Joomla Template by Create Website

Van Santa Marta naar de San Blas Eilanden

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Maandag 21 december

350 NM (nautical miles) in 45 uur, niet slecht voor een ouder echtpaar in een zeilboot...

We komen aan op het eiland Porvenir waar wij wonderbaarlijk snel inklaren, niet alleen voor de San Blas maar ook voor de rest van Panama inclusief het Panamakanaal en wel voor een heel jaar. Dit werpt een speciaal licht op de Colombiaanse bureaucratie waar wij net het slachtoffer van waren en die er een dikke maand over deed om ons in te klaren.

Porvenir dus, onze eerste kennismaking met de Kuna indianen. De Kuna's bevolken de San Blas eilanden archipel en spreken zelf liever van Kuna Yala (Republiek van de Kuna's). San Blas is de naam die de Spanjaarden aan de eilanden gaven toen ze die veroverden. We hebben nauwelijks ons anker uitgeworpen of we worden geënterd door een man, vrouw en meisje die zijn komen aanpeddelen in een uitgeholde boomstam.

 De man stelt zich voor als Nestor, woont op een naburig eiland en biedt ons zijn diensten aan (afval wegbrengen, een Kuna vlag en mola's kopen) in beter Engels dan wij gewend waren van veel Colombianen maar overigens even vriendelijk en even begaafd in de kunst van communiceren. De vrouw heeft een grote ton voor zich staan, vol met handwerk. Wij willen graag een Kuna vlag, maar Huib is streng en wil per se een vlag die aan beide kanten een afbeelding heeft. Daar zal ze vanavond aan gaan werken, wordt morgen gebracht. Intussen heeft ze haar ton leeggeschud en showt ze haar mola's. Dit zijn doeken van kunstig patchwork gecombineerd met borduurwerk. In feite zijn het kledingstukken voor vrouwen, die op de borst en de rug gedragen worden en die te vergelijken zijn met de kraplappen van de klederdracht van Urker vrouwen. Naast het traditionele werk, in de kleuren paars, zwart en oranje worden tegenwoordig ook toeristenmola's gemaakt in groen, blauw of rood met schreeuwerige designs.

 Kuna's dus. Donkerbruin, gespierd (van al dat peddelen), scherpe neus, brede jukbeenderen en klein van stuk. Nog net niet zo klein als de pygmeeēn in Afrika. Klinkt als generaliseren maar de Kuna's zijn echt een zeer homogeen volk. Dit komt omdat relaties aangaan met niet-Kuna's verboden is op straffe van uitstoting uit de stam. De keerzijde van dit volksgebruik is dat er relatief veel albino's zijn. Bij de Kuna's zijn de vrouwen de baas. Ze gaan over het geld en een echtgenoot wordt deel van de familie van zijn vrouw. Het is niet ongewoon dat mannen zich als vrouwen verkleden en mola's vervaardigen. Er is een grote tolerantie voor homoseksualiteit in de Kuna maatschappij.

Nog wat geschiedenis: de Kuna's hebben zich in hun revolutie van 1925 vrijgevochten van de Panamezen. Panama zelf bestond pas sinds 1903 als zelfstandige staat, losgemaakt van Colombia met steun van Theodore Roosevelt (lees hierover De geheime geschiedenis van Costaguana, van Juan Gabriel Vásquez). De Kuna's wilden in 1925 een eigen soevereine staat maar dreigden door Panamese overmacht uitgeroeid te worden.

