn beurt. Inderdaad ziet mijn pony er wel wat slonzig uit, dus vooruit, ik laat me ook in de stoel zetten. Keurig wordt de pony niet te kort geknipt. Dan gebaart hij dat ik de speld uit mijn haar moet halen, voor de rest. Inmiddels is mijn vertrouwen wat gegroeid en ik gebaar dat er aan de onderkant wel wat bijgepunt mag worden.

 Ik ben al een jaar bezig om de laagjes uit mijn vorige kapsel te laten bijgroeien, voor het gemak van opsteken. Handig als je zeilt. Groot is mijn schrik als hij een pluk haar midden op mijn hoofd beetpakt en daar de schaar in zet om er 10 cm af te knippen. Ik geef een gil en hij grijnst in de spiegel naar me. Het zweet breekt me uit. Geen weg terug, na deze hap. Hij knipt de achterkant in lagen, laat de lengte onder intact en is zelf zeer tevreden over het resultaat als hij mijn haar op mijn rug borstelt. Dit kapsel is zeer populair bij de vrouwen hier, maar die hebben prachtig dik diepzwart haar wat mooi valt en hij weet niet hoe mijn dunne Europese haar er na een wandelingetje en wat wind uitziet. Ik ben dagen van slag.

Hacienda Guayabal

Vanuit Jardin boeken we een paar nachten in Hacienda Guayabal, een koffiefarm in Chinchina. We moeten op maandagochtend om 8 uur de bus hebben naar Riosucio. Voor de zekerheid zijn we een half uur eerder present bij het kantoortje. We hoeven geen ticket te kopen, de bus komt zo.

    

Er is veel verwarring, maar uiteindelijk blijken we de zogenaamde Andesbus te moeten hebben: een in vrolijke kleuren geschilderde bus, aan de zijkanten open, met houten banken over de hele breedte. De tocht door het Andesgebergte, over een dirt-road tussen 2 natuurreservaten door, duurt ruim 4 uur. Onderweg worden midden in de wildernis een paar vrouwen en kinderen opgepikt, er moeten lege gasflessen mee, een kapotte autoband en geleidelijk raakt de bus aardig vol. De chauffeur rijdt behoedzaam langs de afgronden, waarbij hier en daar de grond afbrokkelt als wij gepasseerd zijn. Er zijn gelukkig geen tegenliggers. De radio speelt vrolijke muziek die door de vrouwen luidkeels wordt meegezongen. Halverwege stoppen we bij een nederzettinkje waar we koffie en soep kunnen krijgen. Het is koud, we rijden op grote hoogte door flarden wolken. De Colombianen zijn goed voorbereid met fleece-dekens. In Riosucio worden we direct uit de bus geplukt, want de aansluiting naar het volgende stadje staat al klaar. Na nog een bus en een korte taxirit zijn we om een uur of 3 in Guayabal.

 De farm is al meer dan 100 jaar in dezelfde familie en Maria Theresia, oma, laat er geen misverstand over bestaan dat zij de eigenaar en de baas is. Zoons, dochters en kleinkinderen werken op het bedrijf mee, ieder in een eigen taak. We worden allerhartelijkst ontvangen en in de familie opgenomen. We krijgen de mooiste kamer met aan 2 kanten ramen met uitzicht over de vallei met onafzienbare koffiestruiken. Het doet wel een beetje aan Toscane denken, in het avondlicht.

 

  
Op koffietoer

De volgende dag doen we de "koffietoer". We worden over de plantage geleid, krijgen uitleg over de aanleg en de groei van de planten, de pluk etc. Daarna geeft zoon Jorge, een zeer serieus, ietwat zorgelijk type, een college over het verwerken van de bonen. Hoe te roosteren, te drogen en vervolgens koffie te zetten. Afhankelijk van de manier waarop je de koffie zet (watertemperatuur en doorlooptijd) krijg je een andere smaak van de koffie. Heel eerlijk gezegd vinden we de Colombiaanse koffie niet erg lekker, en dat blijkt te komen doordat de goede koffiebonen worden geëxporteerd en de tweede keus in het land blijft.

 
Koffieplukkers met dagopbrengst

Boeren zijn afhankelijk van een landelijke coöperatie die hun bonen opkoopt en exporteert. In onze ogen krijgen zij weinig betaald, ongeveer 140 euro voor een zak met 70 kilo bonen. Het grote geld wordt door anderen binnengehaald. De meeste boeren houden een klein gedeelte van de bonen zelf, roosteren dat zelf voor eigen gebruik en verkopen er wat van. Het lukt ze niet om als individuele speler op de internationale markt te komen. Juan Valdez is een organisatie die beweert dat ze de boeren beter betaalt (fair trade), maar dat is propaganda volgens Jorge.

