Joomla Template by Create Website

Tobago & Trinidad

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Dinsdag 23 juni

Omdat het regenseizoen in Suriname inmiddels echt is aangebroken en we naar de zon willen, besluiten we om naar Tobago te gaan. Ik had graag de Essequibo River in (voormalig Brits) Guyana bezocht, maar daar zien we toch van af. Op 16 mei vertrekken we, met het tij mee, de Suriname Rivier af, voor een tocht van 500 mijl. Als we de riviermonding uitkomen krijgen we de eerste buien al weer over ons heen. Voor de Surinaamse kust is de zee mijlenver ondiep, er zijn verraderlijke zandbanken. Als we ver genoeg in zee zijn gestoken kunnen we eindelijk weer eens zeilen! Aan de wind en gereefd bereiken we een mooi daggemiddelde ruim boven de 7 knopen. De tweede dag kunnen we de koers een beetje verleggen, zodat de wind ruimer invalt, wat het leven aan boord nog iets comfortabeler maakt. We gaan zo snel, dat we in de nacht van 18 op 19 mei in het donker zullen aankomen in Tobago. Om wat minder snelheid te maken strijken we de laatste dag het grootzeil. De klok moet een uur teruggezet worden, dat helpt ook al niet mee in de goede richting. Er is geen maan, het is bewolkt. Voorzichtig varen we om de noordkust van Tobago heen. Het is even puzzelen waar de ingang is van de Man of War Bay, ons einddoel, en gelukkig ziet Huib de lichtenlijn op de wal. Hoe ik ook speur, ik zie hem niet. De baai is erg diep wat het ankeren bemoeilijkt. We zoeken een niet al te diepe plek en gooien het anker uit. Om 5 uur liggen we, het begint al te schemeren. We gaan een paar uur slapen voor we ons gaan melden bij de immigratie in het enige stadje aan de baai, Charlotteville.

   
Charlotteville, Tobago

Eigenlijk mag dat niet: de regels zijn streng, je moet je direct gaan melden, en als dat toevallig buiten kantooruren is dan betaal je overuren. Op de meeste kleinere eilanden echter vinden de beambten het wel prettig als jij je niet midden in de nacht meldt, zolang je maar zegt dat je net bent aangekomen. Nu het licht is zien we hoe mooi het hier is en zowaar treffen we ook onze vrienden De Verleiding en Antares weer aan. De hele baai is omzoomd met kleine baaitjes en strandjes, wij liggen in de Pirates Bay. Het water is prachtig groenblauw, helder en van een heerlijke temperatuur. Wat een verademing na die bruine sloot die de Suriname Rivier is. We duiken zo van de boot het water in en snorkelen op het rif waar we vlakbij liggen. Een week lang vakantie... De live muziek werd verzorgd door een swingende steelband van de... politie.

    

We spreken met Irene en haar gezin af dat zij ons in juli 2 weken komen bezoeken en daarom zien we er van af om het eiland nu al te verkennen. In de tussentijd willen we naar Trinidad, om onderhoud aan Madeleine te laten doen. Daarvoor kun je in de Carieb het beste terecht in Chaguaramas, Trinidad. Daar bevinden zich diverse werven en jachthavens, die elk hun eigen specialisme hebben en er zijn heel veel kleine bedrijfjes die uitstekend werk kunnen verrichten. Als je de goede uitpikt natuurlijk, dat is de kunst.

