Joomla Template by Create Website

Proeftransit door het Panama Kanaal

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 24 januari 2016

Nu we in Shelter Bay Marina liggen ontmoeten we veel cruisers die al eens door het Panama Kanaal zijn gegaan. De meeste verhalen zijn geruststellend,  maar af en toe komen  er toch ook (bijna)  ongelukken voor met schade aan de boot. Veel  cruisers bemannen eerst een keer op een collega- jacht voordat ze met hun eigen schip de doortocht  maken. Dat lijkt ons ook wel wat.

 De procedure van de doortocht ligt helemaal vast. Je  meldt je aan bij een agent die voor jou de link wordt met de Autoridad del Canal de  Panama (ACP) en de praktische zaken regelt. Er komt een official van de ACP om de boot te keuren.  De lengte wordt opgemeten, de dekklampen  geïnspecteerd, het toilet wordt gecontroleerd (er  moet een wastetank aan boord zijn) en de boot moet  gegarandeerd minstens 5 knopen kunnen maken op  de motor. Ben je langzamer, dan moet je het Kanaal  door worden gesleept. Als de boot goed bevonden is  krijg je een SIT, een transitnummer, en daarna mag  een datum voor de transit worden aangevraagd. Je  moet 4 mega-trossen huren van 22 mm dikte en 40  m lengte en 8 enorme stootwillen. Het is verplicht  om extra bemanning te hebben, want op elke hoek  van de boot moet iemand staan die zo'n zware tros bedient. De meeste jachten proberen collega-cruisers  te ronselen om te bemannen, maar je kunt ook  officiële line handlers huren. Gedurende de hele  transit komt er een officiële advisor aan boord, die  de leiding over het schip overneemt van de schipper.  De transit zelf beslaat meestal 2 dagen: je vertrekt 's  middags naar de eerste sluizen, overnacht op Lake  Gatun en gaat de volgende dag door de tweede set  sluizen. De line handlers blijven aan boord, de  advisors worden gehaald en gebracht door de ACP.  Je wordt geacht alle maaltijden en koele drankjes  (liefst cola) voor iedereen te verzorgen, en een lunch  met boterhammen wordt niet geaccepteerd. Je kunt  alle formaliteiten zelf regelen, maar voor 300 dollar  geven wij dit graag uit handen aan onze agent Erick.  Er blijven genoeg meer of minder stressvolle zaken  over om zelf te doen.

    

 

Na een paar dagen meren Jesse en John in hun  Contessa 'Sparrow' aan onze steiger in de marina  aan. Wij ontmoetten hen al eerder in Curaçao en  Santa Marta, Colombia. Aardige, typisch Engelse  jongens die in een notendopje, een 26 voets (8  meter) monohulletje, vanuit Schotland de  Atlantische Oceaan overgestoken zijn. Hun plan is  om door het Kanaal te gaan en vervolgens naar  Paaseiland te zeilen, ruim 3000 mijl de Pacific in  naar het zuiden, ...awesome.  Zij betwijfelen of hun bootje aan de eisen zal  voldoen. Een toilet hebben ze niet, maar die wordt in  portable vorm door Erick verhuurd. Een koelkast is  er evenmin, dus geen koude drankjes. De trossen en  stootwillen vormen naast de 4 extra personen die  meevaren een enorm gewicht en het is de vraag of  de 1 cilinder 10 PK motor de vereiste snelheid kan halen.  Maar met hun Engelse charme weten ze de keuring  goed te doorstaan. Ze vragen ons als bemanning  voor hun transit. Qua tijdstip komt het ons goed uit,  en Jesse en John zijn prima gezelschap, maar de  omstandigheden aan boord zijn wel erg spartaans in  onze ogen. Ze beloven ons de twee slaapplaatsen en  ach, waarom ook niet, we doen het. Ik zeg toe om  een pastamaaltijd voor 's avonds voor te bereiden.  We moeten onze eigen borden en bestek meenemen  en uiteraard slaapzakken.  De tocht wordt op het allerlaatste moment een dag  uitgesteld en dat is maar goed ook, want het regent  die hele dag. Maar de derde cruiser die zou  bemannen is de volgende dag verhinderd en dus  moet er in allerijl iemand worden opgesnord. Dat  lukt dankzij internet. Ze vinden Dennis, een  Amerikaan die zich in Panama heeft gevestigd en  dolgraag een keer door het Kanaal wil.

Op donderdag 21 januari is het zover. We  verzamelen om half 12 op Sparrow met al onze  spullen en varen naar de Flats, een ankerplaats in de  Bahia de Limon, vlak voor Cristobal Signal Station,  waar we vanaf 13.00 uur paraat moeten liggen om  de loods aan boord te ontvangen.

  We melden  Cristobal dat we er zijn en nuttigen een heerlijke lunch met wraps, bonen en guacemole. Er komt nog een jacht voor anker liggen. Tegen vieren komt de loodsboot en beide jachten krijgen een advisor aan boord. Door de heftige golfslag kost het onze loods behoorlijk wat moeite om aan boord te komen, want de loodsboot houdt terecht enige afstand om Sparrow niet te verpletteren. Onze loods blijkt een goedlachse creool te zijn, die met verbazing het scheepje inspecteert en bewonderend fluit als hij van de plannen hoort. Het is een uurtje varen naar de Gatunsluizen.