 Dit is voorkómen door ook weer interventie van de Amerikanen en sindsdien is Kuna Yala een zelfstandig onderdeel van Panama, met een eigen bestuur en eigen wetten en regels... bijzonder toch? De Kuna's zijn in feite de enige indianenstam ter wereld die als vitale zelfstandige staat functioneert. Waar leven ze van? Van kokosnoten... zonder gekheid: kokosnoten zijn in de boom maar ook op de grond eigendom van de Kuna's. Heb niet het lef als toerist een kokosnoot op te rapen en achterover te drukken; dit is diefstal en wordt bestraft. Alle San Blas eilanden zijn begroeid met palmen hebben een stralend wit zandstrand, helder blauw water en zijn omgeven met koraalriffen waar de branding tegenaan beukt. Kortom ons idee van het paradijs. De volgende dag wordt onze Kuna vlag keurig afgeleverd en onder goedkeurende blikken van onze Kuna vrienden door Huib in het stuurboordwant gehesen. Klaar met alle officialiteiten varen wij naar het naburige eiland Uchutupe Pipigua en genieten daar met volle teugen van boven beschreven aards paradijs.

Tocht door de koffiestreek van Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Medellin

Op 24 november vliegen we van Santa Marta naar Medellin.

 
Botero: Exit Pablo...

Vroeger was dit de meest onveilige stad ter wereld, toen Pablo Escobar hier het hoofdkwartier had van zijn drugskartel. In 1993 is hij gedood en nadien is zijn kartel uit elkaar gevallen en vervangen door het Cali-kartel. Sindsdien is er keihard gewerkt aan het opbouwen van een normale samenleving in Medellin.

 

 

  
Slums?

 

 

 

 

 

 

Er is een goed werkend metrosysteem, spotgoedkoop en intensief. Omdat de bevolking trots is op haar metro ziet het er allemaal goed uit, zonder graffiti. Medellin is in de heuvels gebouwd en de sloppenwijken die daar tegenaan liggen zijn door middel van kabelbanen verbonden met de metro. Zo kan iedereen in een mum van tijd in het centrum zijn. Een van de kabelbanen leidt naar een park buiten en boven de stad, een half uur lang zweef je boven het bos voor je er bent.

  
Medelin vanuit de kabelbaan

Er wordt veel aandacht besteed aan het gewelddadige verleden van de stad en aan de slachtoffers van dit geweld. We bezoeken het pas geopende Casa da Memoria, wat helemaal aan dit onderwerp is gewijd. Helaas is de expositie grotendeels in het Spaans, maar de boodschap komt wel over. Er is een zuil met video's van slachtoffers, die (gelukkig in het Engels ondertiteld) vertellen wat ze hebben meegemaakt: boeren die van hun land zijn verdreven, vrouwen en meisjes die verkracht zijn, vrouwen  van wie een zoon of echtgenoot verdwenen en vermoord is, journalisten, studenten en advocaten die om hun ideeÎn vervolgd zijn etcetera. Zeer indrukwekkend. Men probeert hier iets te leren van de geschiedenis.

  
Pedrito Botero
Plaza Botero

Ons Hotel Nutibara, (meer vergaan dan glorie) ligt zeer centraal aan het Plaza Botero. Fernando Botero is een Colombiaanse kunstenaar die ongelofelijk productief is en die meer dan 100 van zijn kunstwerken aan het Museo de Antioqua (moderne kunst) en aan de stad Medellin heeft geschonken. Hij beeldt zijn figuren, zowel mensen als dieren, uit als in een bolle spiegel. Hij zelf noemt het effect wat dit heeft volumineus, niet dik. Het is even wennen, maar dan is het prachtig. Zijn bronzen beelden zijn kolossaal en staan voor een deel buiten op het plein voor het museum. Iedereen laat zich daar fotograferen. 

   

 

 

 

 

 

Men is druk bezig om de straten en pleinen te versieren voor de kerst. Overal worden grote stellages opgebouwd, die ís avonds verlicht worden. Het bijzondere is dat dit voor een groot deel van lege PET-flessen is gemaakt. Flessenbodems die in verschillende kleuren zijn geverfd, doppen, en flessenhalzen,  alles wordt afzonderlijk gebruikt.

Jardin

Met de bus gaan we naar Jardin, een tocht die normaal zo'n 4 uur duurt, maar die door onze buschauffeur bijna laagvliegend in 3 uur wordt afgelegd. We racen door de haarspeldbochten in de bergen en dubbele strepen of onoverzichtelijke bochten weerhouden hem er niet van om inhaalmanoeuvres uit te voeren.