Op 26 mei vertrekken we aan het eind van de middag. Trinidad en Tobago vormen samen een republiek. Desondanks moeten we ons officieel uitklaren in Charlotteville en we krijgen een brief mee voor de immigratie officier in Chaguaramas. Omdat daar de regels streng worden nageleefd zorgen we ervoor om in de ochtend aan te komen. Het is een relatief korte tocht van 80 mijl en de volgende ochtend liggen we om 11 uur voor de deur van de douane. Bij immigratie zijn we dankzij onze introductiebrief gauw klaar (meestal duurt dat uren, met invullen van heel veel formulieren met 5 carbon-doorslagen). De douanebeambte zaagt ons door over het feit dat we in Charlotteville om half 11 hebben uitgeklaard en om half 6 zijn vertrokken. Dat dat voor zijn collega in Charlotteville geen enkel probleem was, is niet zijn zaak. Wat hadden we allemaal wel niet voor illegaals kunnen doen in die tijd!!? Enfin, hij stempelt ons af na nog enkele vermanende opmerkingen. We zoeken een mooring op om Madeleine aan te leggen en gaan naar de wal om zaken te doen. We willen een week op de kant, omdat de onderkant van de boot een laag antifouling nodig heeft en omdat er speling staat op het bakboord roer. Tien jaar geleden zijn we hier ook een half jaar geweest. We hadden Madeleine op de kant gezet in het orkaanseizoen en haar achtergelaten met een hele hoop werkopdrachten en een swipe van onze creditcard, zodat ze klaar zou zijn als wij terug zouden komen voor ons sabbatical year (oktober 2005). Zo bleek dat niet te werken: er was bijna niets gedaan en we hebben indertijd nog 7 weken op de kant gestaan voordat de klussen afgewerkt waren. We woonden toen aan boord, wat zeer oncomfortabel en heet was. Met deze ervaring in ons achterhoofd kijken we niet reikhalzend uit naar ons verblijf hier. Indertijd waren we aangewezen op de werf Peake's, omdat die de enige is met een travellift die breed genoeg is om Madeleine op te hijsen.

Per trailer op het droge

Nu bleek dat PowerBoats inmiddels een grote trailer heeft gebouwd waarmee catamarans uit het water gereden worden. De keus voor PowerBoats is snel gemaakt, omdat zij ons de volgende dag al op de kant kunnen zetten. Van te voren krijgen wij een instructiefilmpje te zien over het uit-het-water-halen en wordt gecheckt hoe de onderkant van onze boot er uit ziet. Het maakt een zeer betrokken en professionele indruk en de volgende middag staan we inderdaad hoog en droog.

 
Schrapen 
3 Lagen antifouling 
Service winches 
Revisie kuip-tafel 
Gasfornuis

En niet alleen dat: aan het eind van die dag zij er ook 5 contractors langs geweest om de verschillende klussen te bekijken en een offerte te maken. Wij zijn diep onder de indruk van de efficiency en zeer aangenaam verrast. Een minder aangename verrassing is de beoordeling van de kwaliteit van ons onderwaterschip. Vorig jaar in Nederland zijn de rompen intensief afgekrabd en opnieuw geverfd, maar naar het oordeel van onze man hier is dat prutswerk geweest. Hij laat ons de blazen zien die onder de verf zijn ontstaan en haalt stukken verf met zijn nagel weg. Als we dat laten zitten dan wordt op den duur het materiaal van de romp aangetast (osmose) en dat is de nachtmerrie van elke eigenaar van een polyester schip. Dat betekent dat het onderwaterschip helemaal afgekrabd moet worden, aangetaste plekken gerepareerd en daarna 3x geverfd met epoxyprimer en vervolgens met 3 lagen antifouling. Dat dat langer gaat duren dan 1 week begrijpen wij ook. We kiezen voor een schilder die Cow genoemd wordt omdat hij vegetariër is. Cow heeft 10 jaar geleden veel werk verricht aan Velvet, het schip van onze vrienden Dick en Tineke. Dat schept een band. Hij werkt zich met zijn team uit de naad om ons zo gauw mogelijk klaar te hebben, en dat lukt binnen 2 weken. Een topprestatie. Op 10 juni worden we weer te water gelaten, zodat we weer iets meer frisse lucht om ons heen hebben. Helaas kun je hier niet zwemmen, het water is daarvoor te vervuild door alle scheepsindustrie in de baai. 

