Joomla Template by Create Website

Wandeling op Klein Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 11 oktober

Curaçao

We hebben een gezellige tijd op Curaçao. We ontmoeten Martin en Francis, rasechte Amsterdammers die ons zeer gastvrij onthalen in hun prachtige villa-met-zwembad uitkijkend over het Spaanse Water en die met ons een hele mooie trip maken over het eiland. Flamingo's aan de westkust en bij de noordpunt,  spectaculaire 'blow holes' en 'natural bridges'. We besluiten de tocht in het authentieke restaurant van "Jaantchie" op de Westpunt. De 80-jarige Jaantchie doet niet aan menukaarten, nee hij komt persoonlijk aan je tafel vertellen wat hij die dag serveert en doet daarbij alle dieren na en laat zijn vingers over je arm gaan als hij bij de leguaan aangekomen is.

Op een mooie maandagochtend maken we in onze marina de huwelijksinzegening mee van Leon en Frieda van de "Puff", op een stijlvol aangeklede steiger en een op en top blinkende Puff. De trouwjurk heeft anderhalf jaar stouwen in zoutwater atmosfeer goed overleefd en staat beeldig. Na het jawoord toeteren wij, verzamelde cruisers, luid op onze scheepshoorns.

We ontmoeten oude collega's en zeggen toe om voor de internisten een voordracht te houden in het St Elizabeth Ziekenhuis en enkele reumapatiënten te zien. 

Bonaire

In de herfstvakantie zullen Sander, Simone, Jasmijn, Roos en Julian naar Curaçao komen. Wij gaan in de tussentijd een uitstapje maken naar Bonaire. Omdat Bonaire ten oosten van Curaçao ligt, kan de tocht daar naar toe behoorlijk heftig zijn, nl tegen wind en stroom in. Als de wind een paar dagen wat afneemt (15 knopen in plaats van 25), gaan we op pad. Tussen Curaçao en Bonaire ligt Klein Curaçao, een onbewoond eiland met een vuurtoren erop, een scheepswrak op het strand aan de oceaanzijde en een prachtig zandstrand aan de beschutte kant. Daar worden veel dagtrips naar toe georganiseerd en daar willen wij een kijkje gaan nemen. Er naar toe kruisend merken we bij het overstag gaan dat de roeren nauwelijks reageren op de stuurwielen. Als Huib in de machinekamer gaat kijken blijkt er inderdaad geen overbrenging te zijn van de stuurinrichting naar de roeren en aan stuurboord is er olie gelekt uit de hydraulische cilinder. We moeten terug om dit in orde te maken. We kiezen er voor om naar Curaçao Marina te gaan, de enige marina in het Schottegat, direct in Willemstad, omdat daar veel nautische bedrijfjes zitten. Met enige moeite lukt het om het telefoonnummer van de marina te achterhalen en contact te krijgen. Natuurlijk is net het beltegoed van mijn lokale telefoon op als ik ons probleem heb uitgelegd, maar we mogen komen. We melden ons netjes bij Port Authority, krijgen toestemming om de Annabaai in te varen en zo tuffen we langs de kleurige kades van Willemstad  en onder de hoge Koningin Julianabrug door.

Handelskade, Willemstad

We meren af aan een vrije langszij steiger in de marina. Daar hebben we enorm geluk, want heel toevallig is daar een hydrauliek expert voor een klus. Hij biedt aan om te komen kijken en hij bevestigt het probleem wat Huib al had vastgesteld: de verbindingen tussen de cilinder en de slangen lekken. Huib had bij het vervangen van de cilinder al geconstateerd dat de bijgeleverde moeren niet goed pasten. Onze vriend maakt nieuwe verbindingen, installeert die en voilà! Binnen 2 uur klaar. Daarna is Huib nog uren bezig om het systeem te vullen en te ontluchten. Ook in de komende weken is hij daar voortdurend mee bezig, voor het hele systeem vrij van lucht is. Precisiewerk. De volgende dag gaan we in de herkansing op weg naar Klein Curaçao. Als ik nog even een kopje koffie wil zetten blijkt de gasfles leeg te zijn, dus ook die moet Huib nog weer even omzetten. We melden ons dit keer niet bij Port Authority, want eigenlijk zijn we inmiddels illegaal in Curaçao. We zijn immers al uitgeklaard en we hebben gister niet de moeite genomen om ons weer bij de douane te melden. Dat is nl een klus waar je gerust een halve dag voor uit kunt trekken. Het Schottegat is de werkhaven van Willemstad waar de grote Isla olieraffinaderij ligt, dus er is veel groot vrachtverkeer.  Als we vanuit de marina de hoek om komen het Schottegat in, liggen we ineens oog in oog met de "Rotterdam", een groot werkschip. Gauw in zín achteruit en aan de kant. Bij de uitgang van de Annabaai ligt weer een reus van een schip, zodat ik peentjes zweet en spijt heb dat ik me niet gemeld heb bij Port Authority. Dan begeleiden ze je nl naar buiten. Het is vrijwel windstil, een uitzondering, en we gaan op de motor naar Klein Curaçao. Heerlijk voor anker in azuurblauw water met een schitterend zandstrand voor onze neus. Lekker weer eens uitgebreid zwemmen. We relaxen een dag aan boord en willen nog een dag blijven om een wandeling over het eiland te maken. Maar de tweede avond komt er een raar bootje naast ons liggen met een druk over het dek heen en weer lopend mannetje die luid loopt te telefoneren en roept dat hij interessante lading aan boord heeft. In tegenstelling tot gisternacht liggen er geen andere boten meer in de baai. Wij voelen ons niet prettig, zien in gedachten al speedboten met ongure types arriveren, bellen de coastguard en besluiten om weg te gaan. Het is al donker, we halen het anker op en zetten koers naar Bonaire. Inmiddels is het weer flink gaan waaien en omdat we niet langs onze verdachte buurman willen varen moeten we via de noordkant om Klein Curaçao heen. Daardoor komen we op een ongunstige koers naar Bonaire uit: we moeten op de motor tegen wind en golven in stampen. Als we vroeg in de ochtend in het donker bij Bonaire aankomen kunnen we de moorings nog niet zien. Ter bescherming van het rif voor de gehele kust van Bonaire mag je nergens ankeren. Je moet gebruik maken van de moorings die voor de hoofdstad Kralendijk zijn neergelegd. We dobberen wat rond tot het licht wordt en leggen dan aan. Vanaf de boot kun je zo het heldere water in en snorkelen. 