  De loods heeft voortdurend radiocontact met de ACP en informeert ons dat beide jachten aan een sleepboot moeten aanmeren in de sluis. Dat is gemakkelijk, want dan hoef je de lijnen niet in te halen. De Gatunsluizen bestaan uit 3 achter elkaar gelegen bakken (sluiskolken), waarin je 3x 9 meter omhoog gaat. Deze enorme partij water valt in 10 minuten naar beneden, dus je kunt je de turbulentie daarvan wel voorstellen. Eerst gaat er een enorm vrachtschip de sluis in, daarna de sleepboot waar ons collega-jacht aan vast maakt en als laatste maken wij aan dat jacht vast. Als de sluisdeuren open gaan maakt iedereen in omgekeerde volgorde weer los en vaart naar de volgende kamer. Met enige moeite houdt Jesse de Sparrow op koers in het wervelende water, alles verloopt soepel. Na de derde kamer zijn we op Lake Gatun. Dit is een gigantisch stuwmeer in de bergen, aangelegd door middel van dammen in de rivier de Chagres. Het is een zoetwater meer en we hadden ons verheugd op lekker zwemmen, maar dat wordt door de loods sterk afgeraden in verband met krokodillen.

    

We worden aan grote meerboeien vastgelegd en de advisor wordt op gehaald. Hij neemt de geserveerde lauwe 7-up mee om thuis in de koelkast te leggen.

Wij drinken een verdiend glaasje wijn en eten de pastamaaltijd. Om onze slaapplaatsen vrij te maken moeten enkele kratten aan dek worden gezet. Dennis slaapt in de voorpunt naast de gedemonteerde windvaan en heeft zo ongeveer evenveel ruimte als een mummie. Jesse en John moeten aan dek slapen. Normaal gesproken is daar al nauwelijks een vlak stuk om te gaan liggen, en nu ligt het ook nog eens vol met spullen en 4 trossen. John informeert bij het buurjacht of hij zijn slaapzak in hun gangpad mag uitrollen en dat vinden ze goed. Jesse en Dennis hebben een slechte nacht. Gelukkig regent het niet, in tegenstelling tot alle andere nachten tot nu toe in Panama. We moeten al weer vroeg op, want om half 7 komt de nieuwe advisor aan boord en we moeten alles weer opruimen en zorgen dat het ontbijt klaar staat (scrambled eggs volgens het voorschrift).

 De loods komt pas ruim na achten en we treffen het niet deze keer. Het is een humeurig heerschap die eerst informeert naar de maaltijden, het toilet (gelukkig hebben de jongens een gordijntje voor de portable weten te fabriceren) en de bootsnelheid en die pas wat ontdooit als hij de scrambled eggs voorgeschoteld krijgt.

We gaan op pad, eerst 4 uur op de motor over Lake Gatun, daarna nog een uur door de Culebra Cut, het uitgegraven kanaal, tot aan de Pedro Miguel Sluis. Daar moeten we om half 2 zijn. De loods let er scherp op dat we uiterst rechts in de vaargeul varen. Buiten de vaargeul kun je niet komen, want daar liggen onverwachte rotsblokken en afgezaagde bomen. Een zeiltje bijzetten om meer vaart te maken is ten strengste verboden, hoewel we de wind in de rug hebben. Af en toe worden we door een mammoetschip gepasseerd. Het is heet en we kunnen nauwelijks zitten op Sparrow. We krijgen een houten kont en verbranden. Het lauwe water en de 7-up dragen niet bij aan het comfort, maar het gezelschap van Jesse en John maakt alles goed. Wat een voorkomende, beleefde, super-engelse jongens.

In de tweede set sluizen ga je 3x 9 meter omlaag en dan liggen de jachten vóór de vrachtschepen. Dit keer zijn we het enige jacht in de sluis, onze buren zijn al verderop.  We worden de sluis in gedirigeerd en moeten aan een sleepboot aanmeren.

  Dan komt er een zogenaamde Panamax achter ons aan, dat is een schip met de maximale afmetingen voor het Panama Kanaal. De afmetingen van een sluiskamer zijn 110 voet breed (33.5 m), 1000 voet lang (320 m) en 41 voet diep (12 m). Aan weerszijden is er 50 cm over tussen wal en schip. Het schip wordt gemanoeuvreerd door electrische locomotieven aan weerszijden die over rails op de kade rijden en die met staalkabels aan het schip verbonden zijn. Het is zeer imposant als het gevaarte ons notendopje nadert en onwillekeurig slaken we een zucht van opluchting als we de treintjes op tijd achteruit zien gaan. Het kost 3 kwartier om het schip te positioneren. In de laatste 2 kamers van de Miraflores Sluizen liggen we 'center chamber'. Dat wil zeggen dat de boot midden in de sluis ligt met 4 lange lijnen naar de wal. Hierbij komen alle line handlers in aktie.  Op de kant staan aan weerszijden ook 2 line handlers die een dunne lijn met een zogeheten monkey fist er aan (voor het gewicht) naar je toe gooien. Je maakt de dunne lijn aan de grote tros vast en deze wordt vanaf de kant ingehaald en om de bolder gelegd. Over het werpen van die monkey fist doen allerlei indianen-verhalen de ronde, dus daar zijn we wel benieuwd naar. Je moet die bal vooral niet proberen te vangen en niet tegen je hoofd krijgen. In ons geval worden de lijnen over het voordek gegooid terwijl wij op veilige afstand staan. Zodra de sluisdeuren dicht zijn en het water gaat zakken moet je aan boord de lijnen vieren. Deze sluis heeft webcams en Jesse krijgt een sms van zijn vader in Engeland die ons kan zien liggen. Als de deuren weer opengaan wandelen de mannen op de kant met de lijnen waar de boot aan vast blijft in de hand, mee naar de volgende en laatste kamer. Daar leggen ze de lijnen weer om de bolder. De laatste uitdaging is om, als het schutten achter de rug is, die zware lijnen zo snel mogelijk weer aan boord te krijgen, voordat ze in de schroef terecht kunnen komen. Kortdurend hard werken voor de line handlers.