BB roerkoning-lager versleten

Intussen is ons roer gedemonteerd geweest en het versleten lager vernieuwd. We contracteren een timmerman voor nieuwe vlondertjes in de natte cellen, aanpassing van het paneel rond de watermaker (zodat we die beter kunnen bereiken) en aanpassing van de kuiptafel. We laten onze lieren servicen door dezelfde neurotische chinees als 10 jaar geleden, laten het gastoestel controleren en de koelkast repareren. Die is het afgelopen jaar regelmatig uitgevallen en de laatste 2 weken kregen we hem niet meer aan de praat. De regulator blijkt definitief kapot te zijn. Intussen zijn er voor ons zelf ook de nodige klussen te doen, zoals het servicen van de schroeven, olie verversen, installeren van een nieuw scheepstoilet, inslaan van voldoende reserve onderdelen voor de motoren etc. We besluiten om een cover te laten maken voor onze dinghy, ter bescherming tegen de brandende zon. We moeten een visum aanvragen voor USA, omdat we met eigen schip het land binnen willen komen (Hawaii). Zo vliegen onze dagen voorbij. De dagen zijn relatief kort, om 4 uur gaat alles dicht en om half 7 is het donker. Volgende week gaan we lekker terug naar Tobago voor 2 weken vakantie. Daarna gaan we richting Curaçao. We hebben nu na 10 jaar ons Atlantische Rondje volgemaakt!

Over Suriname

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Over Suriname

Wij zijn bijna twee maanden in Suriname geweest. Madeleine lag afgemeerd aan een meerboei in de Surinamerivier bij Domburg. Van daar uit hebben we tochten gemaakt het binnenland in. Omdat het Nederlands de officiële voertaal is in Suriname was het mogelijk om een aardige indruk te krijgen van de samenleving. We hebben veel Nederlandse ondernemers ontmoet die een bedrijf gestart waren. Zij hadden veelal een vrij negatieve mening over het functioneren van het land. Wij vonden het een prachtig land met een overweldigende natuur en veel potentie, maar hoe hiermee wordt omgegaan stemde ons meer dan treurig. De mensen waren in het algemeen erg vriendelijk. Wij hadden er rekening mee gehouden dat er zo vlak voor de parlementsverkiezingen (op 25 mei 2015) misschien een anti-Hollandse sfeer zou heersen. Maar dat was absoluut niet het geval. We werden overal hartelijk ontvangen. Hieronder volgen enkele observaties.

 

Het verkeer

Het verkeer is een chaos. Suriname heeft een groot aantal verkeersdoden per jaar. Busjes rijden met teksten achterop: rijd voorzichtig, spaar uw medemens en met telefoonnummers die je kan bellen bij klachten over het rijgedrag van de chauffeur. De voorrangsregels zijn voor de beginnende deelnemer niet direct duidelijk. Al gauw blijkt dat vooral het recht van de brutaalste geldt. Er wordt links gereden. Tussen Domburg en Paramaribo zijn 2 wegen: de oude weg langs de rivier, de Winston Churchillweg en de ‘highway’, de Martin Luther King weg. De Churchillweg voert door de dorpen, heeft veel drempels, gemene dingen waar je stapvoets overheen moet gaan wil je de drempel niet met de onderkant van het chassis raken. Het wegdek is uitermate slecht met diepe kuilen. Je zigzagt over de weg om de ergste kuilen te vermijden en het tegemoetkomend verkeer wacht rustig tot je weer op je eigen weghelft bent. De highway is een tweebaansweg, waar veel (zand)wegen en weggetjes op uit komen. Als je wilt invoegen doe je dat gewoon, er wordt wel voor je afgeremd. Als je rechtsaf wilt slaan ga je midden op de weg staan met je richtingaanwijzer uit tot je een gaatje ziet. Het verkeer achter je wacht wel of rijdt door de berm om je heen. Het rijden ’s avonds is een avontuur: de verlichting van de auto’s is dermate slecht dat je nauwelijks iets ziet. Het voeren van groot licht op de tweebaansweg lokt af en toe wel een reactie uit, maar wordt in het algemeen getolereerd en ook je tegenliggers voeren vaak groot licht. Veel auto’s hebben maar 1 licht wat verwarring geeft met de brommers op de snelweg. Voetgangers steken te pas en te onpas over. Maximumsnelheid op de highway is 60 km. Als je een flinke regenbui treft moet je langs de kant van de weg parkeren, want het zicht is dan zo slecht dat je niet door kunt rijden. Inhalen gebeurt onder luid getoeter.

