Joomla Template by Create Website

De Pontjesbrug, Willemstad, Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Willemstad is een twin city , gelegen aan de St Annabaai, de vaarweg tussen de Caribische Zee en het Schottegat, de natuurlijke binnenhaven waar de olieindustrie gevestigd is. De oude stadsdelen Punda en Otrobanda (overkant) worden met elkaar verbonden door 2 bruggen. De oudste, uit 1886, is de pontjesbrug of Koningin Emmabrug voor voetgangers, de nieuwste is de 55 meter hoge Koningin Julianabrug, voor het overige verkeer, geopend in 1974.

De drijvende pontjesbrug is één van de bekendste bezienswaardigheden van Willemstad. De brug zwaait de hele dag op verzoek van passerende schepen open en dicht. Daarbij mogen de voetgangers op de brug blijven staan. Uiteraard kunnen ze er dan niet meer af totdat de brug weer in positie vast ligt. De brug heeft zijn naam te danken aan de pontons waarop hij ligt en die het openzwaaien mogelijk maken. Als de brug openstaat kun je gebruik maken van de gratis veerdiensten om naar de overkant te komen.

Juist toen wij in Curaçao aankwamen werd de pontjesbrug gedemonteerd om gerenoveerd te worden. Eind oktober zou hij teruggeplaatst worden. In de tussentijd werd er in Punda hard gewerkt aan de bestrating van het plein naar de brug toe. Op vrijdag 6 november zijn wij voor het laatst in Willemstad, om ons uit te klaren bij de douane en de immigratie. Tot ons genoegen zien we dat de pontjesbrug weer op zijn plek ligt! Het nieuwe wegdek ruikt nog naar vers hout. We lopen naar de overkant en als we daar zijn, gaat de bel. We stappen in Otrobanda af en zijn er getuige van hoe snel de brug kan zwenken. Aan deze kant draait de brug om een vast punt aan de wal, aan de Punda kant gaat hij open. Hoe ver hij open gaat is afhankelijk van de grootte van het schip wat moet passeren. Maximaal kan de brug langszij de kade van Otrobanda worden gelegd, dus 90 graden zwenken. En het gaat in noodtempo. 

 

Vakantie op Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Dinsdag 27 oktober

Schildpadden

De herfstvakantie breekt aan en Sander en Simone komen met hun kinderen Jasmijn, Roos en Julian naar ons toe. Ze hebben een appartement gehuurd in Jan Thiel, vlakbij onze ligplaats in het Spaanse Water. De airconditioned slaapkamers daar winnen het van onze hete kooien. Het is zelfs voor Curaçaose begrippen erg heet, het is de warmste periode van het jaar en ondanks het natte seizoen erg droog. Er staat bovendien maar weinig wind. Dat laatste maakt een tochtje naar Klein Curaçao aantrekkelijk, omdat dat immers in de wind ligt. We besluiten om er een nachtje over te blijven. Op de weg er naar toe worden we geënterd door de coastguard, die aan boord komt en alle papieren wil zien. We mogen alleen op Klein Curaçao overnachten als we aan een mooring  gaan liggen. Er zijn er 2, en die zijn als wij aankomen allebei bezet. Aan één er van hangen zelfs 2 (Nederlandse) boten die net als wij een weekendje uit het Spaanse Water weg wilden. We weten inmiddels wat de juiste ankerplek is, waar we overigens de vorige keer ook lagen, zien we nu. Huib gooit het anker en veel meters ketting uit en als we het al snorkelend controleren zien we dat het zich mooi in het zand heeft ingegraven en dat de ketting goed op de grond ligt, beter dan de vorige keer.

Schildpad...