Bonaire is onder water minstens zo mooi als er boven. We snorkelen op verschillende plekken en zien een enorme verscheidenheid aan vissen en koraal. Scubadiving is ongetwijfeld nog indrukwekkender, maar op mijn uitdrukkelijk verzoek wagen we ons daar niet meer aan (tot verdriet van Huib). Het eiland is erg droog, met imposante cactussen, zoutmeren vol met roze flamingo's en zoutpannen aan de zuidkust. Hier heeft zich ook weer een minder fraai stuk Nederlandse geschiedenis afgespeeld.

 
Huidige zoutwinning Bonaire

Bonaire was een Hollandse strafkolonie, waar criminelen en weggelopen slaven voor straf moesten werken in de zoutwinning. Slaven stonden blootsvoets in de zoutpannen en moesten met pikhouwelen of blote handen zoutbrokken afbreken, in de brandende zon. Ze sliepen in hun natte zoute kleren in primitieve zelfgemaakte hutjes van bladeren.

 
Slavenhuisjes met (oranje) obelisk

Zij noemden dit gebied  "De Witte Hel". Dertien jaar voor de afschaffing van de slavernij heeft de West Indische Compagnie 2-persoons slavenhutten laten bouwen, naar aanleiding van internationale kritiek op de slechte behandeling van de slaven!

 

 

Washington Slagbaai National Park

Voor een tocht door het Washington Slagbaai National Park huren we een pickup, en dat is geen overbodige luxe op de dirt roads daar. We zijn blij dat we het er zonder lekke band van af brengen met al die scherpe stenen en gemene cactusstekels op de weg.

 

  

Klein Curaçao

Klein Curaçao, vuurtoren

Op de terugweg naar Curaçao willen we weer naar Klein Curaçao, want we zouden daar immers nog rondwandelen. Op zaterdag 10 oktober komen we daar aan het eind van de middag aan, het anker graaft zich prettig in de zandbodem.  Zwemmen, een biertje, hapje eten. Dan valt het Huib ineens op dat we dwars op de wind liggen, die inmiddels flink is toegenomen. Bij ankeren is dat onmogelijk, omdat de neus van de boot altijd in de wind gaat liggen. Als we op de dieptemeter 105 meter zien staan in plaats van 5 meter weten we het zeker, het anker is losgekomen en we drijven af. Het is een stikdonkere nacht zonder maan. Lang leve de kaartplotter, waarmee je je kunt oriënteren. We halen het anker op en er zit niet anders op dan dat we naar Curaçao doorvaren, want hier vertrouwen we de bodem niet meer in deze harde wind. We waren van plan om in Curaçao te gaan ankeren in het Spaanse Water, maar de ingang vanaf zee daar naar toe is tricky in het donker, omdat de doorgang nauw is tussen een zandbank aan stuurboord en rif aan bakboord. Omdat onze vorige track op onverklaarbare wijze uit de plotter verdwenen is durven we daar in het donker niet in te varen. Je weet nooit of de elektronische kaart 100% nauwkeurig is. We kiezen voor de Fuikbaai, waarvan de ingang minder moeilijk is. Maar omdat we daar nog niet eerder geweest zijn, is het in het donker toch moeilijk om je te oriënteren. Gelukkig blijkt de kaart goed overeen te komen met de werkelijkheid en met de coördinaten uit de pilot, een lichtenlijn, boeien en RADAR komen we goed binnen. Om half 11 's avonds liggen we solide achter ons anker en duiken ons bed in. Die wandeling op Klein Curaçao zit er voor ons niet meer in... ?