 

Het onderwijs

Tot aan de onafhankelijkheid (1975)  kende Suriname goed onderwijs, veelal ingericht door de zendelingen/missie (Evangelische Broedergemeente en Hernhutters). Nu is daar niet veel meer van over. Als een kind in de eerste klas van de lagere school om wat voor reden dan ook niet leert lezen (dyslexie is een onbekend begrip) dan blijft het nog een jaar in de eerste klas. Herhaling geeft meestal geen verbetering, omdat er geen extra aandacht wordt besteed aan het onderliggende probleem. Daarna wordt het kind jaarlijks bevorderd onder de noemer ‘wl’ (wegens leeftijd). Heeft een kind eenmaal dit stigma dan is het maatschappelijk gezien afgeschreven. Er zijn lagere scholen met vijfde en zesde klassen voor jonge moeders. Er zijn veel zwangerschappen op zeer jonge leeftijd, meestal door vader, broer, oom veroorzaakt. Ook deze meisjes zijn maatschappelijk afgeschreven. In de hoogste klassen van het lager onderwijs vind je nauwelijks jongens. Die werken in de goudmijnen. Na de lagere school volgt de mulo, een soort mavo/vmbo onderwijs gedurende 4 jaar. Er zijn enkele vwo scholen en 1 universiteit. Er is geen werk voor academici, er is geen middenkader. De enkeling die een universitaire opleiding afrondt, vertrekt dan ook vaak naar het buitenland. 

 

De politiek

Wij waren in Suriname toen de verkiezingsstrijd in volle gang was. Op 25 mei 2015 waren er verkiezingen voor De Nationale Assemblée (De Tweede Kamer). De huidige president Bouterse wil nog 5 jaar doorgaan en heeft daarvoor 2/3 van de Assemblée nodig. Er zijn meer dan 30 partijen, die vooral hun basis vinden in de verschillende bevolkingsgroepen. Overal in het land, ook in de kleinste dorpjes in het binnenland zag je vlaggen van de verschillende partijen. De paarse vlaggen van de NDP (Bouterse) waren het prominentst. De mensen kregen een paar dollar voor elke vlag op hun erf. De avondvierdaagse was één grote politieke manifestatie. De meeste mensen die we spraken hadden wel in de gaten dat alle politici corrupt waren en dat het voor hen persoonlijk niet veel zou uitmaken wie de verkiezingen zou winnen. Velen waren dan ook niet van plan om te gaan stemmen. Bouterse adverteerde met de slogan: ‘je hoeft niet van mij te houden, ik hou van jullie’. De Parbode is een kritisch opinieblad wat vooral door de bovenlaag gelezen wordt. Omdat de redactie het belangrijk vond dat het brede publiek goed voorgelicht werd bracht ze een speciale verkiezingseditie uit met als doel dat ‘de kiezers een meer doordachte keus konden maken, gebaseerd op partijvisies en al dan niet gerealiseerde verkiezingsbeloften en niet zozeer op basis van hun persoonlijk belang of etniciteit. Deze verkiezingseditie werd vooral verspreid in de wijken van Paramaribo waar de Parbode nauwelijks verkocht werd, en voor een zeer lage prijs. Geen enkele partij had bij het uitbrengen van het blad, enkele weken voor de verkiezingen, een verkiezingsprogramma klaar. Verder dan kreten als ‘wegwerken van de achterstandspositie van de achterban’, ‘ondernemerschap stimuleren’, ‘uitgaan van de kracht van de mensen zelf en van actief burgerschap, meedoen en meedenken, naar elkaar luisteren en concrete acties’ komt men niet. Er is geen visie over WAT er moet gebeuren in het land. Er is een enorme bureaucratie. Het is in Suriname niet belangrijk wat je kent maar wie je kent. Nieuwe politici benoemen vriendjes. Ambtenaren worden na ontslag gewoon doorbetaald, zodat het ambtenarenapparaat alsmaar in grootte toeneemt en onbetaalbaar wordt. Corruptie is één ding, over de criminele achtergrond van Desi Bouterse heeft niemand het, behalve een paar moedige journalisten. Vier van de 15 slachtoffers van de Decembermoorden (1982) waren journalist.