Alles is prima gegaan en er kan zowaar een lachje af bij onze loods. Hij feliciteert ons met de goede prestatie. We tuffen nog een uurtje naar Panama City, waarvan de wolkenkrabbers in de verte opdoemen.

 Volgens voorschrift moet Sparrow blijven dobberen tot de advisor is opgehaald, daarna mogen we naar de jachthaven waar wij van boord gaan. Wij moeten nog terug naar Shelter Bay, ruim 3 uur rijden. We hadden gedacht om met de bus naar Colon te gaan en dan verder met de taxi, maar het is inmiddels 6 uur geworden en donker. Aangezien Colon de meest onveilige stad in Panama is lijkt ons dat op dit tijdstip geen goed plan. We hebben gelukkig het telefoonnummer van een betrouwbare taxichauffeur bij ons. Hij komt ons ophalen en brengt ons veilig terug naar Madeleine. Volgende keer mag ze mee.

Cruisen in Kuna Yala

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 10 januari 2016

De eilanden van Kuna Yala (zoals de Kuna indianen hun land, de San Blas eilanden, noemen) liggen voor de kust van Panama, over een lengte van 100 mijl. De noordelijke/westelijke eilanden in de Golf van San Blas zijn het meest toeristisch. Daar komt af en toe zelfs een cruiseschip uit de VS. De passagiers kunnen niet allemaal tegelijk van boord, want dat past niet op de eilandjes.

 De eilandjes hebben een bounty-achtige uitstraling met prachtige palmen, witte strandjes en azuurblauw water waar het ondiep is. Veel ervan zijn onbewoond, maar soms wonen er een paar families, in hutten van bamboe en palmbladeren. Deze hutten zien er stevig en netjes uit. Meer naar het zuiden/oosten liggen de eilandjes dichter voor de Panamese kust. Daar vind je meer nederzettingen op de eilandjes, die soms zo volgebouwd zijn dat de huizen aan de rand op palen boven het water gebouwd. Wij zeilen de kust langs, tot 37 mijl van de grens met Colombia. We komen een week lang geen enkel ander schip tegen dan de kano’s van de Kuna’s.  Ze komen ons kokosnoten, bananen en langoustines verkopen.

       

 

 

 

 

De kano’s worden voortbewogen met 1 peddel, en zo mogelijk wordt er mee gezeild. Er ligt een mast aan boord met daaromheen gewikkeld een grootzeil en soms ook een voorzeiltje. Dat wordt opgezet als de wind gunstig is, de peddel wordt dan als roerblad gebruikt. De Kuna’s zijn goede zeilers, maar ze kunnen geen goede knopen leggen. Er kwam een bananenverkoper bij ons aan boord, die nog net met een snoekduik zijn wegdrijvende kano kon grijpen, die hij niet goed aan Madeleine had vastgeknoopt. In Niadup kwam er ’s ochtends een bijna blind mannetje ankergeld innen. Om het bonnetje te schrijven kwam hij aan boord, Huib bond zijn kano vast. Na verloop van tijd zagen wij die kano naar het strand drijven; het touwtje hing aan Madeleine te bungelen, de knoop aan kano-zijde was losgeraakt.

Wij konden zo gauw onze dinghy niet lanceren, omdat het slot waarmee die aan Madeleine was vastgezet zo verroest was geraakt dat de sleutel afbrak. Dus Huib dook het water in en zwom naar de kant. Daar bleek de peddel uit de kano verdwenen te zijn. Groot probleem. Gelukkig was in het dorp de hele actie niet onopgemerkt gebleven en een jongeman peddelde in hoog tempo Huib te hulp, sleepte de kano achter de zijne aan en bracht het oude mannetje weer terug naar het eiland. In Mamitupu gaan we het dorp in. ’s Ochtends is er weer zo’n oud mannetje ankergeld komen innen, maar hij heeft geen wisselgeld. Dat moeten we maar op het eiland komen halen. Als we de dinghy aanmeren aan een cementen steiger staan er een paar jongetjes te kijken. Eén van hen is een ondernemend typetje, die zegt dat onze dinghy daar goed ligt en vraagt of wij van dat jacht daar komen (wijst naar Madeleine). Hij gaat ons rondleiden. Hij pakt mij bij de hand en voert ons het dorp door. Onderweg keuvelen wij gezellig, hij in Kuna, ik in het Nederlands.

Als we hem aan het eind van de tocht een blikje fris geven rent hij weg om dat aan zijn moeder te laten zien. De vrouwen in het dorp vragen ons om leesbrillen. Die hebben ze nodig bij het borduren aan de mola’s. Gelukkig zijn wij daar op voorbereid. Simone had 10 brilletjes voor ons meegenomen uit Nederland toen zij ons in Curaçao bezochten, dus wij maken daar nu vriend(inn)en mee. De Kuna vrouwen zijn traditioneel gekleed: een gekleurde bloes met grote pofmouwen, mola op voor- en achterpand; een omslagdoek als rok (meestal in zwart met groen of geel); armen en benen versierd met kralen (alsof ze kniekousen dragen); op het hoofd een vaak losliggende rode doek, soms geknoopt; een enkele oude vrouw heeft een gouden neusring. De mensen zijn vrij klein, zelfs ik steek boven hen uit, een voor mij ongewone ervaring. Ze zijn vriendelijk, maar gereserveerd. We durven geen foto’s te maken en voelen ons toch een beetje ongemakkelijk. Het verschil is zo groot, het lijkt teveel op gluren.

