21 september 2006

LelystadHaven

We zijn inmiddels ‘thuis’!

Toen we op 5 september in IJmuiden aankwamen lag het er bomvol. Voor de nacht konden we aan een HISWA boot afmeren, maar de volgende ochtend moesten we echt weg. Op ons gemak door de sluis van IJmuiden het Noordzee Kanaal in. Heel bijzonder, om na een jaar Amsterdam op deze manier terug te zien! En dan, na de Oranje sluizen Madeleine voor het eerst van haar leven in zoet water. Op de spinaker de laatste mijlen naar onze mooie ligplaats aan de gloednieuwe multihull steiger van marina LelystadHaven.

Na alle bezoeken van familie en vrienden starten de herstelwerkzaamheden: de watertank kan aan boord worden gelast gelukkig (nadat Huib er twee dagen aan heeft gewerkt om hem vrij te krijgen). De waterpomp heeft de dieselvervuiling niet overleefd en moet vervangen worden. Huib legt walstroomverbinding aan en verbindt de boiler met de nieuwe Victron acculader/omvormer. Wat een geweldige luxe: warm & koud stromend water! Het weer is fantastisch en we genieten er van om nog lekker buiten te zijn en met de boot in de weer. De overgang naar het ‘gewone leven’ wordt daarmee nog even uitgesteld.

Op 2 oktober gaan we weer aan het werk. In elk geval tot eind oktober blijven we op Madeleine wonen.

Voorlopig is dit het laatste bericht op deze website. Iedereen die het afgelopen jaar met ons meegeleefd heeft en ons van bemoedigende teksten heeft voorzien: heel hartelijk dank en tot ziens!

Huib & Maaike.
4 september 2006

Oostende

Vanaf Bénodet (zie vorig bericht) zijn we de kust van Bretagne langs gevaren. Het is daar prachtig, met indrukwekkend getij. Vóór de kust liggen veel rotsen, die gedeeltelijk droogvallen bij laagwater. Bij hoogwater zou je je tot allerlei shortcuts kunnen laten verleiden, maar juist dan moet je zeer zorgvuldig navigeren, omdat het gevaar soms maar net onder de oppervlakte ligt. En in tegenstelling tot de Cariben is het water hier niet zo helder dat je de rotsen onder water kunt zien liggen. Met nog maar 1 roer waren wij al zeer beducht voor ondieptes, dus extra voorzichtig. Ten noorden van Bénodet bevindt zich de Raz de Sein, door de Fransen Le Bout du Monde (het einde van de wereld) genoemd. Jaren geleden hebben we op het Point du Raz van bovenaf met ontzag het geweld van het water, kolkend rond de rotsen, bekeken, nu voeren wij daar zelf door heen. Het weer was rustig, de wind in de rug en de stroom mee, dus ideale omstandigheden. Voor anker in de rivier de Aber-wrac’h, waar ik naar toe wilde omdat de naam me intrigeerde. In Trébeurden hebben we enkele dagen in de haven gelegen, op zoek naar het lek in ons watersysteem. Helaas bleek het lek in de watertank zelf te zitten, iets wat we onmogelijk zelf kunnen repareren. Voorlopig dus geen stromend water meer! Daarna zijn we naar Jersey overgestoken, het zuidelijkste van de Kanaaleilanden. Erg Engels en erg leuk. De Jersey Zoo heeft een bijzondere collectie, die uitsluitend bestaat uit dieren die met uitsterven bedreigd worden. Zoveel mogelijk wordt hun natuurlijke habitat nagebootst, worden de dieren gefokt en soms ook weer in de natuur teruggezet. Jersey Zoo maakt deel uit van de organisatie die opgezet is door de naturalist Gerald Durrell, het ‘Durrell Wildlife Conservation Trust’. Alle medewerkers stralen idealisme uit, en veel liefde voor de dieren die ze verzorgen. Een tweede niet te missen bezienswaardigheid zijn de ‘Jersey War Tunnels’, een ondergronds door dwangarbeiders gebouwd ziekenhuis uit de tijd van de Duitse bezetting ingericht als tentoonstelling van alle aspecten van de bezettingstijd. Zeer indrukwekkend. Via Cherbourg, Dieppe, Boulogne-sur-Mer, zijn we op 1 september in Oostende aangekomen. We hebben veel geluk gehad met het weer in Het Kanaal. Meestal ruime wind, niet al te hard, zodat de belasting op de boot niet al te groot was. Helaas liep de boot op deze ruime koers wel vaak uit het roer, zodat we veel met de hand moesten sturen of de motor moesten bij zetten. Intussen zijn onze gloednieuwe Simrad IS15 instrumenten buiten op de stuurstands door condens in het ongerede geraakt. Blijkbaar toch niet zo waterdicht als de fabrikant wil doen geloven. Gelukkig doen de instrumenten binnen op de navigatietafel het nog wel.

We blijven een paar dagen in Oostende, genieten daar van de Belgische gastvrijheid en het lekkere eten. Op 5 september willen we naar IJmuiden varen, waar dan de ‘natte’ HISWA aan de gang is. We hebben nog wel het één en ander op ons lijstje staan om daar met de top van het watersportbedrijfsleven te bespreken… Vervolgens is dan de laatste stop onze nieuwe thuishaven LelystadHaven!

De Golf van Biskaje

Begin augustus liggen we in Sada, in de Ria Betanzos, zo’n 10 mijl van La Coruna landinwaarts, Galicië, Noordwest Spanje. We moeten om thuis te komen ‘Biskaje’ oversteken met één roer, omdat we ons bakboord roer (voor de tweede maal) verloren hebben. Niet helemaal een relaxt vooruitzicht. De weersvoorspellingen laten voorlopig veel wind zien in Finisterre, uit noordelijke richting. In de Golf van Biskaje lijkt het de komende week rustig te zijn, maar ook daar komt de wind uit het noordoosten. Op 5 augustus is er een stormwaarschuwing in Finisterre. Na bestudering van gribfiles en weerfaxen besluiten we om maandag 7 augustus vroeg op weg te gaan naar Brest. Hemelsbreed is de afstand 350 zeemijl. Dan hebben we eerst nog een moeilijk stuk bij de punt van Spanje, maar daarna moet het beter worden.