 

Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Vrijdag 18 september

Curaçao

Op maandag 3 augustus hebben we eindelijk onze paspoorten terug van de Amerikaanse ambassade. We melden ons in Trinidad af bij immigratie en douane en zetten koers naar Curaçao. In verband met piraterij moet je minstens 50 mijl uit de Venezolaanse kust blijven en daarom zeilen we eerst naar het noorden, richting Grenada, en vervolgens naar het westen. We hebben mooie wind en schieten goed op. Donderdagavond varen we het Spaanse Water binnen, het grote binnenwater van Curaçao met diverse ankerplaatsen. Wij hebben gereserveerd in Seru Boca Marina, waar we Madeleine willen achterlaten als we enkele weken naar Nederland gaan. Het marinapersoneel is al vertrokken, wij gaan voor anker. Een prachtige plek met grote landhuizen aan de kust. Het waait hier stevig. De volgende dag krijgen we onze ligplaats in de marina toegewezen en met Samm, één van de marinamedewerkers gaan we naar Willemstad om in te klaren. Direct door naar het reisbureau om een nieuwe vlucht naar NL te boeken voor diezelfde avond. Onze spullen staan al dagen ingepakt aan boord, dus daar hebben we niet veel tijd meer voor nodig. Zaterdagmiddag 8 augustus zijn we thuis in Amsterdam, wat is vliegen toch onwerkelijk.

Vanuit ons appartement kunnen we het 5-jaarlijkse zeilevenement SAIL fantastisch zien. Met vrienden en familie hebben we een supergezellige dag bij de intocht van de tallships, die pal onder ons raam voorbij varen. Vijf dagen bruist het op het IJ, zoveel prachtige schepen zie je zelden bij elkaar. Het is een gezellige drukte, die heel goed geregeld wordt door de gemeente Amsterdam.

De weken vliegen om met SAIL, familiebezoek en een hoop klussen. We verkopen onze Landrover, een actie waar Huib dagen hartzeer van heeft. We schaffen nieuwe laptops aan die sneller zijn dan de slak die we in Suriname hebben gekocht. Huib laadt een grote hoeveelheid boeken in onze bagage en bepakt & bezakt worden we door buurvrouw Lieke op 1 september naar Schiphol gebracht.Handelskade, Willemstad, Curaçao

In Seru Boca Marina treffen we Madeleine in goede orde aan, zij het onder een dikke laag stof, zowel buiten als binnen, afkomstig van een nabij gelegen fosfaatmijn. Dat wordt weer een hele dag poetsen. In verband met familieomstandigheden ga ik een week naar Kansas City (komt mijn US visum toch eerder van pas dan ik gedacht had). Huib klust in de tussentijd aan boord en huurt een auto. We leggen contact met de vele zeilers die hier in het orkaanseizoen verblijven en ontmoeten zelfs ook weer oude bekenden: Inge en Pieter van de Baerne, met wie we in 2006 een toer over het Caribische eiland Dominica hebben gemaakt. Van Inge kreeg ik indertijd een recept om yoghurt te maken wat ik nog steeds gebruik. Curaçao heeft talloze prachtige stranden en op weg naar één daarvan, Porto Mari, komen we grote groepen rode Flamingo's tegen. Op het strand zien we de mooiste vogeltjes, onder andere de Oriole (wielewaal), de nationale vogel van Curaçao. Het strand ligt bezaaid met koraal en de vissen zwemmen tot aan het strand. Je hoeft niet ver in zee te gaan om mooi te kunnen snorkelen. Hier houden we het wel een tijdje uit.

 

Trinidad revisited

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Donderdag 30 juli

Begin juli zijn we van Trinidad naar Tobago gezeild. T & T vormen samen 1 republiek en hebben een gezamenlijke munt, de TT dollar, die elders ter wereld niets waard is. De eilanden zijn totaal verschillend qua karakter. Op Trinidad speelt de olie industrie een belangrijke rol. Het water is op veel plaatsen vervuild en er wordt slordig met afval omgesprongen. Er is veel criminaliteit, vooral onder illegalen (Jamaicanen en Venezuelanen). Omdat de Caribische eilanden verenigd zijn in de CariCom is het om politieke redenen lastig om illegalen het land uit te zetten. Trinidad heeft aan de noordkust en aan de oostkust enkele baaitjes met strand, maar die liggen onbeschut aan de oceaan. Tobago heeft aan de westkust (Caribische zee) veel prachtige baaien en stranden. Op Tobago wordt veel aandacht besteed aan eco toerisme. Overal wordt gevraagd om je afval mee te nemen na een dagje strand. Beide eilanden onderscheiden ze zich van de meeste andere Caribische eilanden: er is tropisch regenwoud en er zijn veel vogelsoorten. Tobago ligt oostelijk van de overige Caribische eilanden en wordt daardoor minder vaak bezocht door zeilers, omdat je tegen de heersende wind en tegen de stroom in moet om het eiland te bereiken. De meeste Amerikaanse cruisers die al vele jaren in de Carieb rondzeilen zijn nog nooit op Tobago geweest. Gewend als wij zijn aan laveren en aan de wind zeilen in Het Engelse Kanaal laten wij ons daardoor natuurlijk niet tegenhouden. Maar dat valt toch tegen. Met een snelheid van 6-7 knopen (knoop = nautische mijl per uur) schieten we al kruisend toch maar een halve mijl per uur op in de goede richting. Dat wordt een lange tocht. Over een afstand van 55 mijl hemelsbreed doen we ruim een etmaal, waarbij we 115 mijl afleggen. Ons einddoel Store Bay maakt veel goed met zijn prachtige stranden en heerlijke water waar we direct in kunnen duiken van af de boot.