  

  Voor niet-Kuna’s is het verboden te vissen, dat is aan de Kuna’s voorbehouden. De langoustines die ze vangen zijn verrukkelijk. Op verzoek maken ze ze voor je panklaar. Veel vissen hebben wij overigens niet gezien. Wel is er ’s avonds in het donker altijd een luid gesplash om de boot heen. Evenmin hebben we mooi kunnen snorkelen, omdat op de meeste plekken het water niet helder genoeg is, door de rivieren die in de zee uitmonden. Het is heerlijk dat er geen muggen zijn, in dit droge seizoen. In Santa Marta waren alle ramen afgesloten met horren, hing er een muskietengaas voor de kajuitdeur en moest je je flink insprayen met DEET, hier is dat allemaal niet nodig. In het natte seizoen is dat trouwens wel anders. 

 De Panamese kust is indrukwekkend. Langs de kant staan palmbomen, waar de Kuna’s ’s ochtends naar toe peddelen om kokosnoten te rapen en bananen te plukken. Vlak daarachter ligt een dichtbeboste bergketen van zuid naar noord, uitloper van de Andes. Dikke wolken verzamelen zich daarboven. ’s Ochtends is het altijd bewolkt, in de loop van de dag wint de zon voldoende aan kracht om er door heen te komen. Kerst ‘vieren’ we op de Coco Bandero Cays (onbewoond) en oudjaar brengen we door voor anker bij Achutupu, waar een dorp is en waar om 12 uur wel een hele vuurpijl wordt afgestoken. Wij brengen de lange avond (meestal gaan we veel vroeger naar bed) door met de films die we voor ons vertrek meekregen van de Galileï, onze Belgische cruisersvrienden.

 

Drie weken lang zijn we verstoken van gsm en internet. Dan gaan we richting Colon, de stad die aan de Caribische kant van het Panama Kanaal ligt. Ook nu weer langs een indrukwekkende kust met dichtbebost gebergte. Het is hier regenwoud, geen palmen meer, en ’s nachts horen we de apen brullen. Als we op 8 januari de baai van Portobello, Panama, invaren, realiseren we ons dat we ook 3 weken lang geen auto hebben gezien. Alleen maar kano’s en zeilboten als vervoersmiddelen.

Op 9 januari varen we door het breakwater de Bahia Limon in, de grote toegangsbaai naar het Panama Kanaal. De komende weken is Shelter Bay Marina onze thuisbasis. We gaan onze doortocht door het Panama Kanaal voorbereiden.        

 

Van Santa Marta naar de San Blas Eilanden

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Maandag 21 december

350 NM (nautical miles) in 45 uur, niet slecht voor een ouder echtpaar in een zeilboot...

We komen aan op het eiland Porvenir waar wij wonderbaarlijk snel inklaren, niet alleen voor de San Blas maar ook voor de rest van Panama inclusief het Panamakanaal en wel voor een heel jaar. Dit werpt een speciaal licht op de Colombiaanse bureaucratie waar wij net het slachtoffer van waren en die er een dikke maand over deed om ons in te klaren.

Porvenir dus, onze eerste kennismaking met de Kuna indianen. De Kuna's bevolken de San Blas eilanden archipel en spreken zelf liever van Kuna Yala (Republiek van de Kuna's). San Blas is de naam die de Spanjaarden aan de eilanden gaven toen ze die veroverden. We hebben nauwelijks ons anker uitgeworpen of we worden geënterd door een man, vrouw en meisje die zijn komen aanpeddelen in een uitgeholde boomstam.

 De man stelt zich voor als Nestor, woont op een naburig eiland en biedt ons zijn diensten aan (afval wegbrengen, een Kuna vlag en mola's kopen) in beter Engels dan wij gewend waren van veel Colombianen maar overigens even vriendelijk en even begaafd in de kunst van communiceren. De vrouw heeft een grote ton voor zich staan, vol met handwerk. Wij willen graag een Kuna vlag, maar Huib is streng en wil per se een vlag die aan beide kanten een afbeelding heeft. Daar zal ze vanavond aan gaan werken, wordt morgen gebracht. Intussen heeft ze haar ton leeggeschud en showt ze haar mola's. Dit zijn doeken van kunstig patchwork gecombineerd met borduurwerk. In feite zijn het kledingstukken voor vrouwen, die op de borst en de rug gedragen worden en die te vergelijken zijn met de kraplappen van de klederdracht van Urker vrouwen. Naast het traditionele werk, in de kleuren paars, zwart en oranje worden tegenwoordig ook toeristenmola's gemaakt in groen, blauw of rood met schreeuwerige designs.

 Kuna's dus. Donkerbruin, gespierd (van al dat peddelen), scherpe neus, brede jukbeenderen en klein van stuk. Nog net niet zo klein als de pygmeeēn in Afrika. Klinkt als generaliseren maar de Kuna's zijn echt een zeer homogeen volk. Dit komt omdat relaties aangaan met niet-Kuna's verboden is op straffe van uitstoting uit de stam. De keerzijde van dit volksgebruik is dat er relatief veel albino's zijn. Bij de Kuna's zijn de vrouwen de baas. Ze gaan over het geld en een echtgenoot wordt deel van de familie van zijn vrouw. Het is niet ongewoon dat mannen zich als vrouwen verkleden en mola's vervaardigen. Er is een grote tolerantie voor homoseksualiteit in de Kuna maatschappij.