Maandag 7 augustus

Vannacht heeft het nog flink gewaaid, zelfs hier, diep in de Ria Betanzos. Om 6 uur varen we weg, om 7 uur wordt het licht. Om 8 uur ronden we Cabo Priorino Chico, waar we de Ria verlaten en op zee komen. Het lukt niet om zonder motor hoog aan de wind te varen, dan loeft de boot teveel op. De wind neemt de eerste uren sterk toe tot ongeveer windkracht 7, er staan flinke golven. Tot 13.00 uur gaat het flink te keer. Daarna wordt het gelukkig wat rustiger, maar Brest is op geen stukken na bezeild. We kunnen 45 graden aan de schijnbare wind varen, en als we overstag gaan, varen we zo ongeveer weer terug. Het kruisen, wat met een catamaran toch al moeizamer is dan met een monohull, is met één roer duidelijk veel minder efficiënt dan met twee. ’s Avonds lukt het om een paar uur zonder motor te varen, wat direct een stuk prettiger en rustiger is. Er is veel vrachtverkeer, waarvoor we af en toe moeten uitwijken. We leggen 125 mijl af, maar zijn slechts 1 breedtegraad (60 mijl) naar het noorden gevorderd. Om 22.00 uur gaat de zon onder, prachtig heldere lucht. Daarna bijna volle maan, zodat het niet echt donker wordt. Om te zeilen is het mooi, als je niet op de koers let.

Dinsdag 8 augustus

Het blijft meer waaien dan we verwacht hadden. Met heel veel moeite brengt Huib een radioverbinding tot stand, zodat hij de gribfiles kan ophalen, die nu ook meer wind laten zien dan eerder. Balen. Er komt bovendien morgen een front de Golf van Biskaje binnen. Op zich is het zeilen wel te doen, hoewel zeer vermoeiend, maar we zijn er huiverig voor om boot en materieel te zeer te belasten. Wat te doen? Naar de noordkust van Spanje? Naar Bordeaux? Dat is zelfs nog verder weg dan Brest. We zitten nog het dichtst bij La Coruna, slechts 134 mijl, (235 mijl afgelegd) nota bene! De slag naar oost, over stuurboord, is het rustigst, dan komen de golven wat meer langszij en niet direct van voren. We kunnen dan ook de motor uitzetten. We besluiten voorlopig over deze boeg te varen en houden vooralsnog vast aan ons oorspronkelijke plan, al duurt de tocht naar Brest waarschijnlijk twee keer zo lang. Om 20.00 uur trekt de lucht helemaal dicht. Geen mooie zonsondergang vandaag, ook dat nog. Pas in de loop van de nacht komt de maan door de wolken. Afgelegde afstand 157 mijl.

Woensdag 9 augustus

De helft van de tijd kunnen we ongeveer zonder motor zeilen. Soms lukt het niet, waarschijnlijk door een combinatie van windkracht en golven. Vanmiddag krimpt de wind, we kunnen aardig oploeven richting Brest. Het is mooi en zonnig. Net als we de rifs eruit gegooid hebben gaat het weer fors waaien, en de wind ruimt weer. Vanaf 23.00 uur is er straffe wind, tot 31 knopen schijnbaar (windkracht 6-7) met hele nare golven. Zeer vermoeiend. De boot houdt zich prima overigens en geeft ons een stabiel gevoel, ondanks dat het zo te keer gaat. Afgelegde afstand 155 mijl. Nog 123 mijl naar Brest.

Donderdag 10 augustus

Een zware nacht. Af en toe grote golven over de boot. Eén keer word ik kletsnat. We moeten veel meer opletten nu we maar één roer hebben en in een drukker gebied varen met vrachtverkeer, en zitten noodgedwongen dus ook veel meer buiten dan op onze vorige oversteken. Dat maakt de nacht erg lang. Binnen word je heen en weer geschud. Als ik om de tijd te doden toch wat op de laptop ga werken, word ik kotsmisselijk. Om 12 uur hebben we sinds maandag ruim 500 mijl afgelegd, dan is het nog 102 mijl naar Brest!!! Het wordt op zich weer een mooie zonnige dag, met veel wind en goede snelheid (7-8 knopen) en geleidelijk krimpt de wind weer meer naar noordwest. De middag is redelijk rustig. Omdat we nu zuidelijker uitkomen dan we oorspronkelijk gepland hadden, moeten we om Brest te bereiken door de Raz de Sein. Dat is een nauwe doorgang bij Douarnenez die flink kan spoken. We hebben geen info over de getijden hier en kunnen dus niet bepalen wat het goede moment is om door de Raz te gaan. Bestudering van de kaarten en van de North Biscay Pilot doet ons besluiten om koers te zetten naar Bénodet, waar we in een grote baai kunnen ankeren. Dat ligt ten zuiden van Brest, en is op dit moment bezeild. Afstand 28 mijl! Een heerlijk vooruitzicht. Daar kunnen we ons dan hopelijk voorzien van de benodigde informatie om onze tocht verantwoord voort te zetten. Tegen zessen is het weer gedaan met de rust: de wind neemt weer toe en de golven beuken. We moeten de stuurboordmotor nu voortdurend aan laten staan, want de boot houdt geen koers op deze golven. Zij draait regelmatig met de neus in de wind, zodat we stil komen te liggen. Zonder de motoren te starten kunnen we dan niet meer afvallen. Om 22.00 uur ontdekken we dat de hele stuurboord machinekamer vol rook staat!!! Het is er bloedheet, het stinkt naar rubber. Buiten brandt het temperatuur alarmlampje van de motor. De bilge, die vanmiddag nog kurkdroog was, ligt vol met olie-achtige vloeistof. Dat ziet er niet best uit. De bakboord motor die we nu aan moeten zetten, geeft minder voortstuwing, want we durven hem niet maximaal te belasten. Met 3-4 knopen snelheid (tegen de wind in nu) gaat het nog lang duren voor we in Bénodet zijn.