Store Bay, Tobago

De volgende dag gaan we ons melden in Scarborough, de hoofdstad. Het vervoer op Tobago is goed geregeld. Er zijn bussen, waarvan je nooit weet wanneer ze rijden. Er zijn maxi-taxi's, die ongeveer 10 mensen kunnen vervoeren en die je, lopend langs de weg, aan kunt houden. Maar vol is vol. Er zijn auto's met een H in het nummerbord die officieel als taxi mogen rijden. En er zijn veel automobilisten die mensen langs de kant van de weg meenemen voor een paar TT dollars en zo wat bijverdienen. Van dat laatste vervoer hebben wij ook verschillende keren gebruik gemaakt. Het is spannend, want je weet niet bij wie je instapt, maar op Tobago zijn de mensen verschrikkelijk aardig en erg gelovig, dus soms hoef je niet te betalen omdat ze die dag nog een goede daad te doen hebben. Veel God Bless You's meegekregen. In verband met drugssmokkel probeert de douane goede grip te houden op de whereabouts van de cruisers. Dat betekent, dat als je langs de kust naar het noorden gaat, je je in het zuiden af moet melden en in het noorden in moet klaren bij de douane in Charlotteville. En dat op een eiland van 30 kilometer. Dat doet dus niemand.

 
Glassbottom boat 
Englishman's Bay, Tobago
Pirate's Bay, Tobago
Parlatuvier Bay, Tobago

Van 6-20 juli komen dochter Irene, man René en kinderen Ella en Finn met ons meezeilen. In Store Bay liggen we vlak bij het vliegveld, zodat we hen gemakkelijk kunnen ophalen. Onze dinghy ligt op het strand en voor de kleintjes begint het al meteen spannend als we in het pikkedonker eerst met de bagage (die we gelukkig droog aan boord krijgen) naar Madeleine varen en dan terugkomen om de gasten op te halen. Door het water badend de dinghy in, gelukkig staat er niet veel branding (we zijn in het verleden wel eens omgeslagen in flinke branding). Wij zijn het ons niet meer bewust, maar aan de bleekwegtrekkende gezichten merken we hoe Madeleine ligt te schommelen voor anker. René heeft een slechte nacht, maar de anderen slapen redelijk. Twee weken lang is het een feest van zwemmen rond de boot voor het ontbijt, naar het strand, snorkelen, kastelen bouwen, stokken verzamelen (Finn) en genieten van de zonsondergangen en de rust. Sterrenhemels waar we 's avonds liggend in de trampolines Sam en Madelief in zien. We gaan diverse baaien af. In Englishman's Bay wanen we ons op een onbewoond eiland, want we zijn de enige aanwezigen. We maken een tocht over Bucco Reef in een glassbottom boat, waardoor je het rif en de vissen kunt zien, en zwemmen in Nylon Pool, een ondiepte midden in de oceaan. We maken een autotochtje over het eiland en diverse wandelingetjes, oa naar Parlatuvier Watervallen. Als we 's avonds een ommetje maken in Charlotteville worden we betrapt door de douane. Hij heeft Madeleine zien liggen in zijn baai en wij hebben ons niet gemeld. Gelukkig kennen we hem van enkele weken geleden, het is geen ongeschikte kerel, en met enige tact en voorgewende onnozelheid krijgen we het voor elkaar dat hij onze papieren in orde maakt. We krijgen permissie om een paar dagen te blijven in Man Of War Bay. Hetzelfde overkomt ons als we in Store Bay terugkomen. We gaan ons 's maandags afmelden in Scarborough 10 mijl verderop en de douane weet al dat wij 's zaterdags om 15.00 uur teruggekomen zijn. Big Brother is er niets bij.

Wij dubiëren of we terug zullen gaan naar Trinidad of dat we van Tobago direct naar Curaçao zullen zeilen. We hebben op 2 augustus een vlucht van Curaçao naar Amsterdam geboekt, omdat we SAIL Amsterdam willen meemaken. Toen we in juni een paar weken in Trinidad waren hebben we de aanvraag voor een US visum gestart. Als we te zijner tijd Amerika binnen willen varen hebben we daarvoor namelijk een visum nodig. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen als je betaald hebt. Daarna maak je een afspraak op de ambassade, waarbij je paspoort wordt ingenomen. Dat krijg je volgens de website na 1-3 werkdagen terug. Wij hadden in juni een afspraak op de ambassade, maar die werd afgezegd in verband met technische problemen en verzet naar 22 juli. Redelijkerwijs moeten we tijd genoeg hebben om naar Trinidad te gaan, visumaanvraag af te handelen en naar Curaçao te zeilen. Dachten we. Nu wachten we al meer dan een week op onze paspoorten zonder dewelke wij het land niet kunnen verlaten. Dus onze vlucht van 2 augustus gaan wij niet halen, want het kost op zijn minst 3 dagen om naar Curaçao te zeilen.