 
Jardin: Parque Principal

Jardin is een bergdorpje in de Andes, een zogenaamde paisa. Dat is een origineel boerendorp, waar de huizen in vrolijke kleuren zijn geschilderd. Het ligt midden in de koffieplantages en dit gebied is zeer welvarend. Het dorp is schoon, alles ziet er goed verzorgd uit. Er lopen nog veel echte cowboys rond, die 's avonds te paard en muildier paraderen rond het dorpsplein.

 

   

 

 

 

 

 

Alle restaurantjes hebben gekleurde tafeltjes en houten stoeltjes, wat het plein een vrolijk aanzicht geeft. Op de stoeltjes kun je alleen comfortabel zitten als je het stoeltje kantelt op de achterste poten en tegen de muur leunt.

Iedereen drinkt er koffie in grote gebloemde koppen. Melk erin betekent een vel. Op het plein staan karretjes waar vers fruit (mango's, meloen, ananas, aardbeien, kokos) wordt schoongemaakt en in stukjes gesneden in bekers wordt verkocht. Voor 2000 pesos (60 eurocent) worden 5 sinaasappels geperst. Als de beker dan niet helemaal vol is, wordt er nog 1 geperst, de beker tot over de rand gevuld, voor je mond gehouden zodat je er iets uit kunt slurpen en dan wordt de rest van het sap er in gegoten. Verser en smakelijker kan het niet.

   

Rond Jardin kun je prachtige wandelingen maken met indrukwekkende vergezichten. Veel bloemen en vogels. We lopen een weggetje af waarvan we hopen dat het rondom de berg slingert en ons terugbrengt naar het dorp. Dat is niet het geval, het loopt dood op een afgelegen finca (boerderij). De vrouw daar noodt ons binnen voor een glas jugo (vruchtensap). Voor de zoveelste keer balen we dat we geen woord Spaans spreken en zoveel hartelijkheid niet verbaal kunnen beantwoorden.

    

Op zondagochtend is het eindelijk rustig bij de kapper en ik vind dat Huib nodig geknipt moet worden. Onder enige dwang laat hij zich binnenloodsen bij een aardige oudere heer, die hem zorgzaam knipt. Hij checkt de lengte van het kapsel enkele keren bij mij.

  Als Huib er weer netjes uitziet vindt de kapper het mijn beurt. Inderdaad ziet mijn pony er wel wat slonzig uit, dus vooruit, ik laat me ook in de stoel zetten. Keurig wordt de pony niet te kort geknipt. Dan gebaart hij dat ik de speld uit mijn haar moet halen, voor de rest. Inmiddels is mijn vertrouwen wat gegroeid en ik gebaar dat er aan de onderkant wel wat bijgepunt mag worden.

 Ik ben al een jaar bezig om de laagjes uit mijn vorige kapsel te laten bijgroeien, voor het gemak van opsteken. Handig als je zeilt. Groot is mijn schrik als hij een pluk haar midden op mijn hoofd beetpakt en daar de schaar in zet om er 10 cm af te knippen. Ik geef een gil en hij grijnst in de spiegel naar me. Het zweet breekt me uit. Geen weg terug, na deze hap. Hij knipt de achterkant in lagen, laat de lengte onder intact en is zelf zeer tevreden over het resultaat als hij mijn haar op mijn rug borstelt. Dit kapsel is zeer populair bij de vrouwen hier, maar die hebben prachtig dik diepzwart haar wat mooi valt en hij weet niet hoe mijn dunne Europese haar er na een wandelingetje en wat wind uitziet. Ik ben dagen van slag.

Hacienda Guayabal

Vanuit Jardin boeken we een paar nachten in Hacienda Guayabal, een koffiefarm in Chinchina. We moeten op maandagochtend om 8 uur de bus hebben naar Riosucio. Voor de zekerheid zijn we een half uur eerder present bij het kantoortje. We hoeven geen ticket te kopen, de bus komt zo.