Vrijdag 11 augustus

De nacht is helder, veel licht van de maan, en gelukkig heel rustig weer. Kletsnat & koud. We tuigen af en tuffen langzaam op ons doel af. Tegen vijven in de ochtend zijn we in de baai. Het is er redelijk diep (9-10 m) om te ankeren, dus we gaan dicht naar de kant. Als we uiteindelijk liggen in 4-5 m diepte, ontdekt Huib op de kaart dat we in verboden gebied liggen, vlakbij de rivieringang. We gaan verliggen in dieper water. Als het later eb is, zien we dat onze eerste ankerplaats droog valt!!! We hadden dus ook nog ons stuurboord roer en de saildrives kunnen verspelen als Huib niet zo attent geweest was! Na het ontbijt gaat hij aan de slag met de stuurboord motor. Impeller, oliefilter en V-snaar vervangen, thermostaat getest, zeewaterfilter schoongemaakt, koelvloeistof & olie ververst. En dan de motor aan: hij doet het als een zonnetje! Een geweldig pak van ons hart! De oorzaak van het probleem is nu nog niet duidelijk, maar de motor is in elk geval niet aan gort gedraaid. Het feit dat het hoorbare alarm van beide motoren defect is, is ons toch bijna erg duur komen te staan. We hebben dit probleem met de stuurboord motor eerder gehad, in de Carieb. Maar omdat we daar lekker buiten zaten, zagen we het waarschuwingslampje aan gaan zodat we direct de motor konden uitzetten. Voorlopig hebben we onze portie spanning & avontuur wel weer gehad. We zijn blij dat we ‘Biskaje’ achter de rug hebben, zodat we de terugreis verder in dagtochten, op ons gemak, kunnen voltooien. Hoewel, in de Azoren gaf iemand ons de wijze raad: “a cruiser should make no plans and stick to that plan”. Dit motto lijkt ons wel op het lijf geschreven te zijn!

6 augustus

Sada, Galicië, Spanje

Onze oversteek van de Azoren naar Spanje is goed verlopen. We hadden steeds wind in de rug, wat een zeer comfortabel leven aan boord gaf. Het was vaak zo warm dat we in de kuip konden zonnen. Dat hadden we eerder nog niet meegemaakt (in de Carieb ga je niet voor je plezier in de zon liggen). Af en toe was er wel wat erg weinig wind, zodat we de motor moesten bijzetten. Prachtige windstille avonden gehad. Op de laatste avond op de Atlantische Oceaan heeft een grote groep dolfijnen urenlang een show voor ons opgevoerd rondom de boot. Enkelen zijn de hele nacht met ons mee gezwommen. We hebben ruim 1100 mijl gevaren, in 8 dagen. Op 31 juli kwamen we aan in La Coruna.

De tocht werd overschaduwd door het verlies van ons bakboord roer, op de zesde dag. Opnieuw is het afgebroken, op dezelfde plek als het vorige. De nieuwe roerkoning bleek niet stevig genoeg te zijn en was zelfs helemaal verbogen. Omdat we er niet veel vertrouwen in hadden dat er in La Coruna voldoende know how is om een nieuw roer te laten maken, hebben we daarvan afgezien. Men spreekt er überhaupt uitsluitend Spaans, dus iets gedetailleerd bespreken is niet mogelijk. La Coruna is een aardige, grote stad, mooie gebouwen, winkels en boulevards. We hebben er een paar dagen rondgekeken (ook weer es een museum voor schone kunsten bezocht) en zijn vervolgens vertrokken naar Sada. Dat ligt een paar mijl verderop, wat meer landinwaarts in de baai. Deze baaien of inhammen/fjorden, worden hier ‘Ria’ genoemd. Prachtig. We liggen hier in een gloednieuwe jachthaven, als enige buitenlander en verreweg de grootste boot. De Spanjaarden hebben allemaal een klein motorbootje, waar in het weekend de hele familie in wordt geladen, om te gaan zwemmen, picknicken enz. Erg gezellig hier. Van onze plannen om langs de Spaanse kust te hoppen hebben we afgezien. We willen liever zo gauw mogelijk de Golf van Biskaje oversteken, zodat we daarna lekker rustig op NL kunnen aan tuffen. Als het weer goed is, gaan we morgen (7 aug) aan die laatste oversteek, zo’n 350 mijl, beginnen.

22 juli

Horta, Faial

Inmiddels is het zomer geworden in de Azoren. Sinds begin juli is het warm en zonnig, hoewel de temperaturen het nog niet halen bij de hittegolf in NL. Op 28 juni is ons nieuwe roer geplaatst (zie vorig bericht). Het weekend er na hebben we meegedaan aan de jaarlijkse zeilwedstrijd van Faial naar Sao Jorge en weer terug. Ondanks onze handicap bij de start (we kregen ons anker niet los en waren een half uur te laat bij de start), zijn we eerste geworden. We hebben het imago van de catamaran op dit eiland flink verbeterd, door te laten zien dat we even hoog aan de wind konden varen als de monohulls. In Sao Jorge werden we onthaald op de lokale specialiteit ‘Sopa do Espirito Santo’ (soep van de Heilige Geest), een onaantrekkelijk uitziende soep met brood en soepbeenderen er in drijvend. De hortensia’s staan nu volop in bloei op Faial. Een schitterend gezicht, onafgebroken rijen van blauwe hagen. Faial heeft hieraan de bijnaam Ilha Azul (blauw eiland) te danken. We hebben Terceira bezocht, waar we in het hoofdstadje Angra do Heroismo geankerd hebben. Dit plaatsje is in 1980 door een aardbeving getroffen en nadien op de lijst van UNESCO wereld erfgoederen geplaatst. Het wordt in originele staat herbouwd. Het eiland heeft leuke dorpjes, wat levendiger dan op de andere eilanden. Graciosa, het volgende eiland waar we naar toe zijn gezeild is absoluut ontoeristisch. Er wordt nauwelijks Engels gesproken en het kostte ons de grootste moeite om een eetgelegenheid te vinden. Brood kopen is niet gelukt, dat hebben we zelf moeten bakken. Op alle zeiltochten hadden we prachtig weer, een lekker windje, niet al te veel golven. Zoals het hoort te zijn op vakantie. Helaas helaas hebben we tot nu toe in dit gebied nog geen enkele dolfijn of walvis gezien. Dat is echt uitzonderlijk, want die zijn hier volop. Overal worden zogenaamde whale and dolphin watch trips georganiseerd.