 

Milieu

Wij waren onthutst over de slordigheid waarmee met de natuur en de bodemschatten wordt omgesprongen. De goudmijnen zijn grotendeels in handen van Canadezen. Ruim 70% van de goudzoekers komt uit Brazilië. Het goud wordt gewonnen door binding met kwik, wat bij het wassen in grote hoeveelheden in de bodem en de Surinamerivier terecht komt. De genationaliseerde houtindustrie (Bruynzeel) is failliet. De regering heeft grote gebieden regenwoud verpacht aan Chinezen die onbeperkt mogen kappen en die na de kaalslag weer vertrekken. 

 

Economie

Wij kregen niet de indruk dat de Surinamers zelf warm lopen voor de opbouw en de inrichting van hun land. Er heerst een passieve en afwachtende houding. Sommige mensen (Nederlandse ondernemers) die wij spraken waren ervan overtuigd dat dit samenhangt met het slavernijverleden. De Marrons, de nazaten van gevluchte slaven, en, samen met de Inheemsen (indianen), bewoners van de jungle, houden zich in leven met een stukje “kostgrond”, een met moeite aan de jungle onttrokken stukje grond voor teelt van groenten en fruit, en met jagen en vissen. Hun kinderen spreken geen Nederlands, krijgen nauwelijks onderwijs en opgroeiende jongeren belanden in de goudmijnen, criminaliteit en prostitutie. Een groot deel van de Surinaamse bevolking leeft in bittere armoede. Vergeleken met omringende Latijns-Amerikaanse en Caraïbische landen bungelt Suriname samen met buurland (Brits) Guyana economisch onderaan.  Bauxiet wordt geëxporteerd naar… IJsland voor aluminiumproductie. De bauxietsmelterij in Paranam  is op non-actief. Het enige bloeiende bedrijf is de Staatsolie. Dat bedrijf wordt nu verplicht om te gaan investeren in een nieuwe goudmijn. Dat is een truc van de regering, die zelf geen geld heeft om dat te doen. Staatsolie is voor 100% in handen van de staat en op deze manier blijft de overheid een flinke vinger in de pap houden. De investering is riskant voor Staatsolie en maakt het bedrijf kwetsbaar, mede met het oog op de verwachte daling van de olieprijs dit jaar. Aannemers die werk uitgevoerd hebben voor de regering moeten maanden tot jaren wachten op betaling. Velen gaan daardoor failliet. De middenstand is in handen van de Chinezen. Vrijwel alle supermarkten zijn eigendom van of worden gerund door Chinezen. Deze winkels zijn altijd open, elke dag, van vroeg tot laat. Ik vind het heerlijk om er in rond te neuzen, je vindt er de meest uiteenlopende dingen. Van levensmiddelen en huishoudelijke artikelen tot tuinstoelen, ondergoed en autobanden. De levensmiddelen zijn van redelijke kwaliteit; er zijn veel Nederlandse producten (koffie, thee, custard, sprits, pindakoeken om maar een greep te doen). Het vlees (kip, lever, niertjes) is in onduidelijke hompen ingevroren en ziet er niet smakelijk uit. De rest van de producten is goedkoop en van navenante kwaliteit. De Chinezen zijn reuze vriendelijk, maar je kunt niet met hen communiceren. Ze spreken geen Nederlands en nauwelijks Engels. Ook het Sranantongo beheersen ze niet, zodat ze een geïsoleerde bevolkingsgroep vormen. 

 

Maar toch…

Suriname is een fascinerend land: Vier maal zo groot als Nederland, meer dan 90% tropisch regenwoud, 600.000 inwoners, grote etnische diversiteit en weinig raciale conflicten. Wat ontbreekt, is vakmanschap om de enorme potentie van dit prachtige land aan te wenden voor de Surinamers zelf. Goed onderwijs is een eerste vereiste. Wat zou het mooi zijn als de 300.000 Surinamers in Nederland, zich met hun vakmanschap, competenties en talenten zouden inzetten voor hun eigen mooie land, …wanpipel!