Al gauw zien we een schildpad rond de boot zwemmen en de kinderen gaan al zwemmend en snorkelend naar het strand. Wij blijven altijd liever eerst een tijdje aan boord om zeker te zijn van het anker. Opgetogen komt de familie uren later terug: ze hebben heel veel schildpadden gezien en gefotografeerd  met de onderwater camera van Roos. Wij verheugen ons erop om dat morgen ook te gaan zien. Na het eten verandert het weer. Het trekt dicht, er is weerlichten in de verte. Als iedereen slaapt doen we uit voorzorg de ramen dicht, want het kan soms ineens zo hard gaan regenen, dat je te laat bent. In verband met het dreigende onweer zetten we de instrumenten (oa ankeralarm) uit en leggen de apparatuur in de oven (kooi van Faraday). Om 2 uur 's nachts gaat de wind draaien en we liggen plotseling niet meer in 25 meter water, maar in 5. We draaien naar het strand toe, met onze lange ankerketting. Wat te doen? Lijn inhalen? Eerder hebben we daar al eens slechte ervaringen mee gehad. Wachten tot we op het strand bonken is evenmin een aantrekkelijke optie. De beste keus lijkt te zijn om het anker op te halen en weg te gaan. Het anker ligt goed vast, en bij het ophalen komen we in 2 meter ondiepte terecht, maar met zijn drieën (Huib aan de ankerlier, Sander met zijn neus op de ketting en ik aan het stuur) krijgen we de zaak zonder schade binnen. We hijsen de genua en koersen naar  Curaçao terug, naar Fuikbaai. Het onweer drijft in de verte langs ons weg, de wind neemt toe tot een flinke Bft 6. Huib en ik vinden het buiten zittend een relaxed tochtje, maar de familie ligt binnen te bonken in hun bedden. Hoe is het mogelijk, dat we voor de derde keer in het donker weg moeten bij Klein Curaçao en dat we nog steeds niet aan land zijn geweest. De foto's van de schildpadden zijn een schrale troost.

Trips op het eiland

 
Blow Hole!

We maken een mooie tocht naar Shete Boka National Park aan de Westpunt.  Daar zijn enkele blowholes: inhammen waar het zeewater met grote kracht in slaat en de lucht comprimeert zodat er luide knallen ontstaan. Boka Pistol is het meest indrukwekkend, omdat het water daar ook hoog op spat. Af en toe duikt er in het kolkende water een grote schildpad op om even adem te halen en dan weer snel naar beneden te duiken, waar het rustiger is. We zwemmen op diverse schitterende stranden en snorkelen veel. Het hoogtepunt wat dat betreft is Tugboat Beach, waar een oude sleepboot op de bodem ligt die helemaal begroeid is met koraal en waar je in scholen van honderden vissen zwemt. Het is een eindje zwemmen van het strand, maar zelfs Julian van 5 jaar komt moeiteloos mee. Uiteraard gaan we de flamingo's weer bekijken en met een schoteltje suiker lokken we suikerdiefjes en troepialen op de veranda.

Aan het eind van de week blijven wij achter op Madeleine, wat altijd weer even slikken is. Wij hebben nog wat klusjes te doen en bereiden ons vertrek naar Colombia voor.  

 

Wandeling op Klein Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 11 oktober

Curaçao

We hebben een gezellige tijd op Curaçao. We ontmoeten Martin en Francis, rasechte Amsterdammers die ons zeer gastvrij onthalen in hun prachtige villa-met-zwembad uitkijkend over het Spaanse Water en die met ons een hele mooie trip maken over het eiland. Flamingo's aan de westkust en bij de noordpunt,  spectaculaire 'blow holes' en 'natural bridges'. We besluiten de tocht in het authentieke restaurant van "Jaantchie" op de Westpunt. De 80-jarige Jaantchie doet niet aan menukaarten, nee hij komt persoonlijk aan je tafel vertellen wat hij die dag serveert en doet daarbij alle dieren na en laat zijn vingers over je arm gaan als hij bij de leguaan aangekomen is.

Op een mooie maandagochtend maken we in onze marina de huwelijksinzegening mee van Leon en Frieda van de "Puff", op een stijlvol aangeklede steiger en een op en top blinkende Puff. De trouwjurk heeft anderhalf jaar stouwen in zoutwater atmosfeer goed overleefd en staat beeldig. Na het jawoord toeteren wij, verzamelde cruisers, luid op onze scheepshoorns.