 

 

 

 

Tobago & Trinidad

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Dinsdag 23 juni

Omdat het regenseizoen in Suriname inmiddels echt is aangebroken en we naar de zon willen, besluiten we om naar Tobago te gaan. Ik had graag de Essequibo River in (voormalig Brits) Guyana bezocht, maar daar zien we toch van af. Op 16 mei vertrekken we, met het tij mee, de Suriname Rivier af, voor een tocht van 500 mijl. Als we de riviermonding uitkomen krijgen we de eerste buien al weer over ons heen. Voor de Surinaamse kust is de zee mijlenver ondiep, er zijn verraderlijke zandbanken. Als we ver genoeg in zee zijn gestoken kunnen we eindelijk weer eens zeilen! Aan de wind en gereefd bereiken we een mooi daggemiddelde ruim boven de 7 knopen. De tweede dag kunnen we de koers een beetje verleggen, zodat de wind ruimer invalt, wat het leven aan boord nog iets comfortabeler maakt. We gaan zo snel, dat we in de nacht van 18 op 19 mei in het donker zullen aankomen in Tobago. Om wat minder snelheid te maken strijken we de laatste dag het grootzeil. De klok moet een uur teruggezet worden, dat helpt ook al niet mee in de goede richting. Er is geen maan, het is bewolkt. Voorzichtig varen we om de noordkust van Tobago heen. Het is even puzzelen waar de ingang is van de Man of War Bay, ons einddoel, en gelukkig ziet Huib de lichtenlijn op de wal. Hoe ik ook speur, ik zie hem niet. De baai is erg diep wat het ankeren bemoeilijkt. We zoeken een niet al te diepe plek en gooien het anker uit. Om 5 uur liggen we, het begint al te schemeren. We gaan een paar uur slapen voor we ons gaan melden bij de immigratie in het enige stadje aan de baai, Charlotteville.

   
Charlotteville, Tobago

Eigenlijk mag dat niet: de regels zijn streng, je moet je direct gaan melden, en als dat toevallig buiten kantooruren is dan betaal je overuren. Op de meeste kleinere eilanden echter vinden de beambten het wel prettig als jij je niet midden in de nacht meldt, zolang je maar zegt dat je net bent aangekomen. Nu het licht is zien we hoe mooi het hier is en zowaar treffen we ook onze vrienden De Verleiding en Antares weer aan. De hele baai is omzoomd met kleine baaitjes en strandjes, wij liggen in de Pirates Bay. Het water is prachtig groenblauw, helder en van een heerlijke temperatuur. Wat een verademing na die bruine sloot die de Suriname Rivier is. We duiken zo van de boot het water in en snorkelen op het rif waar we vlakbij liggen. Een week lang vakantie... De live muziek werd verzorgd door een swingende steelband van de... politie.

    

We spreken met Irene en haar gezin af dat zij ons in juli 2 weken komen bezoeken en daarom zien we er van af om het eiland nu al te verkennen. In de tussentijd willen we naar Trinidad, om onderhoud aan Madeleine te laten doen. Daarvoor kun je in de Carieb het beste terecht in Chaguaramas, Trinidad. Daar bevinden zich diverse werven en jachthavens, die elk hun eigen specialisme hebben en er zijn heel veel kleine bedrijfjes die uitstekend werk kunnen verrichten. Als je de goede uitpikt natuurlijk, dat is de kunst.

Op 26 mei vertrekken we aan het eind van de middag. Trinidad en Tobago vormen samen een republiek. Desondanks moeten we ons officieel uitklaren in Charlotteville en we krijgen een brief mee voor de immigratie officier in Chaguaramas. Omdat daar de regels streng worden nageleefd zorgen we ervoor om in de ochtend aan te komen. Het is een relatief korte tocht van 80 mijl en de volgende ochtend liggen we om 11 uur voor de deur van de douane. Bij immigratie zijn we dankzij onze introductiebrief gauw klaar (meestal duurt dat uren, met invullen van heel veel formulieren met 5 carbon-doorslagen). De douanebeambte zaagt ons door over het feit dat we in Charlotteville om half 11 hebben uitgeklaard en om half 6 zijn vertrokken. Dat dat voor zijn collega in Charlotteville geen enkel probleem was, is niet zijn zaak. Wat hadden we allemaal wel niet voor illegaals kunnen doen in die tijd!!? Enfin, hij stempelt ons af na nog enkele vermanende opmerkingen. We zoeken een mooring op om Madeleine aan te leggen en gaan naar de wal om zaken te doen. We willen een week op de kant, omdat de onderkant van de boot een laag antifouling nodig heeft en omdat er speling staat op het bakboord roer. Tien jaar geleden zijn we hier ook een half jaar geweest. We hadden Madeleine op de kant gezet in het orkaanseizoen en haar achtergelaten met een hele hoop werkopdrachten en een swipe van onze creditcard, zodat ze klaar zou zijn als wij terug zouden komen voor ons sabbatical year (oktober 2005). Zo bleek dat niet te werken: er was bijna niets gedaan en we hebben indertijd nog 7 weken op de kant gestaan voordat de klussen afgewerkt waren. We woonden toen aan boord, wat zeer oncomfortabel en heet was. Met deze ervaring in ons achterhoofd kijken we niet reikhalzend uit naar ons verblijf hier. Indertijd waren we aangewezen op de werf Peake's, omdat die de enige is met een travellift die breed genoeg is om Madeleine op te hijsen.