 

 

  

 

Caleta del Sebo, Isla Graciosa, Canaries

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zaterdag 29 november

Op maandag 24 november wilden we 's ochtends uit Essaouira weggaan, omdat de weersverwachting inmiddels voor woensdag en donderdag het begin van een nieuwe depressie boven de Canarische Eilanden liet zien, en we voor die tijd daar wilden zijn. Zaterdag hadden we aan de chef van de politie al gevraagd om een verklaring op te stellen van de diefstal en onze aangifte, want die hebben we nodig voor de verzekering. Hij beloofde die zondag te maken, Ain Shalah, dat wel. Zondag was hij volgens zijn ondergeschikten ziek, want hij had tenslotte een hele nacht voor ons doorgewerkt. Zij konden geen verklaring schrijven, want dat was aan de chef voorbehouden. Maandagochtend was hij aanwezig, maar zeker niet amused dat wij weer aan kwamen zetten met ons verzoek. Hij had hoofdpijn en was erg moe. Gelukkig was de hoofdpijn na een pakje sigaretten genoeg gezakt om een verklaring op te kunnen stellen. Als vrienden zijn we uit elkaar gegaan (wat heb ik veel diplomatie geleerd de afgelopen jaren!). Eindelijk troffen we ook de havenmeester weer in zijn kantoor om ons liggeld te betalen. Ook hij voerde weer een dramatisch toneelstukje op, dat hij er kapot van was, dat dit nooit eerder gebeurd was in Essaouira, in tegenstelling tot alle andere Marokkaanse havensteden, en of we er toch wel zeker van waren dat we de door ons vermiste spullen niet in Rabat hadden laten liggen. Ja hoor. Ik had sterk de indruk dat ze voor de goede naam van Essaouira, zodra wij eenmaal wegwaren, het verhaal zouden verspreiden dat wij ons toch vergist hadden. Die suggestie hoorden we nl via enkele kanalen al terug. De buurman was op zondagmiddag na 2 dagen hechtenis op het bureau vrij gelaten. Hij had daar ook flink met steekpenningen moeten strooien. Hij was nog erg ontdaan. Wij hebben hem geld en sigaretten gegeven, hoewel hij eigenlijk Huibs schoenen had willen hebben. Het blijft een andere wereld. Tegen elven zijn we afgevaren, hartelijk uitgewuifd door de buurman. De wind was gunstig, maar zoals we al hadden verwacht stond er nog een hele nare zee ten gevolge van de vorige depressie. Flink gereefd schoten we lekker op, zodat we dinsdag tegen middernacht al bij Isla Graciosa waren, ruim 240 mijl afgelegd. In het donker voor anker gegaan bij Playa Francesa, altijd wel even spannend, maar goed geholpen door de RADAR. 's Ochtends zagen we hoe mooi het hier is.

Maaike op de fiets

Graciosa is een ongerept eiland met een handjevol inwoners. We lagen aan een prachtig strandje met een oranjebruine kale berg (vulkaan) op de achtergrond, en aan de overkant het imposante lavagebergte van Lanzarote, feitelijk in de nauwe doorgang tussen de twee eilanden. Voor de komende dagen was er storm voorspeld, zodat we op donderdag onze ankerplek verruild hebben voor de kleine haven van Caleta del Sebo, een paar mijl verderop. Dat was geen onnodige voorzorgsmaatregel, want we hebben hier nu 2 dagen windkracht 9! Imposante buien schuiven over, afgewisseld met zon. Het is hier heel plezierig.

Ons plezier werd vandaag versterkt door een smsje van Riad Zaki, die in Casablanca onze externe harde schijf 'tweedehands' heeft gekocht. Toen hij daar op al onze foto's en documenten zag staan begreep hij wel dat wij aardig gedupeerd waren. Hij gaat hem terugsturen.