We ontmoeten oude collega's en zeggen toe om voor de internisten een voordracht te houden in het St Elizabeth Ziekenhuis en enkele reumapatiënten te zien. 

Bonaire

In de herfstvakantie zullen Sander, Simone, Jasmijn, Roos en Julian naar Curaçao komen. Wij gaan in de tussentijd een uitstapje maken naar Bonaire. Omdat Bonaire ten oosten van Curaçao ligt, kan de tocht daar naar toe behoorlijk heftig zijn, nl tegen wind en stroom in. Als de wind een paar dagen wat afneemt (15 knopen in plaats van 25), gaan we op pad. Tussen Curaçao en Bonaire ligt Klein Curaçao, een onbewoond eiland met een vuurtoren erop, een scheepswrak op het strand aan de oceaanzijde en een prachtig zandstrand aan de beschutte kant. Daar worden veel dagtrips naar toe georganiseerd en daar willen wij een kijkje gaan nemen. Er naar toe kruisend merken we bij het overstag gaan dat de roeren nauwelijks reageren op de stuurwielen. Als Huib in de machinekamer gaat kijken blijkt er inderdaad geen overbrenging te zijn van de stuurinrichting naar de roeren en aan stuurboord is er olie gelekt uit de hydraulische cilinder. We moeten terug om dit in orde te maken. We kiezen er voor om naar Curaçao Marina te gaan, de enige marina in het Schottegat, direct in Willemstad, omdat daar veel nautische bedrijfjes zitten. Met enige moeite lukt het om het telefoonnummer van de marina te achterhalen en contact te krijgen. Natuurlijk is net het beltegoed van mijn lokale telefoon op als ik ons probleem heb uitgelegd, maar we mogen komen. We melden ons netjes bij Port Authority, krijgen toestemming om de Annabaai in te varen en zo tuffen we langs de kleurige kades van Willemstad  en onder de hoge Koningin Julianabrug door.

Handelskade, Willemstad

We meren af aan een vrije langszij steiger in de marina. Daar hebben we enorm geluk, want heel toevallig is daar een hydrauliek expert voor een klus. Hij biedt aan om te komen kijken en hij bevestigt het probleem wat Huib al had vastgesteld: de verbindingen tussen de cilinder en de slangen lekken. Huib had bij het vervangen van de cilinder al geconstateerd dat de bijgeleverde moeren niet goed pasten. Onze vriend maakt nieuwe verbindingen, installeert die en voilà! Binnen 2 uur klaar. Daarna is Huib nog uren bezig om het systeem te vullen en te ontluchten. Ook in de komende weken is hij daar voortdurend mee bezig, voor het hele systeem vrij van lucht is. Precisiewerk. De volgende dag gaan we in de herkansing op weg naar Klein Curaçao. Als ik nog even een kopje koffie wil zetten blijkt de gasfles leeg te zijn, dus ook die moet Huib nog weer even omzetten. We melden ons dit keer niet bij Port Authority, want eigenlijk zijn we inmiddels illegaal in Curaçao. We zijn immers al uitgeklaard en we hebben gister niet de moeite genomen om ons weer bij de douane te melden. Dat is nl een klus waar je gerust een halve dag voor uit kunt trekken. Het Schottegat is de werkhaven van Willemstad waar de grote Isla olieraffinaderij ligt, dus er is veel groot vrachtverkeer.  Als we vanuit de marina de hoek om komen het Schottegat in, liggen we ineens oog in oog met de "Rotterdam", een groot werkschip. Gauw in zín achteruit en aan de kant. Bij de uitgang van de Annabaai ligt weer een reus van een schip, zodat ik peentjes zweet en spijt heb dat ik me niet gemeld heb bij Port Authority. Dan begeleiden ze je nl naar buiten. Het is vrijwel windstil, een uitzondering, en we gaan op de motor naar Klein Curaçao. Heerlijk voor anker in azuurblauw water met een schitterend zandstrand voor onze neus. Lekker weer eens uitgebreid zwemmen. We relaxen een dag aan boord en willen nog een dag blijven om een wandeling over het eiland te maken. Maar de tweede avond komt er een raar bootje naast ons liggen met een druk over het dek heen en weer lopend mannetje die luid loopt te telefoneren en roept dat hij interessante lading aan boord heeft. In tegenstelling tot gisternacht liggen er geen andere boten meer in de baai. Wij voelen ons niet prettig, zien in gedachten al speedboten met ongure types arriveren, bellen de coastguard en besluiten om weg te gaan. Het is al donker, we halen het anker op en zetten koers naar Bonaire. Inmiddels is het weer flink gaan waaien en omdat we niet langs onze verdachte buurman willen varen moeten we via de noordkant om Klein Curaçao heen. Daardoor komen we op een ongunstige koers naar Bonaire uit: we moeten op de motor tegen wind en golven in stampen. Als we vroeg in de ochtend in het donker bij Bonaire aankomen kunnen we de moorings nog niet zien. Ter bescherming van het rif voor de gehele kust van Bonaire mag je nergens ankeren. Je moet gebruik maken van de moorings die voor de hoofdstad Kralendijk zijn neergelegd. We dobberen wat rond tot het licht wordt en leggen dan aan. Vanaf de boot kun je zo het heldere water in en snorkelen. 