Morgen 23 juli vertrekken we naar Galicië, Noordwest Spanje. De trip is 940 zeemijl, we hopen er over een week te zijn.

28 juni

We zijn nog steeds in Horta, Faial. Met Irene en René die een weekje langs geweest zijn, hebben we de eilanden Faial, Pico en Sao Jorge bezichtigd. Zeer de moeite waard. Alle eilanden zijn verschillend, maar ze hebben veel groen, rust en veel bloemen gemeen. Op Pico is vroeger actieve walvisvangst geweest. Nu wordt daar vooral wijn verbouwd op lava velden, en kaas gemaakt. Faial is het eiland van de grote blauwe hortensia’s, die in de maand juli volop bloeien. Naar Sao Jorge zijn we gezeild. Toen we daar voor anker lagen, zagen we tot onze stomme verbazing (en grote schrik) dat het bakboordroer niet meer onder de boot hing! Onderweg verloren, zonder dat we het gemerkt hadden! Niets gehoord of gevoeld, nergens tegenaan gevaren. We waren erg benieuwd hoeveel en wat we er bij het zeilen van zouden merken. Gelukkig ligt Sao Jorge niet al te ver van Faial af en het weer was rustig. De boot bleek meer loefgierig te zijn dan voorheen, maar eigenlijk ging het verder wel. Navraag bij de Catana fabriek in Frankrijk leerde dat ze voor dit type schip geen (mallen van) roeren meer hadden. Ook geen tweedehands wrak waar een roer van af gehaald zou kunnen worden (van Catana bestaan geen wrakken). Ze adviseerden ons om het stuurboordroer er af te laten halen om als voorbeeld te dienen en een nieuw roer te laten maken. Tot onze grote opluchting bleek het niet nodig te zijn om voor deze operatie op de wal getakeld te worden. Niet alleen zagen we daar verschrikkelijk tegen op, maar bovendien is dat hier ook niet mogelijk, gezien onze grootte. Jean Pierre d’Hondt, een Belgische mecanicien die ook onze beide motoren al flink onder handen had gehad, bood aan om een nieuw roer te maken. Hij zou daar een week voor nodig hebben. Op een achternamiddag haalde hij het stuurboordroer er af, nam het mee naar huis voor een ontwerp en hing het een uurtje daarna met hulp van Huib weer onder de boot. Aan de bakboord kant bleek de roerkoning (de roestvrij stalen pijp waar het roerblad aan hangt), in het verloop binnen in de boot door midden gebroken te zijn. Het restant stak in de machinekamer netjes omhoog. Het is een raadsel hoe dat heeft kunnen gebeuren. Uit de roestvorming werd opgemaakt dat het een oude schade was. Terwijl ik dit verslag schrijf wordt het nieuwe roer geïnstalleerd.

Voor de zoveelste maal hebben we onze reisplannen aangepast: de komende weken blijven we in de Azoren rondzeilen, om te zien hoe roer en motoren zich houden. We willen nog graag naar Terceira en Sao Miguel, en als het even kan naar Flores. Alles hangt af van de wind. Eind juli gaan we de oversteek naar Noordwest Spanje maken. Inmiddels zijn bijna alle NL boten met wie we hier lagen, alweer weg. Iedereen die per schip Horta aandoet wordt geacht een aandenken op de kademuren achter te laten. Het brengt ongeluk als je dat niet doet. De hele haven is versierd met schilderingen, waar echte kunstwerken bij zijn. Er is een levendige ruilhandel in potten verf en kwasten. Ook wij hebben ons niet onbetuigd gelaten. Het is leuk om te doen, en geeft veel aanspraak want iedereen die langs loopt bemoeit zich er mee en maakt foto’s.

De Azoren zijn in NL vooral bekend van ‘het Azoren Hoog’. Zelf hadden wij daar de verwachting bij van strakblauwe lucht en warm weer. Niets is minder waar. Terwijl de barometer op 1030 hPa staat, is het hier grijs bewolkt, met regelmatig miezerregen, meestal vrij veel wind en matige temperatuur. De overgang vanuit de Caribbean is hiermee wel erg groot. Heel geleidelijk beginnen we weer enigszins te wennen aan het dragen van lange broeken, truien en vooral: schoenen. Zwemmen voor ons plezier is er niet meer bij. We gaan alleen nog maar het water in als dat nodig is voor roer of schroef.