Nog wat geschiedenis: de Kuna's hebben zich in hun revolutie van 1925 vrijgevochten van de Panamezen. Panama zelf bestond pas sinds 1903 als zelfstandige staat, losgemaakt van Colombia met steun van Theodore Roosevelt (lees hierover De geheime geschiedenis van Costaguana, van Juan Gabriel Vásquez). De Kuna's wilden in 1925 een eigen soevereine staat maar dreigden door Panamese overmacht uitgeroeid te worden.

 Dit is voorkómen door ook weer interventie van de Amerikanen en sindsdien is Kuna Yala een zelfstandig onderdeel van Panama, met een eigen bestuur en eigen wetten en regels... bijzonder toch? De Kuna's zijn in feite de enige indianenstam ter wereld die als vitale zelfstandige staat functioneert. Waar leven ze van? Van kokosnoten... zonder gekheid: kokosnoten zijn in de boom maar ook op de grond eigendom van de Kuna's. Heb niet het lef als toerist een kokosnoot op te rapen en achterover te drukken; dit is diefstal en wordt bestraft. Alle San Blas eilanden zijn begroeid met palmen hebben een stralend wit zandstrand, helder blauw water en zijn omgeven met koraalriffen waar de branding tegenaan beukt. Kortom ons idee van het paradijs. De volgende dag wordt onze Kuna vlag keurig afgeleverd en onder goedkeurende blikken van onze Kuna vrienden door Huib in het stuurboordwant gehesen. Klaar met alle officialiteiten varen wij naar het naburige eiland Uchutupe Pipigua en genieten daar met volle teugen van boven beschreven aards paradijs.

Tocht door de koffiestreek van Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Medellin

Op 24 november vliegen we van Santa Marta naar Medellin.

 
Botero: Exit Pablo...

Vroeger was dit de meest onveilige stad ter wereld, toen Pablo Escobar hier het hoofdkwartier had van zijn drugskartel. In 1993 is hij gedood en nadien is zijn kartel uit elkaar gevallen en vervangen door het Cali-kartel. Sindsdien is er keihard gewerkt aan het opbouwen van een normale samenleving in Medellin.

 

 

  
Slums?

 

 

 

 

 

 

Er is een goed werkend metrosysteem, spotgoedkoop en intensief. Omdat de bevolking trots is op haar metro ziet het er allemaal goed uit, zonder graffiti. Medellin is in de heuvels gebouwd en de sloppenwijken die daar tegenaan liggen zijn door middel van kabelbanen verbonden met de metro. Zo kan iedereen in een mum van tijd in het centrum zijn. Een van de kabelbanen leidt naar een park buiten en boven de stad, een half uur lang zweef je boven het bos voor je er bent.

  
Medelin vanuit de kabelbaan

Er wordt veel aandacht besteed aan het gewelddadige verleden van de stad en aan de slachtoffers van dit geweld. We bezoeken het pas geopende Casa da Memoria, wat helemaal aan dit onderwerp is gewijd. Helaas is de expositie grotendeels in het Spaans, maar de boodschap komt wel over. Er is een zuil met video's van slachtoffers, die (gelukkig in het Engels ondertiteld) vertellen wat ze hebben meegemaakt: boeren die van hun land zijn verdreven, vrouwen en meisjes die verkracht zijn, vrouwen  van wie een zoon of echtgenoot verdwenen en vermoord is, journalisten, studenten en advocaten die om hun ideeÎn vervolgd zijn etcetera. Zeer indrukwekkend. Men probeert hier iets te leren van de geschiedenis.

  
Pedrito Botero
Plaza Botero

Ons Hotel Nutibara, (meer vergaan dan glorie) ligt zeer centraal aan het Plaza Botero. Fernando Botero is een Colombiaanse kunstenaar die ongelofelijk productief is en die meer dan 100 van zijn kunstwerken aan het Museo de Antioqua (moderne kunst) en aan de stad Medellin heeft geschonken. Hij beeldt zijn figuren, zowel mensen als dieren, uit als in een bolle spiegel. Hij zelf noemt het effect wat dit heeft volumineus, niet dik. Het is even wennen, maar dan is het prachtig. Zijn bronzen beelden zijn kolossaal en staan voor een deel buiten op het plein voor het museum. Iedereen laat zich daar fotograferen. 

   

 

 

 

 

 

Men is druk bezig om de straten en pleinen te versieren voor de kerst. Overal worden grote stellages opgebouwd, die ís avonds verlicht worden. Het bijzondere is dat dit voor een groot deel van lege PET-flessen is gemaakt. Flessenbodems die in verschillende kleuren zijn geverfd, doppen, en flessenhalzen,  alles wordt afzonderlijk gebruikt.

Jardin

Met de bus gaan we naar Jardin, een tocht die normaal zo'n 4 uur duurt, maar die door onze buschauffeur bijna laagvliegend in 3 uur wordt afgelegd. We racen door de haarspeldbochten in de bergen en dubbele strepen of onoverzichtelijke bochten weerhouden hem er niet van om inhaalmanoeuvres uit te voeren.

 
Jardin: Parque Principal

Jardin is een bergdorpje in de Andes, een zogenaamde paisa. Dat is een origineel boerendorp, waar de huizen in vrolijke kleuren zijn geschilderd. Het ligt midden in de koffieplantages en dit gebied is zeer welvarend. Het dorp is schoon, alles ziet er goed verzorgd uit. Er lopen nog veel echte cowboys rond, die 's avonds te paard en muildier paraderen rond het dorpsplein.