Bonaire is onder water minstens zo mooi als er boven. We snorkelen op verschillende plekken en zien een enorme verscheidenheid aan vissen en koraal. Scubadiving is ongetwijfeld nog indrukwekkender, maar op mijn uitdrukkelijk verzoek wagen we ons daar niet meer aan (tot verdriet van Huib). Het eiland is erg droog, met imposante cactussen, zoutmeren vol met roze flamingo's en zoutpannen aan de zuidkust. Hier heeft zich ook weer een minder fraai stuk Nederlandse geschiedenis afgespeeld.

 
Huidige zoutwinning Bonaire

Bonaire was een Hollandse strafkolonie, waar criminelen en weggelopen slaven voor straf moesten werken in de zoutwinning. Slaven stonden blootsvoets in de zoutpannen en moesten met pikhouwelen of blote handen zoutbrokken afbreken, in de brandende zon. Ze sliepen in hun natte zoute kleren in primitieve zelfgemaakte hutjes van bladeren.

 
Slavenhuisjes met (oranje) obelisk

Zij noemden dit gebied  "De Witte Hel". Dertien jaar voor de afschaffing van de slavernij heeft de West Indische Compagnie 2-persoons slavenhutten laten bouwen, naar aanleiding van internationale kritiek op de slechte behandeling van de slaven!

 

 

Washington Slagbaai National Park

Voor een tocht door het Washington Slagbaai National Park huren we een pickup, en dat is geen overbodige luxe op de dirt roads daar. We zijn blij dat we het er zonder lekke band van af brengen met al die scherpe stenen en gemene cactusstekels op de weg.

 

  