Per trailer op het droge

Nu bleek dat PowerBoats inmiddels een grote trailer heeft gebouwd waarmee catamarans uit het water gereden worden. De keus voor PowerBoats is snel gemaakt, omdat zij ons de volgende dag al op de kant kunnen zetten. Van te voren krijgen wij een instructiefilmpje te zien over het uit-het-water-halen en wordt gecheckt hoe de onderkant van onze boot er uit ziet. Het maakt een zeer betrokken en professionele indruk en de volgende middag staan we inderdaad hoog en droog.

 
Schrapen 
3 Lagen antifouling 
Service winches 
Revisie kuip-tafel 
Gasfornuis

En niet alleen dat: aan het eind van die dag zij er ook 5 contractors langs geweest om de verschillende klussen te bekijken en een offerte te maken. Wij zijn diep onder de indruk van de efficiency en zeer aangenaam verrast. Een minder aangename verrassing is de beoordeling van de kwaliteit van ons onderwaterschip. Vorig jaar in Nederland zijn de rompen intensief afgekrabd en opnieuw geverfd, maar naar het oordeel van onze man hier is dat prutswerk geweest. Hij laat ons de blazen zien die onder de verf zijn ontstaan en haalt stukken verf met zijn nagel weg. Als we dat laten zitten dan wordt op den duur het materiaal van de romp aangetast (osmose) en dat is de nachtmerrie van elke eigenaar van een polyester schip. Dat betekent dat het onderwaterschip helemaal afgekrabd moet worden, aangetaste plekken gerepareerd en daarna 3x geverfd met epoxyprimer en vervolgens met 3 lagen antifouling. Dat dat langer gaat duren dan 1 week begrijpen wij ook. We kiezen voor een schilder die Cow genoemd wordt omdat hij vegetariër is. Cow heeft 10 jaar geleden veel werk verricht aan Velvet, het schip van onze vrienden Dick en Tineke. Dat schept een band. Hij werkt zich met zijn team uit de naad om ons zo gauw mogelijk klaar te hebben, en dat lukt binnen 2 weken. Een topprestatie. Op 10 juni worden we weer te water gelaten, zodat we weer iets meer frisse lucht om ons heen hebben. Helaas kun je hier niet zwemmen, het water is daarvoor te vervuild door alle scheepsindustrie in de baai. 

BB roerkoning-lager versleten

Intussen is ons roer gedemonteerd geweest en het versleten lager vernieuwd. We contracteren een timmerman voor nieuwe vlondertjes in de natte cellen, aanpassing van het paneel rond de watermaker (zodat we die beter kunnen bereiken) en aanpassing van de kuiptafel. We laten onze lieren servicen door dezelfde neurotische chinees als 10 jaar geleden, laten het gastoestel controleren en de koelkast repareren. Die is het afgelopen jaar regelmatig uitgevallen en de laatste 2 weken kregen we hem niet meer aan de praat. De regulator blijkt definitief kapot te zijn. Intussen zijn er voor ons zelf ook de nodige klussen te doen, zoals het servicen van de schroeven, olie verversen, installeren van een nieuw scheepstoilet, inslaan van voldoende reserve onderdelen voor de motoren etc. We besluiten om een cover te laten maken voor onze dinghy, ter bescherming tegen de brandende zon. We moeten een visum aanvragen voor USA, omdat we met eigen schip het land binnen willen komen (Hawaii). Zo vliegen onze dagen voorbij. De dagen zijn relatief kort, om 4 uur gaat alles dicht en om half 7 is het donker. Volgende week gaan we lekker terug naar Tobago voor 2 weken vakantie. Daarna gaan we richting Curaçao. We hebben nu na 10 jaar ons Atlantische Rondje volgemaakt!

Over Suriname

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Over Suriname

Wij zijn bijna twee maanden in Suriname geweest. Madeleine lag afgemeerd aan een meerboei in de Surinamerivier bij Domburg. Van daar uit hebben we tochten gemaakt het binnenland in. Omdat het Nederlands de officiële voertaal is in Suriname was het mogelijk om een aardige indruk te krijgen van de samenleving. We hebben veel Nederlandse ondernemers ontmoet die een bedrijf gestart waren. Zij hadden veelal een vrij negatieve mening over het functioneren van het land. Wij vonden het een prachtig land met een overweldigende natuur en veel potentie, maar hoe hiermee wordt omgegaan stemde ons meer dan treurig. De mensen waren in het algemeen erg vriendelijk. Wij hadden er rekening mee gehouden dat er zo vlak voor de parlementsverkiezingen (op 25 mei 2015) misschien een anti-Hollandse sfeer zou heersen. Maar dat was absoluut niet het geval. We werden overal hartelijk ontvangen. Hieronder volgen enkele observaties.