 

   

 

 

 

 

 

Alle restaurantjes hebben gekleurde tafeltjes en houten stoeltjes, wat het plein een vrolijk aanzicht geeft. Op de stoeltjes kun je alleen comfortabel zitten als je het stoeltje kantelt op de achterste poten en tegen de muur leunt.

Iedereen drinkt er koffie in grote gebloemde koppen. Melk erin betekent een vel. Op het plein staan karretjes waar vers fruit (mango's, meloen, ananas, aardbeien, kokos) wordt schoongemaakt en in stukjes gesneden in bekers wordt verkocht. Voor 2000 pesos (60 eurocent) worden 5 sinaasappels geperst. Als de beker dan niet helemaal vol is, wordt er nog 1 geperst, de beker tot over de rand gevuld, voor je mond gehouden zodat je er iets uit kunt slurpen en dan wordt de rest van het sap er in gegoten. Verser en smakelijker kan het niet.

   

Rond Jardin kun je prachtige wandelingen maken met indrukwekkende vergezichten. Veel bloemen en vogels. We lopen een weggetje af waarvan we hopen dat het rondom de berg slingert en ons terugbrengt naar het dorp. Dat is niet het geval, het loopt dood op een afgelegen finca (boerderij). De vrouw daar noodt ons binnen voor een glas jugo (vruchtensap). Voor de zoveelste keer balen we dat we geen woord Spaans spreken en zoveel hartelijkheid niet verbaal kunnen beantwoorden.

    

Op zondagochtend is het eindelijk rustig bij de kapper en ik vind dat Huib nodig geknipt moet worden. Onder enige dwang laat hij zich binnenloodsen bij een aardige oudere heer, die hem zorgzaam knipt. Hij checkt de lengte van het kapsel enkele keren bij mij.

  Als Huib er weer netjes uitziet vindt de kapper het mijn beurt. Inderdaad ziet mijn pony er wel wat slonzig uit, dus vooruit, ik laat me ook in de stoel zetten. Keurig wordt de pony niet te kort geknipt. Dan gebaart hij dat ik de speld uit mijn haar moet halen, voor de rest. Inmiddels is mijn vertrouwen wat gegroeid en ik gebaar dat er aan de onderkant wel wat bijgepunt mag worden.

 Ik ben al een jaar bezig om de laagjes uit mijn vorige kapsel te laten bijgroeien, voor het gemak van opsteken. Handig als je zeilt. Groot is mijn schrik als hij een pluk haar midden op mijn hoofd beetpakt en daar de schaar in zet om er 10 cm af te knippen. Ik geef een gil en hij grijnst in de spiegel naar me. Het zweet breekt me uit. Geen weg terug, na deze hap. Hij knipt de achterkant in lagen, laat de lengte onder intact en is zelf zeer tevreden over het resultaat als hij mijn haar op mijn rug borstelt. Dit kapsel is zeer populair bij de vrouwen hier, maar die hebben prachtig dik diepzwart haar wat mooi valt en hij weet niet hoe mijn dunne Europese haar er na een wandelingetje en wat wind uitziet. Ik ben dagen van slag.

Hacienda Guayabal

Vanuit Jardin boeken we een paar nachten in Hacienda Guayabal, een koffiefarm in Chinchina. We moeten op maandagochtend om 8 uur de bus hebben naar Riosucio. Voor de zekerheid zijn we een half uur eerder present bij het kantoortje. We hoeven geen ticket te kopen, de bus komt zo.

    

Er is veel verwarring, maar uiteindelijk blijken we de zogenaamde Andesbus te moeten hebben: een in vrolijke kleuren geschilderde bus, aan de zijkanten open, met houten banken over de hele breedte. De tocht door het Andesgebergte, over een dirt-road tussen 2 natuurreservaten door, duurt ruim 4 uur. Onderweg worden midden in de wildernis een paar vrouwen en kinderen opgepikt, er moeten lege gasflessen mee, een kapotte autoband en geleidelijk raakt de bus aardig vol. De chauffeur rijdt behoedzaam langs de afgronden, waarbij hier en daar de grond afbrokkelt als wij gepasseerd zijn. Er zijn gelukkig geen tegenliggers. De radio speelt vrolijke muziek die door de vrouwen luidkeels wordt meegezongen. Halverwege stoppen we bij een nederzettinkje waar we koffie en soep kunnen krijgen. Het is koud, we rijden op grote hoogte door flarden wolken. De Colombianen zijn goed voorbereid met fleece-dekens. In Riosucio worden we direct uit de bus geplukt, want de aansluiting naar het volgende stadje staat al klaar. Na nog een bus en een korte taxirit zijn we om een uur of 3 in Guayabal.

 De farm is al meer dan 100 jaar in dezelfde familie en Maria Theresia, oma, laat er geen misverstand over bestaan dat zij de eigenaar en de baas is. Zoons, dochters en kleinkinderen werken op het bedrijf mee, ieder in een eigen taak. We worden allerhartelijkst ontvangen en in de familie opgenomen. We krijgen de mooiste kamer met aan 2 kanten ramen met uitzicht over de vallei met onafzienbare koffiestruiken. Het doet wel een beetje aan Toscane denken, in het avondlicht.