    

Er is veel verwarring, maar uiteindelijk blijken we de zogenaamde Andesbus te moeten hebben: een in vrolijke kleuren geschilderde bus, aan de zijkanten open, met houten banken over de hele breedte. De tocht door het Andesgebergte, over een dirt-road tussen 2 natuurreservaten door, duurt ruim 4 uur. Onderweg worden midden in de wildernis een paar vrouwen en kinderen opgepikt, er moeten lege gasflessen mee, een kapotte autoband en geleidelijk raakt de bus aardig vol. De chauffeur rijdt behoedzaam langs de afgronden, waarbij hier en daar de grond afbrokkelt als wij gepasseerd zijn. Er zijn gelukkig geen tegenliggers. De radio speelt vrolijke muziek die door de vrouwen luidkeels wordt meegezongen. Halverwege stoppen we bij een nederzettinkje waar we koffie en soep kunnen krijgen. Het is koud, we rijden op grote hoogte door flarden wolken. De Colombianen zijn goed voorbereid met fleece-dekens. In Riosucio worden we direct uit de bus geplukt, want de aansluiting naar het volgende stadje staat al klaar. Na nog een bus en een korte taxirit zijn we om een uur of 3 in Guayabal.

 De farm is al meer dan 100 jaar in dezelfde familie en Maria Theresia, oma, laat er geen misverstand over bestaan dat zij de eigenaar en de baas is. Zoons, dochters en kleinkinderen werken op het bedrijf mee, ieder in een eigen taak. We worden allerhartelijkst ontvangen en in de familie opgenomen. We krijgen de mooiste kamer met aan 2 kanten ramen met uitzicht over de vallei met onafzienbare koffiestruiken. Het doet wel een beetje aan Toscane denken, in het avondlicht.

 

  
Op koffietoer

De volgende dag doen we de "koffietoer". We worden over de plantage geleid, krijgen uitleg over de aanleg en de groei van de planten, de pluk etc. Daarna geeft zoon Jorge, een zeer serieus, ietwat zorgelijk type, een college over het verwerken van de bonen. Hoe te roosteren, te drogen en vervolgens koffie te zetten. Afhankelijk van de manier waarop je de koffie zet (watertemperatuur en doorlooptijd) krijg je een andere smaak van de koffie. Heel eerlijk gezegd vinden we de Colombiaanse koffie niet erg lekker, en dat blijkt te komen doordat de goede koffiebonen worden geëxporteerd en de tweede keus in het land blijft.

 
Koffieplukkers met dagopbrengst

Boeren zijn afhankelijk van een landelijke coöperatie die hun bonen opkoopt en exporteert. In onze ogen krijgen zij weinig betaald, ongeveer 140 euro voor een zak met 70 kilo bonen. Het grote geld wordt door anderen binnengehaald. De meeste boeren houden een klein gedeelte van de bonen zelf, roosteren dat zelf voor eigen gebruik en verkopen er wat van. Het lukt ze niet om als individuele speler op de internationale markt te komen. Juan Valdez is een organisatie die beweert dat ze de boeren beter betaalt (fair trade), maar dat is propaganda volgens Jorge.

  Op de hacienda staan verschillende voedertafels met fruit voor vogels. ís Ochtends vroeg worden daar verse bananen op gelegd, dan kun je met je camera in de aanslag gaan zitten kijken. De vogels vliegen af en aan en schrokken de banaan naar binnen. Met veel moeite en geduld lukt het om een paar mooie foto's te maken. De meest opvallende vogel gaat er eens echt voor zitten, draait zijn kop met blauwe krans alle kanten op en poseert langdurig voor ons.

  Ook hier is de kerstsfeer al in volle gang. De tuin staat vol met houten kersttaferelen, waar wij proberen langs te kijken om het uitzicht niet te laten bederven. Na 2 dagen relaxen in vol pension met heerlijk eten nemen we afscheid van Guayabal en vertrekken naar Salento, 2 busritten verderop. 