 

Het verkeer

Het verkeer is een chaos. Suriname heeft een groot aantal verkeersdoden per jaar. Busjes rijden met teksten achterop: rijd voorzichtig, spaar uw medemens en met telefoonnummers die je kan bellen bij klachten over het rijgedrag van de chauffeur. De voorrangsregels zijn voor de beginnende deelnemer niet direct duidelijk. Al gauw blijkt dat vooral het recht van de brutaalste geldt. Er wordt links gereden. Tussen Domburg en Paramaribo zijn 2 wegen: de oude weg langs de rivier, de Winston Churchillweg en de ‘highway’, de Martin Luther King weg. De Churchillweg voert door de dorpen, heeft veel drempels, gemene dingen waar je stapvoets overheen moet gaan wil je de drempel niet met de onderkant van het chassis raken. Het wegdek is uitermate slecht met diepe kuilen. Je zigzagt over de weg om de ergste kuilen te vermijden en het tegemoetkomend verkeer wacht rustig tot je weer op je eigen weghelft bent. De highway is een tweebaansweg, waar veel (zand)wegen en weggetjes op uit komen. Als je wilt invoegen doe je dat gewoon, er wordt wel voor je afgeremd. Als je rechtsaf wilt slaan ga je midden op de weg staan met je richtingaanwijzer uit tot je een gaatje ziet. Het verkeer achter je wacht wel of rijdt door de berm om je heen. Het rijden ’s avonds is een avontuur: de verlichting van de auto’s is dermate slecht dat je nauwelijks iets ziet. Het voeren van groot licht op de tweebaansweg lokt af en toe wel een reactie uit, maar wordt in het algemeen getolereerd en ook je tegenliggers voeren vaak groot licht. Veel auto’s hebben maar 1 licht wat verwarring geeft met de brommers op de snelweg. Voetgangers steken te pas en te onpas over. Maximumsnelheid op de highway is 60 km. Als je een flinke regenbui treft moet je langs de kant van de weg parkeren, want het zicht is dan zo slecht dat je niet door kunt rijden. Inhalen gebeurt onder luid getoeter.

 

Het onderwijs

Tot aan de onafhankelijkheid (1975)  kende Suriname goed onderwijs, veelal ingericht door de zendelingen/missie (Evangelische Broedergemeente en Hernhutters). Nu is daar niet veel meer van over. Als een kind in de eerste klas van de lagere school om wat voor reden dan ook niet leert lezen (dyslexie is een onbekend begrip) dan blijft het nog een jaar in de eerste klas. Herhaling geeft meestal geen verbetering, omdat er geen extra aandacht wordt besteed aan het onderliggende probleem. Daarna wordt het kind jaarlijks bevorderd onder de noemer ‘wl’ (wegens leeftijd). Heeft een kind eenmaal dit stigma dan is het maatschappelijk gezien afgeschreven. Er zijn lagere scholen met vijfde en zesde klassen voor jonge moeders. Er zijn veel zwangerschappen op zeer jonge leeftijd, meestal door vader, broer, oom veroorzaakt. Ook deze meisjes zijn maatschappelijk afgeschreven. In de hoogste klassen van het lager onderwijs vind je nauwelijks jongens. Die werken in de goudmijnen. Na de lagere school volgt de mulo, een soort mavo/vmbo onderwijs gedurende 4 jaar. Er zijn enkele vwo scholen en 1 universiteit. Er is geen werk voor academici, er is geen middenkader. De enkeling die een universitaire opleiding afrondt, vertrekt dan ook vaak naar het buitenland. 

 

De politiek

Wij waren in Suriname toen de verkiezingsstrijd in volle gang was. Op 25 mei 2015 waren er verkiezingen voor De Nationale Assemblée (De Tweede Kamer). De huidige president Bouterse wil nog 5 jaar doorgaan en heeft daarvoor 2/3 van de Assemblée nodig. Er zijn meer dan 30 partijen, die vooral hun basis vinden in de verschillende bevolkingsgroepen. Overal in het land, ook in de kleinste dorpjes in het binnenland zag je vlaggen van de verschillende partijen. De paarse vlaggen van de NDP (Bouterse) waren het prominentst. De mensen kregen een paar dollar voor elke vlag op hun erf. De avondvierdaagse was één grote politieke manifestatie. De meeste mensen die we spraken hadden wel in de gaten dat alle politici corrupt waren en dat het voor hen persoonlijk niet veel zou uitmaken wie de verkiezingen zou winnen. Velen waren dan ook niet van plan om te gaan stemmen. Bouterse adverteerde met de slogan: ‘je hoeft niet van mij te houden, ik hou van jullie’. De Parbode is een kritisch opinieblad wat vooral door de bovenlaag gelezen wordt. Omdat de redactie het belangrijk vond dat het brede publiek goed voorgelicht werd bracht ze een speciale verkiezingseditie uit met als doel dat ‘de kiezers een meer doordachte keus konden maken, gebaseerd op partijvisies en al dan niet gerealiseerde verkiezingsbeloften en niet zozeer op basis van hun persoonlijk belang of etniciteit. Deze verkiezingseditie werd vooral verspreid in de wijken van Paramaribo waar de Parbode nauwelijks verkocht werd, en voor een zeer lage prijs. Geen enkele partij had bij het uitbrengen van het blad, enkele weken voor de verkiezingen, een verkiezingsprogramma klaar. Verder dan kreten als ‘wegwerken van de achterstandspositie van de achterban’, ‘ondernemerschap stimuleren’, ‘uitgaan van de kracht van de mensen zelf en van actief burgerschap, meedoen en meedenken, naar elkaar luisteren en concrete acties’ komt men niet. Er is geen visie over WAT er moet gebeuren in het land. Er is een enorme bureaucratie. Het is in Suriname niet belangrijk wat je kent maar wie je kent. Nieuwe politici benoemen vriendjes. Ambtenaren worden na ontslag gewoon doorbetaald, zodat het ambtenarenapparaat alsmaar in grootte toeneemt en onbetaalbaar wordt. Corruptie is één ding, over de criminele achtergrond van Desi Bouterse heeft niemand het, behalve een paar moedige journalisten. Vier van de 15 slachtoffers van de Decembermoorden (1982) waren journalist.