Dit herstelt ons vertrouwen in de mensheid weer! Overigens hebben wij ondanks de diefstal en de heftige zeeën waarvoor iedereen ons van tevoren had gewaarschuwd, geen spijt van ons bezoek aan Marokko.        

Essaouira

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 23 november

Op maandag 17 november zijn we met 8 andere boten uit Rabat weggevaren, toen de haven na een week weer open ging. Het was rustig weer met een noordelijk windje, zodat we de eerste uren op de spinaker konden varen. Later nam de wind verder af en draaide naar zuidwest, onze vaarrichting, zodat de motor er helaas weer aan te pas moest komen. Onze voortgang was redelijk, maar we voeren niet snel genoeg om het slechte weer wat er woensdag en donderdag aan zou komen, voor te blijven. Agadir (Marokko) noch Lanzarote (Canaries) was bezeild, zodat we kozen voor de kortste afstand, nl Agadir en langs de kust bleven varen. Woensdagochtend was de wind zo toegenomen en pal tegen, dat we regelmatig minder dan 4 knopen voeren. We waren ter hoogte van Essaouira, een vissershaven waar we al eerder over hadden gedacht om die te bezoeken. De havenmeester die we aanriepen op de marifoon verzekerde ons dat er plek was voor ons en voldoende diepte. De vissersboten lagen mannetje aan mannetje gestapeld in de haven, ook bij de ingang, maar inderdaad konden we er nog net tussendoor.

   Eén plaatsje vrij naast een lokaal jacht aan de steiger was voldoende.  Daar lagen we midden tussen de vissersboten en de vismarkt, met uitzicht op de stadsmuren, lekker in het zonnetje, prachtig.

De formaliteiten verliepen redelijk soepel en we besloten nog even het stadje in te gaan om foto’s te maken voordat het de volgende dag zou gaan regenen. Visje gegeten en in bed gerold. Donderdag was het inderdaad slechter weer, met regen en onweer ’s middags. Toen we onze foto’s op ons notebook wilden downloaden bleek deze verdwenen te zijn, samen met de externe harde schijf waar we een backup van logboeken en foto’s op bewaren, Huibs 2 ipods, en mijn swatch.  Alle foto’s, logboeken, muziek weg. Omdat er geen tekenen van braak waren moeten we aannemen dat we een keer vergeten zijn om de deur op slot te doen toen we weggingen. Dat gebeurt ons vrijwel nooit. Vrijdag zijn we naar de gendarmerie gegaan en toen kwam er een heel circus op gang van sterren en petten die aan boord kwamen, vingerafdrukken werden genomen op de boot en van onszelf. Er werden 3 verdachten aangehouden, onder wie onze marokkaanse buurman die volgens ons volkomen te goeder trouw was. Dat was erg pijnlijk. Onze in het frans opgestelde verklaring was te slecht om betrouwbaar naar arabisch te worden omgezet, zodat we allebei een nieuwe verklaring moesten schrijven in het engels, die vertaald werd in het frans en vervolgens in het arabisch. Tenslotte moesten wij die ondertekenen, feitelijk in blind vertrouwen. Wij waren onder de indruk van de ernst waarmee de zaak werd aangepakt, er werd de hele nacht doorgewerkt, maar hoe ze met de verdachten omgingen was schrijnend. Er vielen rake klappen, nog voordat schuld bewezen was. Dat plaatste het verlies van onze spullen wel in een ander licht. Gelukkig hadden we onze laptop met de navigatie, de ipad, de iphones en de camera’s meegenomen het stadje in, omdat we daarmee wilden internetten en gribfiles ophalen. Anders waren we die zeker ook kwijt geweest, omdat die meestal gewoon in de kajuit in het zicht liggen. De gestolen spullen waren opgeborgen in kastjes in de romp. Ook de verstopte verrekijker hebben we nog, dus voor wat betreft het varen zijn we niet gedupeerd. Een resume van de logboeken kunnen we weer maken, ipods opnieuw laden (de muziek staat thuis op de Mac), maar de foto’s blijven weg.