 

 

Salento

Ook dit is een pittoresk bergdorp, maar veel toeristischer dan Jardin. De hoofdstraat bestaat uitsluitend uit souvenirs-winkeltjes. Het dorp is vooral beroemd door de ligging vlakbij de Valle de Cocora. 

  

 

In deze vallei, die grotendeels bestaat uit weideland, staan de hoogste palmbomen (waxpalms) ter wereld, zo'n 60 meter hoog. De waxpalm is de nationale boom van Colombia. Vanuit Salento word je per Willy's (jeep) naar de vallei gebracht. Op zich een belevenis, omdat er in de laadbak 8 mensen worden gestouwd, naast de chauffeur 2 en op de treeplank achterop 3 (staand en zich aan het imperiaal vasthoudend).

   

Op ons gemak lopen we naar de finca op 2850 meter, waar we een kop koffie kunnen krijgen. Het is bewolkt weer, de palmen hangen af en toe in de flarden wolken. Zelfs op deze hoogte zien we nog veel bloemen en bij de finca zoemen er weer hummingbirds (kolibries) in de struiken. Prachtige vergezichten en een heerlijke frisse atmosfeer. Het is ook wel weer eens fijn om onder een deken te slapen.

  
Pereira Muzikanten

Vanuit Salento gaan we terug naar Pereira en vandaar vliegen we naar Cartagena. Het middagje in Pereira vullen we met shoppen. Voor 130 euro heeft Huib een hele nieuwe outfit bij elkaar van het Colombiaanse merk VO5. De vriendelijkheid en de hulpvaardigheid van de mensen is hartverwarmend. Op het busstation in Pereira moeten we de sleutel van onze kamer die we per ongeluk mee hebben genomen, terugsturen naar Guayabal. Niets wordt hier per post gestuurd, alles gaat met de bus mee. We gaan naar de desbetreffende busmaatschappij, maar daar begrijpen ze ons niet, ze denken dat we een ticket willen kopen. Dan komt er iemand op ons af die een beetje Engels spreekt en vraagt of hij kan helpen. Hij wijst ons waar het loket is om pakjes af te geven en loopt mee om daar aan de balie uit te leggen wat er moet gebeuren.

  
Koekje van eigen deeg...

We zijn nog een tijdje bezig omdat we van Jorge het nummer van zijn ID kaart moeten weten, dat wordt op het pakketje genoteerd, zodat hij zich kan legitimeren als hij het op komt halen. We zoeken dus een wifiverbinding om hem te emailen, stoelen worden in het cafeetje voor ons vrij gemaakt en onze vriend blijft in de buurt om te checken of alles in orde komt. Zodra je ergens zoekend rondloopt komt er wel iemand op je af om te vragen of hij ergens mee kan helpen.  Als we op de terugweg van Cartagena in Santa Marta uit de bus worden gezet op de dichtstbijzijnde plek voor de marina, stapt er een medepassagier uit om een taxi voor ons aan te houden en de chauffeur te instrueren waar hij ons naar toe moet brengen.

Cartagena

Een vlotte vlucht brengt ons op zondag 6 december in Cartagena. We hebben een hotel geboekt in de historische, ommuurde stad. 

 
Imposante oude gebouwen, leuke pleinen, overal verkopers met sombrero's, souvenirs, sigaren en sigaretten, frisdrank. Ook hier weer veel fruit en jugo te koop op straat. Maar ook hippe tentjes, met airco en verantwoord (uiteraard organisch) voedsel, wat dan weer wel in plastic wordt geserveerd. 's Avonds kun je je in een open rijtuig getrokken door een paard of muildier door de stad laten rijden en ook hier is de stad 's avonds kunstig verlicht.
   
Dance!

Genoeg te zien als je je op een terrasje nestelt. Ook hier zijn de musea vooral in het Spaans, behalve het Museo del Oro, waar net als in Santa Marta de prachtige gouden sieraden en voorwerpen die mee het graf ingingen, tentoongesteld worden. De Zenu indianen waren de oorspronkelijke bewoners van deze streek. 