 

  
Op koffietoer

De volgende dag doen we de "koffietoer". We worden over de plantage geleid, krijgen uitleg over de aanleg en de groei van de planten, de pluk etc. Daarna geeft zoon Jorge, een zeer serieus, ietwat zorgelijk type, een college over het verwerken van de bonen. Hoe te roosteren, te drogen en vervolgens koffie te zetten. Afhankelijk van de manier waarop je de koffie zet (watertemperatuur en doorlooptijd) krijg je een andere smaak van de koffie. Heel eerlijk gezegd vinden we de Colombiaanse koffie niet erg lekker, en dat blijkt te komen doordat de goede koffiebonen worden geëxporteerd en de tweede keus in het land blijft.

 
Koffieplukkers met dagopbrengst

Boeren zijn afhankelijk van een landelijke coöperatie die hun bonen opkoopt en exporteert. In onze ogen krijgen zij weinig betaald, ongeveer 140 euro voor een zak met 70 kilo bonen. Het grote geld wordt door anderen binnengehaald. De meeste boeren houden een klein gedeelte van de bonen zelf, roosteren dat zelf voor eigen gebruik en verkopen er wat van. Het lukt ze niet om als individuele speler op de internationale markt te komen. Juan Valdez is een organisatie die beweert dat ze de boeren beter betaalt (fair trade), maar dat is propaganda volgens Jorge.

  Op de hacienda staan verschillende voedertafels met fruit voor vogels. ís Ochtends vroeg worden daar verse bananen op gelegd, dan kun je met je camera in de aanslag gaan zitten kijken. De vogels vliegen af en aan en schrokken de banaan naar binnen. Met veel moeite en geduld lukt het om een paar mooie foto's te maken. De meest opvallende vogel gaat er eens echt voor zitten, draait zijn kop met blauwe krans alle kanten op en poseert langdurig voor ons.

  Ook hier is de kerstsfeer al in volle gang. De tuin staat vol met houten kersttaferelen, waar wij proberen langs te kijken om het uitzicht niet te laten bederven. Na 2 dagen relaxen in vol pension met heerlijk eten nemen we afscheid van Guayabal en vertrekken naar Salento, 2 busritten verderop. 

 

 

Salento

Ook dit is een pittoresk bergdorp, maar veel toeristischer dan Jardin. De hoofdstraat bestaat uitsluitend uit souvenirs-winkeltjes. Het dorp is vooral beroemd door de ligging vlakbij de Valle de Cocora. 

  

 

In deze vallei, die grotendeels bestaat uit weideland, staan de hoogste palmbomen (waxpalms) ter wereld, zo'n 60 meter hoog. De waxpalm is de nationale boom van Colombia. Vanuit Salento word je per Willy's (jeep) naar de vallei gebracht. Op zich een belevenis, omdat er in de laadbak 8 mensen worden gestouwd, naast de chauffeur 2 en op de treeplank achterop 3 (staand en zich aan het imperiaal vasthoudend).

   

Op ons gemak lopen we naar de finca op 2850 meter, waar we een kop koffie kunnen krijgen. Het is bewolkt weer, de palmen hangen af en toe in de flarden wolken. Zelfs op deze hoogte zien we nog veel bloemen en bij de finca zoemen er weer hummingbirds (kolibries) in de struiken. Prachtige vergezichten en een heerlijke frisse atmosfeer. Het is ook wel weer eens fijn om onder een deken te slapen.

  
Pereira Muzikanten

Vanuit Salento gaan we terug naar Pereira en vandaar vliegen we naar Cartagena. Het middagje in Pereira vullen we met shoppen. Voor 130 euro heeft Huib een hele nieuwe outfit bij elkaar van het Colombiaanse merk VO5. De vriendelijkheid en de hulpvaardigheid van de mensen is hartverwarmend. Op het busstation in Pereira moeten we de sleutel van onze kamer die we per ongeluk mee hebben genomen, terugsturen naar Guayabal. Niets wordt hier per post gestuurd, alles gaat met de bus mee. We gaan naar de desbetreffende busmaatschappij, maar daar begrijpen ze ons niet, ze denken dat we een ticket willen kopen. Dan komt er iemand op ons af die een beetje Engels spreekt en vraagt of hij kan helpen. Hij wijst ons waar het loket is om pakjes af te geven en loopt mee om daar aan de balie uit te leggen wat er moet gebeuren.

  
Koekje van eigen deeg...

We zijn nog een tijdje bezig omdat we van Jorge het nummer van zijn ID kaart moeten weten, dat wordt op het pakketje genoteerd, zodat hij zich kan legitimeren als hij het op komt halen. We zoeken dus een wifiverbinding om hem te emailen, stoelen worden in het cafeetje voor ons vrij gemaakt en onze vriend blijft in de buurt om te checken of alles in orde komt. Zodra je ergens zoekend rondloopt komt er wel iemand op je af om te vragen of hij ergens mee kan helpen.  Als we op de terugweg van Cartagena in Santa Marta uit de bus worden gezet op de dichtstbijzijnde plek voor de marina, stapt er een medepassagier uit om een taxi voor ons aan te houden en de chauffeur te instrueren waar hij ons naar toe moet brengen.

Cartagena

Een vlotte vlucht brengt ons op zondag 6 december in Cartagena. We hebben een hotel geboekt in de historische, ommuurde stad. 

 
Imposante oude gebouwen, leuke pleinen, overal verkopers met sombrero's, souvenirs, sigaren en sigaretten, frisdrank. Ook hier weer veel fruit en jugo te koop op straat. Maar ook hippe tentjes, met airco en verantwoord (uiteraard organisch) voedsel, wat dan weer wel in plastic wordt geserveerd. 's Avonds kun je je in een open rijtuig getrokken door een paard of muildier door de stad laten rijden en ook hier is de stad 's avonds kunstig verlicht.
   