Klein Curaçao

Klein Curaçao, vuurtoren

Op de terugweg naar Curaçao willen we weer naar Klein Curaçao, want we zouden daar immers nog rondwandelen. Op zaterdag 10 oktober komen we daar aan het eind van de middag aan, het anker graaft zich prettig in de zandbodem.  Zwemmen, een biertje, hapje eten. Dan valt het Huib ineens op dat we dwars op de wind liggen, die inmiddels flink is toegenomen. Bij ankeren is dat onmogelijk, omdat de neus van de boot altijd in de wind gaat liggen. Als we op de dieptemeter 105 meter zien staan in plaats van 5 meter weten we het zeker, het anker is losgekomen en we drijven af. Het is een stikdonkere nacht zonder maan. Lang leve de kaartplotter, waarmee je je kunt oriënteren. We halen het anker op en er zit niet anders op dan dat we naar Curaçao doorvaren, want hier vertrouwen we de bodem niet meer in deze harde wind. We waren van plan om in Curaçao te gaan ankeren in het Spaanse Water, maar de ingang vanaf zee daar naar toe is tricky in het donker, omdat de doorgang nauw is tussen een zandbank aan stuurboord en rif aan bakboord. Omdat onze vorige track op onverklaarbare wijze uit de plotter verdwenen is durven we daar in het donker niet in te varen. Je weet nooit of de elektronische kaart 100% nauwkeurig is. We kiezen voor de Fuikbaai, waarvan de ingang minder moeilijk is. Maar omdat we daar nog niet eerder geweest zijn, is het in het donker toch moeilijk om je te oriënteren. Gelukkig blijkt de kaart goed overeen te komen met de werkelijkheid en met de coördinaten uit de pilot, een lichtenlijn, boeien en RADAR komen we goed binnen. Om half 11 's avonds liggen we solide achter ons anker en duiken ons bed in. Die wandeling op Klein Curaçao zit er voor ons niet meer in... ?

 

Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Vrijdag 18 september

Curaçao

Op maandag 3 augustus hebben we eindelijk onze paspoorten terug van de Amerikaanse ambassade. We melden ons in Trinidad af bij immigratie en douane en zetten koers naar Curaçao. In verband met piraterij moet je minstens 50 mijl uit de Venezolaanse kust blijven en daarom zeilen we eerst naar het noorden, richting Grenada, en vervolgens naar het westen. We hebben mooie wind en schieten goed op. Donderdagavond varen we het Spaanse Water binnen, het grote binnenwater van Curaçao met diverse ankerplaatsen. Wij hebben gereserveerd in Seru Boca Marina, waar we Madeleine willen achterlaten als we enkele weken naar Nederland gaan. Het marinapersoneel is al vertrokken, wij gaan voor anker. Een prachtige plek met grote landhuizen aan de kust. Het waait hier stevig. De volgende dag krijgen we onze ligplaats in de marina toegewezen en met Samm, één van de marinamedewerkers gaan we naar Willemstad om in te klaren. Direct door naar het reisbureau om een nieuwe vlucht naar NL te boeken voor diezelfde avond. Onze spullen staan al dagen ingepakt aan boord, dus daar hebben we niet veel tijd meer voor nodig. Zaterdagmiddag 8 augustus zijn we thuis in Amsterdam, wat is vliegen toch onwerkelijk.

Vanuit ons appartement kunnen we het 5-jaarlijkse zeilevenement SAIL fantastisch zien. Met vrienden en familie hebben we een supergezellige dag bij de intocht van de tallships, die pal onder ons raam voorbij varen. Vijf dagen bruist het op het IJ, zoveel prachtige schepen zie je zelden bij elkaar. Het is een gezellige drukte, die heel goed geregeld wordt door de gemeente Amsterdam.

De weken vliegen om met SAIL, familiebezoek en een hoop klussen. We verkopen onze Landrover, een actie waar Huib dagen hartzeer van heeft. We schaffen nieuwe laptops aan die sneller zijn dan de slak die we in Suriname hebben gekocht. Huib laadt een grote hoeveelheid boeken in onze bagage en bepakt & bezakt worden we door buurvrouw Lieke op 1 september naar Schiphol gebracht.Handelskade, Willemstad, Curaçao