  Op de hacienda staan verschillende voedertafels met fruit voor vogels. ís Ochtends vroeg worden daar verse bananen op gelegd, dan kun je met je camera in de aanslag gaan zitten kijken. De vogels vliegen af en aan en schrokken de banaan naar binnen. Met veel moeite en geduld lukt het om een paar mooie foto's te maken. De meest opvallende vogel gaat er eens echt voor zitten, draait zijn kop met blauwe krans alle kanten op en poseert langdurig voor ons.

  Ook hier is de kerstsfeer al in volle gang. De tuin staat vol met houten kersttaferelen, waar wij proberen langs te kijken om het uitzicht niet te laten bederven. Na 2 dagen relaxen in vol pension met heerlijk eten nemen we afscheid van Guayabal en vertrekken naar Salento, 2 busritten verderop. 

 

 

Salento

Ook dit is een pittoresk bergdorp, maar veel toeristischer dan Jardin. De hoofdstraat bestaat uitsluitend uit souvenirs-winkeltjes. Het dorp is vooral beroemd door de ligging vlakbij de Valle de Cocora. 

  

 

In deze vallei, die grotendeels bestaat uit weideland, staan de hoogste palmbomen (waxpalms) ter wereld, zo'n 60 meter hoog. De waxpalm is de nationale boom van Colombia. Vanuit Salento word je per Willy's (jeep) naar de vallei gebracht. Op zich een belevenis, omdat er in de laadbak 8 mensen worden gestouwd, naast de chauffeur 2 en op de treeplank achterop 3 (staand en zich aan het imperiaal vasthoudend).

   

Op ons gemak lopen we naar de finca op 2850 meter, waar we een kop koffie kunnen krijgen. Het is bewolkt weer, de palmen hangen af en toe in de flarden wolken. Zelfs op deze hoogte zien we nog veel bloemen en bij de finca zoemen er weer hummingbirds (kolibries) in de struiken. Prachtige vergezichten en een heerlijke frisse atmosfeer. Het is ook wel weer eens fijn om onder een deken te slapen.

  
Pereira Muzikanten

Vanuit Salento gaan we terug naar Pereira en vandaar vliegen we naar Cartagena. Het middagje in Pereira vullen we met shoppen. Voor 130 euro heeft Huib een hele nieuwe outfit bij elkaar van het Colombiaanse merk VO5. De vriendelijkheid en de hulpvaardigheid van de mensen is hartverwarmend. Op het busstation in Pereira moeten we de sleutel van onze kamer die we per ongeluk mee hebben genomen, terugsturen naar Guayabal. Niets wordt hier per post gestuurd, alles gaat met de bus mee. We gaan naar de desbetreffende busmaatschappij, maar daar begrijpen ze ons niet, ze denken dat we een ticket willen kopen. Dan komt er iemand op ons af die een beetje Engels spreekt en vraagt of hij kan helpen. Hij wijst ons waar het loket is om pakjes af te geven en loopt mee om daar aan de balie uit te leggen wat er moet gebeuren.

  
Koekje van eigen deeg...

We zijn nog een tijdje bezig omdat we van Jorge het nummer van zijn ID kaart moeten weten, dat wordt op het pakketje genoteerd, zodat hij zich kan legitimeren als hij het op komt halen. We zoeken dus een wifiverbinding om hem te emailen, stoelen worden in het cafeetje voor ons vrij gemaakt en onze vriend blijft in de buurt om te checken of alles in orde komt. Zodra je ergens zoekend rondloopt komt er wel iemand op je af om te vragen of hij ergens mee kan helpen.  Als we op de terugweg van Cartagena in Santa Marta uit de bus worden gezet op de dichtstbijzijnde plek voor de marina, stapt er een medepassagier uit om een taxi voor ons aan te houden en de chauffeur te instrueren waar hij ons naar toe moet brengen.

Cartagena

Een vlotte vlucht brengt ons op zondag 6 december in Cartagena. We hebben een hotel geboekt in de historische, ommuurde stad. 

 
Imposante oude gebouwen, leuke pleinen, overal verkopers met sombrero's, souvenirs, sigaren en sigaretten, frisdrank. Ook hier weer veel fruit en jugo te koop op straat. Maar ook hippe tentjes, met airco en verantwoord (uiteraard organisch) voedsel, wat dan weer wel in plastic wordt geserveerd. 's Avonds kun je je in een open rijtuig getrokken door een paard of muildier door de stad laten rijden en ook hier is de stad 's avonds kunstig verlicht.
   
Dance!

Genoeg te zien als je je op een terrasje nestelt. Ook hier zijn de musea vooral in het Spaans, behalve het Museo del Oro, waar net als in Santa Marta de prachtige gouden sieraden en voorwerpen die mee het graf ingingen, tentoongesteld worden. De Zenu indianen waren de oorspronkelijke bewoners van deze streek. 

Met de bus gaan we terug naar Santa Marta, waar we op 9 december Madeleine in goede orde aantreffen. Aan de buitenkant pikzwart door de nabije kolenmijnen, maar binnen droog en zonder kakkerlakken (die ik in visioenen al voor me had gezien).   

 

Hits: 1605