Dance!

Genoeg te zien als je je op een terrasje nestelt. Ook hier zijn de musea vooral in het Spaans, behalve het Museo del Oro, waar net als in Santa Marta de prachtige gouden sieraden en voorwerpen die mee het graf ingingen, tentoongesteld worden. De Zenu indianen waren de oorspronkelijke bewoners van deze streek. 

Met de bus gaan we terug naar Santa Marta, waar we op 9 december Madeleine in goede orde aantreffen. Aan de buitenkant pikzwart door de nabije kolenmijnen, maar binnen droog en zonder kakkerlakken (die ik in visioenen al voor me had gezien).   

 

Santa Marta, Colombia

Hoofdcategorie: Reisverslagen

Zondag 22 november

We hebben lang gedubd of we al dan niet naar Colombia zouden gaan. Recent is een Nederlandse zeilster vermoord op een ankerplaats die als veilig wordt beschouwd. Uiteraard is iedereen hiervan erg onder de indruk, maar de meeste cruisers laten hun plannen hierdoor niet teveel beïnvloeden. Wij besluiten om naar de marina in Santa Marta te gaan, waar we Madeleine veilig kunnen achterlaten als we tochten naar het binnenland gaan maken. We vertrekken op zondag 8 november, uitgezwaaid door onze buren op het Spaanse Water. Het is prachtig weer, we surfen met uitsluitend de genua op de golven richting het westen. In de nacht passeren we Aruba, we zien alleen de lichtjes. De volgende dag neemt de wind wat af en als we maandagochtend bij de Colombiaanse kust komen staat er nauwelijks wind meer, zodat we de laatste uren moeten motoren. De kust is zeer imposant.  De bergen van de Sierra Nevada de Santa Marta zijn de hoogste coastal mountains ter wereld, 5776 meter. We  kunnen de (besneeuwde) twin peaks zien van Pico Cristóbal Colón en Pico Bolívar. Als we de Cabo de la Aguja ronden krijgen we nog even een partij wind van opzij, maar onze navigatiekaarten blijken goed nauwkeurig te zijn en moeiteloos koersen we tussen de eilandjes Morro Grande en Morro Chico door de baai van Santa Marta in. Het is inmiddels donker geworden. We worden tegemoet gevaren door een dinghy van de marina die we van onze komst op de hoogte hadden gebracht, en naar een ligplaats begeleid. We worden keurig geholpen met aanleggen en aanpakken van alle lijnen en even later staan er al cruisers op de steiger die ons hier wegwijs maken. Tegenover ons ligt de "pasgetrouwde" Puff. 

De marina ligt aan de boulevard (Paseo de Bastidas) midden in Santa Marta. Je loopt zo de historische binnenstad in. Het is een mooie stad, met heerlijke pleintjes en erg veel bomen. De bevolking is veelal Indiaans en zeer vriendelijk. De mensen zijn veel ingetogener dan op de Antillen en in de Cariben.

  
Wayuu Mochila's

Ik vergaap me aan de prachtige tassen (mochila's) die door de Wayuu vrouwen worden gehaakt en die op alle hoeken van de straat worden verkocht. Er zijn tassen zijn van wol, in de kleuren zwart, beige en bruin. Veel mannen dragen deze schoudertassen. De kleine tasjes van deze soort werden vroeger(?) gebruikt om cocabladeren in te bewaren. Daarnaast zijn er mochila's in vele felle kleuren katoen. De schouderbanden worden geweven. Elke mochila heeft een uniek geometrisch patroon wat de cultuur en het leven van de Wayuu stam symboliseert. Ik kan geen keus maken en zou er het liefst veel kopen. We bezoeken het Museo del Oro Tayrona, waar de geschiedenis van de Tayrona wordt verteld, de oorspronkelijke bewoners van de Sierra Nevada en de voorouders van de 4 Indianenstammen die hier nog wonen: de Kogis, Arhuacos, Kankuamos an de Wiwas. Prachtige gouden en keramische voorwerpen in goede conditie zijn heel knap tentoongesteld. In de negentiger jaren van de vorige eeuw is de Ciudad Perdida (Lost City) blootgelegd, de belangrijkste archeologische plaats van de Tayrona. De Tayrona hadden een geürbaniseerde gemeenschap met steden, tempels en ceremoniële plekken, die gebouwd waren op stenen terrassen. De naar schatting 30.000 Indianen die nog in de Sierra Nevada leven geloven dat dit het centrum van de wereld is en dat de gezondheid van de bergen het welzijn van de hele Aarde beïnvloedt. Veel plekken in het gebied zijn heilig en verboden voor outsiders. Het museum is gehuisvest in de Casa de la Aduana, het oudste douanekantoor in Zuid Amerika, daterend uit 1531. Hier heeft Simón Bolívar een tijdje gewoond. Bolívar, van Venezolaanse afkomst, heeft in Zuid Amerika een belangrijke rol gespeeld in de strijd tegen de Spaanse bezetters om de onafhankelijkheid (vergelijk Willem van Oranje). Bolívar stond aan het hoofd van het revolutionaire leger en bevrijdde eerst in 1821 Venezuela en in 1822 Nueva Granada, zoals Colombia toentertijd heette, van de Spanjaarden. Later bevrijdde hij ook Ecuador en Peru. Panama was in die tijd een Colombiaanse provincie en is in 1903 afgesplitst onder druk van de Amerikanen, tijdens de aanleg van het Panamakanaal.