Met de bus gaan we terug naar Santa Marta, waar we op 9 december Madeleine in goede orde aantreffen. Aan de buitenkant pikzwart door de nabije kolenmijnen, maar binnen droog en zonder kakkerlakken (die ik in visioenen al voor me had gezien).   

 

Santa Marta, Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 22 november

We hebben lang gedubd of we al dan niet naar Colombia zouden gaan. Recent is een Nederlandse zeilster vermoord op een ankerplaats die als veilig wordt beschouwd. Uiteraard is iedereen hiervan erg onder de indruk, maar de meeste cruisers laten hun plannen hierdoor niet teveel beïnvloeden. Wij besluiten om naar de marina in Santa Marta te gaan, waar we Madeleine veilig kunnen achterlaten als we tochten naar het binnenland gaan maken. We vertrekken op zondag 8 november, uitgezwaaid door onze buren op het Spaanse Water. Het is prachtig weer, we surfen met uitsluitend de genua op de golven richting het westen. In de nacht passeren we Aruba, we zien alleen de lichtjes. De volgende dag neemt de wind wat af en als we maandagochtend bij de Colombiaanse kust komen staat er nauwelijks wind meer, zodat we de laatste uren moeten motoren. De kust is zeer imposant.  De bergen van de Sierra Nevada de Santa Marta zijn de hoogste coastal mountains ter wereld, 5776 meter. We  kunnen de (besneeuwde) twin peaks zien van Pico Cristóbal Colón en Pico Bolívar. Als we de Cabo de la Aguja ronden krijgen we nog even een partij wind van opzij, maar onze navigatiekaarten blijken goed nauwkeurig te zijn en moeiteloos koersen we tussen de eilandjes Morro Grande en Morro Chico door de baai van Santa Marta in. Het is inmiddels donker geworden. We worden tegemoet gevaren door een dinghy van de marina die we van onze komst op de hoogte hadden gebracht, en naar een ligplaats begeleid. We worden keurig geholpen met aanleggen en aanpakken van alle lijnen en even later staan er al cruisers op de steiger die ons hier wegwijs maken. Tegenover ons ligt de "pasgetrouwde" Puff. 

De marina ligt aan de boulevard (Paseo de Bastidas) midden in Santa Marta. Je loopt zo de historische binnenstad in. Het is een mooie stad, met heerlijke pleintjes en erg veel bomen. De bevolking is veelal Indiaans en zeer vriendelijk. De mensen zijn veel ingetogener dan op de Antillen en in de Cariben.

  
Wayuu Mochila's

Ik vergaap me aan de prachtige tassen (mochila's) die door de Wayuu vrouwen worden gehaakt en die op alle hoeken van de straat worden verkocht. Er zijn tassen zijn van wol, in de kleuren zwart, beige en bruin. Veel mannen dragen deze schoudertassen. De kleine tasjes van deze soort werden vroeger(?) gebruikt om cocabladeren in te bewaren. Daarnaast zijn er mochila's in vele felle kleuren katoen. De schouderbanden worden geweven. Elke mochila heeft een uniek geometrisch patroon wat de cultuur en het leven van de Wayuu stam symboliseert. Ik kan geen keus maken en zou er het liefst veel kopen. We bezoeken het Museo del Oro Tayrona, waar de geschiedenis van de Tayrona wordt verteld, de oorspronkelijke bewoners van de Sierra Nevada en de voorouders van de 4 Indianenstammen die hier nog wonen: de Kogis, Arhuacos, Kankuamos an de Wiwas. Prachtige gouden en keramische voorwerpen in goede conditie zijn heel knap tentoongesteld. In de negentiger jaren van de vorige eeuw is de Ciudad Perdida (Lost City) blootgelegd, de belangrijkste archeologische plaats van de Tayrona. De Tayrona hadden een geürbaniseerde gemeenschap met steden, tempels en ceremoniële plekken, die gebouwd waren op stenen terrassen. De naar schatting 30.000 Indianen die nog in de Sierra Nevada leven geloven dat dit het centrum van de wereld is en dat de gezondheid van de bergen het welzijn van de hele Aarde beïnvloedt. Veel plekken in het gebied zijn heilig en verboden voor outsiders. Het museum is gehuisvest in de Casa de la Aduana, het oudste douanekantoor in Zuid Amerika, daterend uit 1531. Hier heeft Simón Bolívar een tijdje gewoond. Bolívar, van Venezolaanse afkomst, heeft in Zuid Amerika een belangrijke rol gespeeld in de strijd tegen de Spaanse bezetters om de onafhankelijkheid (vergelijk Willem van Oranje). Bolívar stond aan het hoofd van het revolutionaire leger en bevrijdde eerst in 1821 Venezuela en in 1822 Nueva Granada, zoals Colombia toentertijd heette, van de Spanjaarden. Later bevrijdde hij ook Ecuador en Peru. Panama was in die tijd een Colombiaanse provincie en is in 1903 afgesplitst onder druk van de Amerikanen, tijdens de aanleg van het Panamakanaal.