 

Milieu

Wij waren onthutst over de slordigheid waarmee met de natuur en de bodemschatten wordt omgesprongen. De goudmijnen zijn grotendeels in handen van Canadezen. Ruim 70% van de goudzoekers komt uit Brazilië. Het goud wordt gewonnen door binding met kwik, wat bij het wassen in grote hoeveelheden in de bodem en de Surinamerivier terecht komt. De genationaliseerde houtindustrie (Bruynzeel) is failliet. De regering heeft grote gebieden regenwoud verpacht aan Chinezen die onbeperkt mogen kappen en die na de kaalslag weer vertrekken. 

 

Economie

Wij kregen niet de indruk dat de Surinamers zelf warm lopen voor de opbouw en de inrichting van hun land. Er heerst een passieve en afwachtende houding. Sommige mensen (Nederlandse ondernemers) die wij spraken waren ervan overtuigd dat dit samenhangt met het slavernijverleden. De Marrons, de nazaten van gevluchte slaven, en, samen met de Inheemsen (indianen), bewoners van de jungle, houden zich in leven met een stukje “kostgrond”, een met moeite aan de jungle onttrokken stukje grond voor teelt van groenten en fruit, en met jagen en vissen. Hun kinderen spreken geen Nederlands, krijgen nauwelijks onderwijs en opgroeiende jongeren belanden in de goudmijnen, criminaliteit en prostitutie. Een groot deel van de Surinaamse bevolking leeft in bittere armoede. Vergeleken met omringende Latijns-Amerikaanse en Caraïbische landen bungelt Suriname samen met buurland (Brits) Guyana economisch onderaan.  Bauxiet wordt geëxporteerd naar… IJsland voor aluminiumproductie. De bauxietsmelterij in Paranam  is op non-actief. Het enige bloeiende bedrijf is de Staatsolie. Dat bedrijf wordt nu verplicht om te gaan investeren in een nieuwe goudmijn. Dat is een truc van de regering, die zelf geen geld heeft om dat te doen. Staatsolie is voor 100% in handen van de staat en op deze manier blijft de overheid een flinke vinger in de pap houden. De investering is riskant voor Staatsolie en maakt het bedrijf kwetsbaar, mede met het oog op de verwachte daling van de olieprijs dit jaar. Aannemers die werk uitgevoerd hebben voor de regering moeten maanden tot jaren wachten op betaling. Velen gaan daardoor failliet. De middenstand is in handen van de Chinezen. Vrijwel alle supermarkten zijn eigendom van of worden gerund door Chinezen. Deze winkels zijn altijd open, elke dag, van vroeg tot laat. Ik vind het heerlijk om er in rond te neuzen, je vindt er de meest uiteenlopende dingen. Van levensmiddelen en huishoudelijke artikelen tot tuinstoelen, ondergoed en autobanden. De levensmiddelen zijn van redelijke kwaliteit; er zijn veel Nederlandse producten (koffie, thee, custard, sprits, pindakoeken om maar een greep te doen). Het vlees (kip, lever, niertjes) is in onduidelijke hompen ingevroren en ziet er niet smakelijk uit. De rest van de producten is goedkoop en van navenante kwaliteit. De Chinezen zijn reuze vriendelijk, maar je kunt niet met hen communiceren. Ze spreken geen Nederlands en nauwelijks Engels. Ook het Sranantongo beheersen ze niet, zodat ze een geïsoleerde bevolkingsgroep vormen. 

 

Maar toch…

Suriname is een fascinerend land: Vier maal zo groot als Nederland, meer dan 90% tropisch regenwoud, 600.000 inwoners, grote etnische diversiteit en weinig raciale conflicten. Wat ontbreekt, is vakmanschap om de enorme potentie van dit prachtige land aan te wenden voor de Surinamers zelf. Goed onderwijs is een eerste vereiste. Wat zou het mooi zijn als de 300.000 Surinamers in Nederland, zich met hun vakmanschap, competenties en talenten zouden inzetten voor hun eigen mooie land, …wanpipel!