In Seru Boca Marina treffen we Madeleine in goede orde aan, zij het onder een dikke laag stof, zowel buiten als binnen, afkomstig van een nabij gelegen fosfaatmijn. Dat wordt weer een hele dag poetsen. In verband met familieomstandigheden ga ik een week naar Kansas City (komt mijn US visum toch eerder van pas dan ik gedacht had). Huib klust in de tussentijd aan boord en huurt een auto. We leggen contact met de vele zeilers die hier in het orkaanseizoen verblijven en ontmoeten zelfs ook weer oude bekenden: Inge en Pieter van de Baerne, met wie we in 2006 een toer over het Caribische eiland Dominica hebben gemaakt. Van Inge kreeg ik indertijd een recept om yoghurt te maken wat ik nog steeds gebruik. Curaçao heeft talloze prachtige stranden en op weg naar één daarvan, Porto Mari, komen we grote groepen rode Flamingo's tegen. Op het strand zien we de mooiste vogeltjes, onder andere de Oriole (wielewaal), de nationale vogel van Curaçao. Het strand ligt bezaaid met koraal en de vissen zwemmen tot aan het strand. Je hoeft niet ver in zee te gaan om mooi te kunnen snorkelen. Hier houden we het wel een tijdje uit.

 

Trinidad revisited

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Donderdag 30 juli

Begin juli zijn we van Trinidad naar Tobago gezeild. T & T vormen samen 1 republiek en hebben een gezamenlijke munt, de TT dollar, die elders ter wereld niets waard is. De eilanden zijn totaal verschillend qua karakter. Op Trinidad speelt de olie industrie een belangrijke rol. Het water is op veel plaatsen vervuild en er wordt slordig met afval omgesprongen. Er is veel criminaliteit, vooral onder illegalen (Jamaicanen en Venezuelanen). Omdat de Caribische eilanden verenigd zijn in de CariCom is het om politieke redenen lastig om illegalen het land uit te zetten. Trinidad heeft aan de noordkust en aan de oostkust enkele baaitjes met strand, maar die liggen onbeschut aan de oceaan. Tobago heeft aan de westkust (Caribische zee) veel prachtige baaien en stranden. Op Tobago wordt veel aandacht besteed aan eco toerisme. Overal wordt gevraagd om je afval mee te nemen na een dagje strand. Beide eilanden onderscheiden ze zich van de meeste andere Caribische eilanden: er is tropisch regenwoud en er zijn veel vogelsoorten. Tobago ligt oostelijk van de overige Caribische eilanden en wordt daardoor minder vaak bezocht door zeilers, omdat je tegen de heersende wind en tegen de stroom in moet om het eiland te bereiken. De meeste Amerikaanse cruisers die al vele jaren in de Carieb rondzeilen zijn nog nooit op Tobago geweest. Gewend als wij zijn aan laveren en aan de wind zeilen in Het Engelse Kanaal laten wij ons daardoor natuurlijk niet tegenhouden. Maar dat valt toch tegen. Met een snelheid van 6-7 knopen (knoop = nautische mijl per uur) schieten we al kruisend toch maar een halve mijl per uur op in de goede richting. Dat wordt een lange tocht. Over een afstand van 55 mijl hemelsbreed doen we ruim een etmaal, waarbij we 115 mijl afleggen. Ons einddoel Store Bay maakt veel goed met zijn prachtige stranden en heerlijke water waar we direct in kunnen duiken van af de boot.

Store Bay, Tobago

De volgende dag gaan we ons melden in Scarborough, de hoofdstad. Het vervoer op Tobago is goed geregeld. Er zijn bussen, waarvan je nooit weet wanneer ze rijden. Er zijn maxi-taxi's, die ongeveer 10 mensen kunnen vervoeren en die je, lopend langs de weg, aan kunt houden. Maar vol is vol. Er zijn auto's met een H in het nummerbord die officieel als taxi mogen rijden. En er zijn veel automobilisten die mensen langs de kant van de weg meenemen voor een paar TT dollars en zo wat bijverdienen. Van dat laatste vervoer hebben wij ook verschillende keren gebruik gemaakt. Het is spannend, want je weet niet bij wie je instapt, maar op Tobago zijn de mensen verschrikkelijk aardig en erg gelovig, dus soms hoef je niet te betalen omdat ze die dag nog een goede daad te doen hebben. Veel God Bless You's meegekregen. In verband met drugssmokkel probeert de douane goede grip te houden op de whereabouts van de cruisers. Dat betekent, dat als je langs de kust naar het noorden gaat, je je in het zuiden af moet melden en in het noorden in moet klaren bij de douane in Charlotteville. En dat op een eiland van 30 kilometer. Dat doet dus niemand.