 

De Pontjesbrug, Willemstad, Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Willemstad is een twin city , gelegen aan de St Annabaai, de vaarweg tussen de Caribische Zee en het Schottegat, de natuurlijke binnenhaven waar de olieindustrie gevestigd is. De oude stadsdelen Punda en Otrobanda (overkant) worden met elkaar verbonden door 2 bruggen. De oudste, uit 1886, is de pontjesbrug of Koningin Emmabrug voor voetgangers, de nieuwste is de 55 meter hoge Koningin Julianabrug, voor het overige verkeer, geopend in 1974.

De drijvende pontjesbrug is één van de bekendste bezienswaardigheden van Willemstad. De brug zwaait de hele dag op verzoek van passerende schepen open en dicht. Daarbij mogen de voetgangers op de brug blijven staan. Uiteraard kunnen ze er dan niet meer af totdat de brug weer in positie vast ligt. De brug heeft zijn naam te danken aan de pontons waarop hij ligt en die het openzwaaien mogelijk maken. Als de brug openstaat kun je gebruik maken van de gratis veerdiensten om naar de overkant te komen.

Juist toen wij in Curaçao aankwamen werd de pontjesbrug gedemonteerd om gerenoveerd te worden. Eind oktober zou hij teruggeplaatst worden. In de tussentijd werd er in Punda hard gewerkt aan de bestrating van het plein naar de brug toe. Op vrijdag 6 november zijn wij voor het laatst in Willemstad, om ons uit te klaren bij de douane en de immigratie. Tot ons genoegen zien we dat de pontjesbrug weer op zijn plek ligt! Het nieuwe wegdek ruikt nog naar vers hout. We lopen naar de overkant en als we daar zijn, gaat de bel. We stappen in Otrobanda af en zijn er getuige van hoe snel de brug kan zwenken. Aan deze kant draait de brug om een vast punt aan de wal, aan de Punda kant gaat hij open. Hoe ver hij open gaat is afhankelijk van de grootte van het schip wat moet passeren. Maximaal kan de brug langszij de kade van Otrobanda worden gelegd, dus 90 graden zwenken. En het gaat in noodtempo. 

 