De Oversteek

Van St Maarten naar de Azoren

 

Op woensdag 10 mei is het dan zover. We zijn klaar om te vertrekken van St Maarten. Uitgezwaaid door onze buren, de Engelse catamaran ‘Mind the Gap’ en de NL cat ‘ZeeVonk’ vertrekken we vanuit Simpson Bay, waar we inmiddels al weer twee weken liggen, naar Marigot, om water en diesel te tanken. Als we de Baie de Marigot uit willen varen wordt de lucht pikzwart en aan de horizon verschijnen twee waterhozen. We wachten nog maar een nacht. De volgende dag vroeg op pad, richting Bermuda. Omdat er voor de eerste dagen op dit traject weinig wind voorspeld is, hebben we besloten om eerst naar Anegada (British Virgin Islands) te gaan, daar enkele dagen te blijven en onze reis te vervolgen als volgende week de wind volgens voorspelling beter is. We hebben de wind in de rug en het is een uitgelezen dag voor de spinaker. Voor het eerst hebben we een wachtsysteem gemaakt voor de nacht: van 20.00 uur tot 8.00 uur wachten van drie uur, om de beurt. Ik begin om 20.00 uur. We laten de spi staan, het is zo rustig. Tegen negenen begint het aan de verre horizon te weerlichten. Sinds onze blikseminslag op Tobago, vorig jaar november, zijn we voor onweer erg beducht geworden. We hebben net alle elektronica weer op orde en we moeten er niet aan denken dat er opnieuw iets mee gebeurt. Onze tactiek bij onweer is, dat we de laptops en de handheld GPS in de oven (kooi van Faraday) zetten en alle antennes (VHF, RADAR, SSB radio) losmaken. Bovendien hangen we een laskabel als bliksemafleider aan de zijstag. Om 21.15 uur zet ik ook de instrumenten uit en stuur verder met de hand. Huib staat op half 10 alweer naast zijn kooi. De buien nemen toe om ons heen en komen dichterbij. We halen de spi weg en gaan verder op de motor. De hele nacht zigzaggen we over het water om bij de ergste buien weg te blijven. Midden in de nacht is er een zeer heftige bui vlak boven ons, met grote bliksemschichten en veel gedonder. Ik sta met de brandblusser in mijn hand klaar. Alles gaat gelukkig goed, we komen de volgende dag uitgeput aan op Anegada. Dit eiland wordt aan alle kanten omringd door uitgestrekte riffen; het is helemaal vlak. Moeilijk om er binnen te varen, we kunnen in eerste instantie de enkele rode en groene tonnen niet vinden. We ankeren in 1.30 meter (on)diep water. De volgende twee dagen blijven we daar, we wandelen en gaan per taxibusje naar Loblolly Beach aan de noordkant van het eiland. Een indrukwekkend zandstrand met riffen, waar het prachtig snorkelen is. Anegada is nog tamelijk ongerept, er woont een handjevol mensen, de kusten zijn niet bebouwd. Een heerlijke relaxte plek. Op maandag 15 mei zetten we koers naar Bermuda. Er staat een lekker oostzuidoosten windje. De volgende dag horen we op de radio dat er slecht weer met storm op komst is, waar we recht op af varen. Er zijn twee mogelijkheden om dit te omzeilen: snelheid halveren of koers verleggen. We kiezen voor het laatste en gaan naar het oosten, richting Azoren. Jammer dat we nu Bermuda moeten missen. De wind is inmiddels geruimd naar zuidoost, zodat we ook nu weer comfortabel 60° aan de wind kunnen zeilen. Dat gaat voorspoedig. Op woensdag 17 mei scheurt de top van de genua los van de ophanging aan de roller furler. De lus is kapot geschavield, blijkt als we het zeil naar beneden halen. Huib is een hele dag bezig om er een nieuwe lus aan te naaien. Zwaar werk, waarbij elk gat ‘voorgeboord’ moet worden met een priem. Intussen varen we zo’n beetje verder op het grootzeil. De swivel waar de genua weer aan vastgemaakt moet worden, hangt nog boven in de furler. Het lukt ons niet om het ding naar beneden te laten glijden. Dat betekent dat we, dat wil zeggen Huib want ik durf niet, de mast in zullen moeten om swivel en genuaval naar beneden te halen. Pas op vrijdagochtend zijn wind en zee rustig genoeg om dat te proberen. Langs de maststeps klimt Huib omhoog, gezekerd in de bootsmansstoel aan de kraanlijn. Af en toe wordt hij de lucht in gezwiept door een onverwachte golf. Een beetje deining beneden betekent toch al gauw een paar meter bewegingsuitslag boven in de mast, 18 meter boven de zeespiegel! Het kost veel kracht om de mast steeds goed vast te houden. Bovenin is alles nog goed intact, en met een flinke zet komt de swivel omlaag langs de furler. We hijsen de genua en genieten van de snelheidstoename (van 4,1 naar 7,3 knopen). Tegen het vallen van de avond zien we twee zeiltjes aan de horizon: dat blijken onze vrienden ‘Lady Jean’ en ‘Çatch 22’ te zijn! Zij zijn vanaf St Maarten op weg naar de Azoren. Hoewel verschillende schepen die we kennen dit traject varen, is het zeldzaam dat je elkaar ontmoet. We zijn ze al gauw voorbij. Zaterdag is een prachtige rustige zeildag, zondag miezerregent het. Dan moeten we voor het eerst enkele uren op de motor varen omdat er te weinig wind staat. Vanaf dinsdag 23 mei neemt de wind toe. Nog steeds zuidoost, nu 15-25 knopen (maximaal 6 Beaufort). We gaan als een speer door het water. Op aanraden van ‘Herb’, de Amerikaanse radio amateur die schepen op deze route van advies dient naar aanleiding van de weersverwachting, varen we voorlopig pal naar het oosten omdat er storm ten noorden van ons zit. De zee wordt geleidelijk aan steeds ‘knobbeliger’ en door onze snelheid resulteert dat in enorm gebonk tegen de onderkant van het bridgedeck. We strijken het grootzeil en varen enkele dagen alleen op de genua. Veel comfortabeler en we maken nog steeds goede voortgang. Door de harde wind is er een lijn in de schroef van de bakboordmotor gekomen. Huib gaat het water in om de lijn los te snijden. Valt nog niet mee om dicht bij de boot te blijven, door de golfslag en de stroming. Gelukkig hangt hij aan een lijn. De schroef draait nog wel, maar er staat weinig power meer op. We kunnen de bakboordmotor verder alleen nog maar gebruiken om stroom en water te maken. Met de stuurboordmotor moeten we manoeuvreren. Het wordt nu merkbaar kouder. Vanaf donderdag 25 mei is de lucht steeds bewolkt. Dat geeft problemen met de energiehuishouding, want we hebben zon nodig voor de zonnepanelen. De windgenerator staat wel 24 uur te loeien, maar die is lang niet zo efficiënt als zonne-energie. De autopilot staat de hele dag aan en dat kost veel stroom, dus af en toe moet de motor aan om de accu’s op te laden. Zonder dat we ons dit realiseerden zijn we twee tijdzônes gepasseerd. Om 18.00 uur is het al donker en tegen 3.00 uur ’s ochtends wordt het al weer licht. De avonden zijn stikdonker, want de maan komt pas laat op. Op 13 mei was het volle maan, dus toen was het zicht ’s nachts heel goed. Inmiddels is er nog maar een heel klein schijfje over. Zondag 28 mei regent het bijna 24 uur. Aanvankelijk staat er nog wind, we hijsen het grootzeil maar weer eens. ’s Avonds wordt het plotseling windstil. Vanaf dat moment moeten we op de motor varen. We willen persé vóór donderdag in Horta zijn, omdat Herb een ernstige depressie met stormverwachting heeft voorspeld ten westen van de Azoren. Maandag ontdekken we dat de stuurboordmotor tweemaal zoveel diesel verbruikt als we van tevoren hadden berekend. Daarmee halen we Horta niet. Dus we zetten de bakboordmotor weer aan (de motoren hebben elk een eigen dieseltank), die het warempel weer vrij goed blijkt te doen. Loopt bovendien veel zuiniger dan zijn stuurboord collega. Opluchting. Na 12 uur windstilte komt er weer wat wind, nu uit het noordwesten, zodat we kunnen motorsailen. Het is erg mooi op het water, een gladde zee en zon. Wel fris. Er drijven tientallen kwallen rond met een ‘zeiltje’ op hun rug, zogenaamde Portugese man-of-war. Dinsdag is een prachtige zeildag. We proberen te vissen, maar vangen niets. De wind draait naar noordnoordoost, wordt nu pal tegen. We liggen flink te schudden op de golven. Woensdag 31 mei is het windstil en om 12.15 uur hebben we plotseling land in zicht! Het is een hele mooie dag en heel kalmpjes tuffen we op de eilanden Faial en Pico aan. We koken een laatste maal op de oceaan, werpen weemoedige blikken achterom en gooien tenslotte om 19.30 uur ons anker uit in de haven van Horta, Faial. We zijn 16 dagen en 11 uur op zee geweest en hebben zo’n 2500 mijl afgelegd. We kunnen zeggen dat de reis prima is verlopen, met in het algemeen goede wind uit de goede hoek, mede dankzij de voortreffelijke weersinformatie waarover we beschikten.