 
Glassbottom boat 
Englishman's Bay, Tobago
Pirate's Bay, Tobago
Parlatuvier Bay, Tobago

Van 6-20 juli komen dochter Irene, man René en kinderen Ella en Finn met ons meezeilen. In Store Bay liggen we vlak bij het vliegveld, zodat we hen gemakkelijk kunnen ophalen. Onze dinghy ligt op het strand en voor de kleintjes begint het al meteen spannend als we in het pikkedonker eerst met de bagage (die we gelukkig droog aan boord krijgen) naar Madeleine varen en dan terugkomen om de gasten op te halen. Door het water badend de dinghy in, gelukkig staat er niet veel branding (we zijn in het verleden wel eens omgeslagen in flinke branding). Wij zijn het ons niet meer bewust, maar aan de bleekwegtrekkende gezichten merken we hoe Madeleine ligt te schommelen voor anker. René heeft een slechte nacht, maar de anderen slapen redelijk. Twee weken lang is het een feest van zwemmen rond de boot voor het ontbijt, naar het strand, snorkelen, kastelen bouwen, stokken verzamelen (Finn) en genieten van de zonsondergangen en de rust. Sterrenhemels waar we 's avonds liggend in de trampolines Sam en Madelief in zien. We gaan diverse baaien af. In Englishman's Bay wanen we ons op een onbewoond eiland, want we zijn de enige aanwezigen. We maken een tocht over Bucco Reef in een glassbottom boat, waardoor je het rif en de vissen kunt zien, en zwemmen in Nylon Pool, een ondiepte midden in de oceaan. We maken een autotochtje over het eiland en diverse wandelingetjes, oa naar Parlatuvier Watervallen. Als we 's avonds een ommetje maken in Charlotteville worden we betrapt door de douane. Hij heeft Madeleine zien liggen in zijn baai en wij hebben ons niet gemeld. Gelukkig kennen we hem van enkele weken geleden, het is geen ongeschikte kerel, en met enige tact en voorgewende onnozelheid krijgen we het voor elkaar dat hij onze papieren in orde maakt. We krijgen permissie om een paar dagen te blijven in Man Of War Bay. Hetzelfde overkomt ons als we in Store Bay terugkomen. We gaan ons 's maandags afmelden in Scarborough 10 mijl verderop en de douane weet al dat wij 's zaterdags om 15.00 uur teruggekomen zijn. Big Brother is er niets bij.

Wij dubiëren of we terug zullen gaan naar Trinidad of dat we van Tobago direct naar Curaçao zullen zeilen. We hebben op 2 augustus een vlucht van Curaçao naar Amsterdam geboekt, omdat we SAIL Amsterdam willen meemaken. Toen we in juni een paar weken in Trinidad waren hebben we de aanvraag voor een US visum gestart. Als we te zijner tijd Amerika binnen willen varen hebben we daarvoor namelijk een visum nodig. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen als je betaald hebt. Daarna maak je een afspraak op de ambassade, waarbij je paspoort wordt ingenomen. Dat krijg je volgens de website na 1-3 werkdagen terug. Wij hadden in juni een afspraak op de ambassade, maar die werd afgezegd in verband met technische problemen en verzet naar 22 juli. Redelijkerwijs moeten we tijd genoeg hebben om naar Trinidad te gaan, visumaanvraag af te handelen en naar Curaçao te zeilen. Dachten we. Nu wachten we al meer dan een week op onze paspoorten zonder dewelke wij het land niet kunnen verlaten. Dus onze vlucht van 2 augustus gaan wij niet halen, want het kost op zijn minst 3 dagen om naar Curaçao te zeilen.