Vakantie op Curaçao

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Dinsdag 27 oktober

Schildpadden

De herfstvakantie breekt aan en Sander en Simone komen met hun kinderen Jasmijn, Roos en Julian naar ons toe. Ze hebben een appartement gehuurd in Jan Thiel, vlakbij onze ligplaats in het Spaanse Water. De airconditioned slaapkamers daar winnen het van onze hete kooien. Het is zelfs voor Curaçaose begrippen erg heet, het is de warmste periode van het jaar en ondanks het natte seizoen erg droog. Er staat bovendien maar weinig wind. Dat laatste maakt een tochtje naar Klein Curaçao aantrekkelijk, omdat dat immers in de wind ligt. We besluiten om er een nachtje over te blijven. Op de weg er naar toe worden we geënterd door de coastguard, die aan boord komt en alle papieren wil zien. We mogen alleen op Klein Curaçao overnachten als we aan een mooring  gaan liggen. Er zijn er 2, en die zijn als wij aankomen allebei bezet. Aan één er van hangen zelfs 2 (Nederlandse) boten die net als wij een weekendje uit het Spaanse Water weg wilden. We weten inmiddels wat de juiste ankerplek is, waar we overigens de vorige keer ook lagen, zien we nu. Huib gooit het anker en veel meters ketting uit en als we het al snorkelend controleren zien we dat het zich mooi in het zand heeft ingegraven en dat de ketting goed op de grond ligt, beter dan de vorige keer.

Schildpad...

Al gauw zien we een schildpad rond de boot zwemmen en de kinderen gaan al zwemmend en snorkelend naar het strand. Wij blijven altijd liever eerst een tijdje aan boord om zeker te zijn van het anker. Opgetogen komt de familie uren later terug: ze hebben heel veel schildpadden gezien en gefotografeerd  met de onderwater camera van Roos. Wij verheugen ons erop om dat morgen ook te gaan zien. Na het eten verandert het weer. Het trekt dicht, er is weerlichten in de verte. Als iedereen slaapt doen we uit voorzorg de ramen dicht, want het kan soms ineens zo hard gaan regenen, dat je te laat bent. In verband met het dreigende onweer zetten we de instrumenten (oa ankeralarm) uit en leggen de apparatuur in de oven (kooi van Faraday). Om 2 uur 's nachts gaat de wind draaien en we liggen plotseling niet meer in 25 meter water, maar in 5. We draaien naar het strand toe, met onze lange ankerketting. Wat te doen? Lijn inhalen? Eerder hebben we daar al eens slechte ervaringen mee gehad. Wachten tot we op het strand bonken is evenmin een aantrekkelijke optie. De beste keus lijkt te zijn om het anker op te halen en weg te gaan. Het anker ligt goed vast, en bij het ophalen komen we in 2 meter ondiepte terecht, maar met zijn drieën (Huib aan de ankerlier, Sander met zijn neus op de ketting en ik aan het stuur) krijgen we de zaak zonder schade binnen. We hijsen de genua en koersen naar  Curaçao terug, naar Fuikbaai. Het onweer drijft in de verte langs ons weg, de wind neemt toe tot een flinke Bft 6. Huib en ik vinden het buiten zittend een relaxed tochtje, maar de familie ligt binnen te bonken in hun bedden. Hoe is het mogelijk, dat we voor de derde keer in het donker weg moeten bij Klein Curaçao en dat we nog steeds niet aan land zijn geweest. De foto's van de schildpadden zijn een schrale troost.

Trips op het eiland

 
Blow Hole!

We maken een mooie tocht naar Shete Boka National Park aan de Westpunt.  Daar zijn enkele blowholes: inhammen waar het zeewater met grote kracht in slaat en de lucht comprimeert zodat er luide knallen ontstaan. Boka Pistol is het meest indrukwekkend, omdat het water daar ook hoog op spat. Af en toe duikt er in het kolkende water een grote schildpad op om even adem te halen en dan weer snel naar beneden te duiken, waar het rustiger is. We zwemmen op diverse schitterende stranden en snorkelen veel. Het hoogtepunt wat dat betreft is Tugboat Beach, waar een oude sleepboot op de bodem ligt die helemaal begroeid is met koraal en waar je in scholen van honderden vissen zwemt. Het is een eindje zwemmen van het strand, maar zelfs Julian van 5 jaar komt moeiteloos mee. Uiteraard gaan we de flamingo's weer bekijken en met een schoteltje suiker lokken we suikerdiefjes en troepialen op de veranda.

Aan het eind van de week blijven wij achter op Madeleine, wat altijd weer even slikken is. Wij hebben nog wat klusjes te doen en bereiden ons vertrek naar Colombia voor.