8 mei

De Classic Sailing Yacht Regatta op Antigua was geweldig leuk. Juwelen van schepen, allemaal tiptop onderhouden en blinkend gepoetst. Er stond aardig wat wind, zodat de wedstrijden behoorlijk spectaculair waren. Er deed zelfs een Nederlandse houten kits mee, de Schorpioen, één van de ‘Vertrekkers 2005’. Op weg van Antigua naar St. Maarten hebben we voor het eerst onze gloednieuwe spinaker opgezet. We hadden hem zelf nog niet eens in volle glorie gezien. Onze snelheid verdubbelde direct, naar maximaal 10.8 knopen.

Op St. Maarten zijn we bezig aan de laatste voorbereidingen voor de oversteek. Zoals de plannen nu liggen, gaan we eerst naar Bermuda en vandaar naar de Azoren. Inmiddels heeft zich hier in de lagoon zo’n tiental NL boten verzameld, die allemaal gaan oversteken. Er is veel discussie over de route (via Bermuda of rechtstreeks naar de Azoren), alle voor en tegens worden afgewogen, het weer nauwkeurig geanalyseerd. We beschikken over een computerprogramma wat wind- en zee-gegevens van de afgelopen eeuw verwerkt in de route die je in programmeert. Uiteraard blijft de uiteindelijke route grotendeels afhankelijk van het actuele weer en de wind. We hebben de laatste maanden niet echt ‘gemiddeld’ weer ondervonden in de Caribbean, dus je kunt er lang en kort over praten, maar uiteindelijk moet je het gewoon afwachten. Gelukkig heeft Huib met heel veel geduld en studie de bediening van de SSB radio zo ver onder de knie gekregen dat we mooie weerkaartjes kunnen ontvangen en ook het fenomeen ‘Herb’ kunnen beluisteren. Herb is een Amerikaanse radioamateur die overstekers weersinformatie verschaft en adviezen geeft over de te varen route, gebaseerd op de laatste weersvoorspellingen.

Zodra de voorspellingen gunstig zijn, vertrekken we van St. Maarten.

We melden ons weer op Bermuda.

 

Huib & Maaike.

 

21 april

We zijn zo druk bezig geweest, dat de website even heeft moeten wachten. Vanaf de Grenadines zijn we in een aantal dagtochten teruggevaren naar St. Maarten. Op St. Vincent hebben we geankerd onder de Souffrière, een vulkaan die voor het laatst is uitgebarsten op goede vrijdag 13 april 1979 (nota bene Chris!). Op Montserrat is de vulkaan op dit moment actief: toen we daar in het donker langs voeren roken we een schroeilucht, woei de as in onze ogen en zat de hele boot onder fijn zwart stof. Op Dominica zijn we een paar dagen gebleven. Dat is een prachtig eiland, zeer vriendelijke mensen. Je kunt er met een gids mooie tours maken door het tropisch regenwoud.Er zijn veel riviertjes en watervallen. Dominica is een van de weinige caribische eilanden met een overvloed aan water. Alles groeit, bloeit en draagt vruchten. Bananen, mango’s, grapefruit, wat we tijdens de tour ook uitgedeeld kregen. Smaakt echt wel anders dan bij AH.