Van de geplande tocht door de Hoge Atlas en de woestijn zien we af. Maandag draait de wind naar het noorden, zodat we dan bij hoogwater de haven uitgaan. Waarschijnlijk gaan we een nacht voor anker in de prachtige baai waar Essaouira aan ligt, en dinsdag op weg naar Lanzarote.

 

 

Rabat II

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zaterdag 15 november

We zijn nu ruim 2 weken in Rabat. De eerste week van ons verblijf stond vooral in het teken van het werk aan de bakboord motor. Die doet het inmiddels prima, maar wat nu de uitval primair heeft veroorzaakt blijft gissen. Meest waarschijnlijk dieselvervuiling. We hebben Rabat en vooral Salé uitgebreid bezocht (supermarkt gevonden) en we zijn een dag met de trein naar Fes geweest. 

   
   
  
    Leerlooierij
  Met gids...
Fes, Medina ingang  
  
  
Verfbaden
Huiden

Dat was zeer de moeite waard. De Atlantische kust van Marokko kent een handjevol havens waar je terecht kunt en we waren van plan om via coastal hopping naar het zuiden te trekken. De nieuwste uitgave van onze pilot vermeldt dat sinds 2012 in enkele havens yachties onvriendelijk ontvangen worden en dat Essaouira, een leuke vissersplaats waar we graag naar toe wilden, geleidelijk dichtslibt. Misschien moeten we dan toch maar direct door naar de Canarische Eilanden. Op dinsdag 11 november werd veel wind verwacht, daarna zou het rustiger worden. We planden om woensdag 12 november te vertrekken, maar dat liep anders. Als er te hoge golven staan wordt de toegang tot de rivier de Bouregreg waaraan Rabat en Salé (en de marina) liggen, afgesloten. Dat wil zeggen dat je de haven niet uit mag (de douane stempelt eenvoudigweg je paspoort niet af) en dat het binnenlopen voor eigen risiko is. De loodsen varen niet uit en halen je niet op uit zee. De hele week, vanaf maandag 10 november, is de haven nu al dicht. Alleen op dinsdagmiddag zou hij even open gaan, tijdens hoogwater is (eind van de middag). Wij wilden die gelegenheid te baat nemen en bereidden ons vertrek voor: boodschappen doen, maaltijden in het vooruit koken, want de vooruitzichten voor de komende zeiltocht waren niet zonder meer gunstig met tegenwind en hoge golven. Met 4 boten wilden we naar buiten. Toen het zover was op dinsdagmiddag werd het weer veel slechter, het begon ook nog eens te stortregenen. Dat werd ons toch te gortig, we zijn  niet uitgevaren. Toen we de volgende dag op de pier gingen kijken waren we onder de indruk van de enorme branding die er stond. Grote golven rolden tussen de dubbele havenhoofden door en braken op de pieren. Daar kom je nooit tegen op. In de marina lig je zo beschut, dat je hier helemaal geen weet van hebt.

Op donderdag 13 november zijn we met de trein naar Tanger gegaan, een prettige, internationaal georiënteerde stad. We hebben de oude medina bezocht. We overnachtten in El Minzah Hotel, waar vele beroemdheden ons al voorgingen. Prachtig oud hotel, met een Andalusische patio en een mooie tuin met zwembad, vlakbij de medina. We hadden een kamer met uitzicht over de haven. Helaas regende het de volgende dag weer pijpenstelen, zodat het niet aangenaam was om langer te blijven. 

We zien in de weersvoorspellingen dat het weer zo snel omslaat dat we waarschijnlijk de 450 mijl naar Lanzarote niet in één keer met goed weer kunnen afleggen. Vanaf maandag 17 november is de wind gunstig, noord-oost. We plannen om dan naar Agadir te gaan, de laatste marina in het zuiden van Marokko, 300 mijl van hier. Daar willen we een excursie maken naar het binnenland, de woestijn in. Zodra zich het volgende gunstige ‘weatherwindow’ voordoet kunnen we verder naar Lanzarote. Dat is vanaf Agadir ruim 200 mijl.