We hadden al enkele weken geleden vistuig gekocht, maar de drempel om het te gaan gebruiken was erg hoog. Toen we een keer met vrienden een tochtje op de Madeleine maakten, wilden zij graag vis eten. Zij zeilen al veel langer en zijn ervaren vissers. Ons tuig bleek prima te zijn, want binnen de kortste keren hing er een mooie makreel aan. Door rum in de kieuwen te gieten verlos je de vis snel uit zijn lijden. Het schoonmaken is nog even een handigheid, maar onze vrienden (beiden dierenarts) konden ook dat goed demonstreren. De grote barracuda die we daarna vingen moest terug, want die kan giftig zijn. De makreel smaakte prima! Inmiddels zijn we aardig selfsupporting geworden: we maken ons eigen water, onze yoghurt, bakken brood, vangen vis, eigen energievoorziening (zon & wind). Het recept om zelf kaas te maken moet ik nog uitproberen. Op St. Maarten was er weer werk aan de winkel. Er moest nog het één en ander geïnstalleerd en aangesloten worden en gerepareerd. Helaas is dat nu nog niet helemaal klaar. Nog steeds ontbreken onderdelen of registratiepapieren. Met Pasen en de week erna was alles dicht, reden om weer te vertrekken. Huib wilde altijd al graag naar Barbuda. Dat eiland wordt weinig bezocht, omdat het in het oosten ligt, waar meestal de wind vandaan komt. Nu kwam de wind uit het westen!! Zeer uitzonderlijk, maar wij kijken nergens meer van op. We hebben de kans gegrepen om naar Barbuda te varen. Barbuda is zo vlak dat je het pas op 5 mijl afstand ziet liggen. We lagen daar voor anker aan het mooiste witte zandstrand van de Carieb: 11 mijl onafgebroken strand, zonder bebouwing, hier en daar een palmboom. Een enkele boot voor anker. Stilte en turquoise glashelder water. Indrukwekkende weidsheid. Prachtig snorkelen op de vele rifs die het eiland omgeven. Weer heel andere koralen gezien dan de vorige keren. Ook een grote rog (manta). Met een gids hebben we een kolonie van Fregatvogels bezocht, gelegen in een gebied met ondiep water en mangrovebossen. Heeft wel wat weg van de Biesbosch of de Princenhof. Vandaar zijn we op de motoren naar Antigua gevaren, helaas geen wind. Onderweg weer gevist met onze handlijn en een kleine tonijn gevangen. Op Antigua is deze week de Classic Sailing Regatta, daar willen we nog wat van gaan zien. Vervolgens weer terug naar St. Maarten om hopelijk de laatste zaken af te ronden. Daarna hebben we echt geen gelegenheid meer om daar nog eens terug te komen. Dan wordt het geleidelijk tijd voor de OVERSTEEK.

Maaike.

21 maart

De lente is hier stoffig begonnen: sinds enkele dagen wordt het zicht hier op zee tot enkele mijlen beperkt door ‘African dust’, stof uit de Sahara, over de Atlantische oceaan aangevoerd. Alles zit onder een klein rood laagje en de lucht is niet helder. Zo krijgen we van alle continenten iets mee! We hebben een paar dagen in de Tobago Cays doorgebracht, voor ons het hoogtepunt van onze tocht door de Carieb. De TC worden gevormd door enkele zeer kleine, onbewoonde eilandjes, eigenlijk rotsblokken met een klein palmenstrandje, die in de oceaan geworpen liggen achter een groot rif. Achter dit rif, naar de vorm Horseshoe Reef genaamd, liggen ondieptes waar je kunt ankeren. Heel bijzonder, want met uitzicht op de hele Atlantische oceaan voor je. Onwaarschijnlijk helder water, in vele kleuren blauw en turquoise. Het snorkelen op het rif is adembenemend: een fantastische wereld van planten, rotsen, koraal en onnoemelijk veel vissen, in vele kleuren en grootten. Helaas hebben we geen onder-water-camera. De TC zijn een beschermd natuurgebied. Er komen bootjes met handelaars, zogenaamde vendors, uit de omringende eilanden, met versgevangen vis, brood, T-shirts. Bakker en slager aan de deur zogezegd. En allemaal ontzettend vriendelijk. Free Willie, van wie wij T-shirts kochten, vaart rond met de originele Friese vlag met pompeblaren! Met enige moeite maakten wij ons weer los van deze plek. We bezochten Union Island en Carriacou. Vooral dat laatste eiland was erg leuk en gemoedelijk. Daar hebben we rond gefietst, wat trouwens erg inspannend was. Weliswaar hadden we mountainbikes, maar bij een beetje helling moesten we naar boven lopen omdat we het zelfs in het kleinste verzet niet konden halen, en de meeste afdalingen moesten we ook weer lopend af, omdat we de remmen niet vertrouwden. Op Carriacou is Huib naar de locale kapper geweest. Die keek wel even op van zo’n haardos; informeerde hoe Huib het wilde hebben (gewoon een stukje eraf) en pakte toen rigoureus al zijn tondeuses. Wel nog veel meer opletten met verbranden nu! Nu zijn we weer terug op Bequia, onder andere om ons weer bij de douane af te melden (een ritueel wat we zoveel mogelijk proberen te vermijden), water te tanken, te mailen. Water en was worden hier door de firma Daffodil verzorgd. Je roept ze op met de marifoon en even later komt de laundryboot je was halen en aan het eind van de dag schoon, droog en gevouwen terugbrengen. De water/diesel boot komt naast je liggen om je tanks vol te gieten. Makkelijker kan het al niet! Ook hier word je ’s ochtends gewekt door een bescheiden ‘joehoe!’ (de bakker). De vorige keer dat we hier waren, zijn we naar Old Hegg Turtle Sanctuary geweest. Schildpadden worden hier in hun bestaan bedreigd. Daarom worden de babies, die net uit het ei zijn gekomen, gevangen en naar de opvang gebracht. Daar blijven ze 4 jaar, worden dan weer in de zee teruggezet. In de bassins bijten de dieren elkaar regelmatig, in nek en poten. Veel schildpadden zwemmen daar rond met een hap uit een van hun poten, of een bescherming om hun nek. Geeft mijns inziens wel te denken over de omstandigheden waaronder ze zo kunstmatig leven!

Morgen trekken we verder naar het noorden.

Maaike.

Bequia, 8 maart

Ons laatste bericht werd verstuurd vanuit Iles des Saintes, een mooi eiland waar we fijn gewandeld hebben. Vandaar zijn we via Dominica naar Martinique gezeild. Heftige tochten, want veel wind en veel buien. De 3 rifs bleven noodzakelijk. In Martinique hebben we 3 weken gelegen. Huib is een paar dagen naar NL geweest om onze nieuwe (eerste) kleinzoon te verwelkomen. Ik ben achtergebleven om Madeleine te bewaken. Met een vriend hebben we enkele reparaties uitgevoerd. Door onoplettendheid is daarbij de spinakerval in de mast klem komen te zitten. De beste rigger van de Carieb heeft veel moeite gedaan om de val weer vrij te krijgen, maar dat is niet gelukt, zodat hij uiteindelijk zo kort mogelijk is doorgesneden. Op Martinique hadden we een hartelijk weerzien met de Velvet, onze mede-bliksem-slachtoffers (zij hadden de ‘direct hit’). Vervolgens zijn we verder getrokken naar het zuiden, via St Lucia naar Bequia. Eindelijk zijn we dan in de Grenadines aangeland, die eigenlijk voor vorig najaar op het programma stonden. Dit is een groep kleinere eilanden, op korte dagtochten van elkaar gelegen, met bounty-achtige stranden en een relaxte sfeer. We wandelen hier wat rond, zwemmen en snorkelen, en voeren kleine klusjes uit aan de boot (komt nooit een eind aan). Bequia staat bekend om de bouw van modelboten. Twee families hebben daar hun beroep van gemaakt en vertellen er enthousiast over als je hun bedrijfje binnenstapt. De boten worden uit één blok hout gesneden en daarna opgebouwd. De meest populaire boot is de zogenaamde whaler, de walvisvaarder. Bequia is het enige eiland hier wat officieel walvissen mag vangen (4 per jaar), en dat doen ze in houten zeilboten (zonder hulpmotor) en met harpoens. Als de walvis gevangen is wordt snel de bek dicht gespietst, want als hij water begint te happen zinkt hij vóór hij aan wal gebracht kan worden. Met een groter, gemotoriseerd schip wordt de walvis naar een onbewoond eiland (Petit Nevis) gebracht, aan wal gesleept en daar gekaakt. In een aandoenlijk primitief museum hebben we daarvan foto’s en schilderijen gezien. Volgens kenners is walvisvlees het beste vlees van de wereld. De olie is overal goed voor en wordt veel gebruikt, maar wekt bij ons onsmakelijke herinneringen (levertraan in de wintermaanden). Inmiddels is het weer wat rustiger geworden, minder wind, zeker minder regen en buien. De lente breekt hier aan. De laatste mijlen hier naar Bequia toe konden we voor het eerst volgetuigd zeilen. Internetverbindingen zijn hier een tref; de hele week is de uitgaande mail hier al onmogelijk. We zullen zien wanneer dit verslag op de website komt. Tot de volgende keer!

Maaike.

 

Vrijdag 10 februari

We zijn nu ruim een week aan het zeilen. Wat een verademing na al dat werk! De nieuwe instrumenten werken prima. Vooral van de elektrische lier en de autopilot hebben we erg veel plezier. Het hijsen van het grootzeil is nu een fluitje van een cent geworden, terwijl het voorheen een mega krachtsinspanning was. We trekken in dagtochten van het ene eiland naar het andere. Voor de liefhebbers: via Ile Fourchue, St Barts, Nevis, Montserrat, Guadeloupe naar nu Iles des Saintes. De eilanden zijn stuk voor stuk prachtig, en erg verschillend. Veel groen (we weten nu waarom) en heel veel bloemen. Op Nevis hebben we een rondtoer gemaakt. Dat is een weinig toeristisch, vrij landelijk en authentiek Caribisch eiland. We hebben daar apen gezien. We wilden een hike maken, maar het goot de hele dag, zodat we ons uiteindelijk per taxi hebben laten vervoeren. Het weer valt tot nu toe tegen. We hebben elke dag wel regen; buien is nog tot daar aan toe, maar er zijn ook hele grijze dagen geweest. Er waait een stevige wind, in buien toenemend tot windkracht 6-7. Boot & bemanning houden zich daarbij prima, maar het is wel (in)spannend. We hadden niet verwacht dat we op dit traject onze ocean suits en zeillaarzen al nodig zouden hebben, maar we hadden het er niets te warm mee! Gister hebben we overnacht in een natuurgebied bij Guadeloupe, aan een mooring bij een onbewoond eiland, en bij het ontbijt zwom er een dolfijn om ons heen. Later op de dag kwamen 4 grote dolfijnen een tijdje met ons meezwemmen toen we aan het zeilen waren. Ze zwommen vlak voor de boot uit en sprongen links en rechts uit het water. Op diverse plaatsen hebben we gesnorkeld en prachtige vissen gezien.

Maandag 30 januari
We zijn voorlopig klaar met de reparaties! Een paar dingetjes komen later nog. Morgen gaan we weg van St Maarten, richting Martinique!!!
Zondag 22 januari

Zondag 22 januari

 

De mast staat er weer op! De kraanmachinist heeft afgelopen donderdag het enige uurtje dat het niet hard woei gegrepen om de mast op de boot te plaatsen. Het waait deze week verschrikkelijk hard, met enorme windvlagen en de voorspellingen zijn dat dat nog wel even aan houdt. Bij harde wind is het onmogelijk (en niet verzekerd) om zo’n 18 meter lang ding door de lucht te manoeuvreren. Dus dit keer hebben we mazzel gehad. De foto’s getuigen van het werkproces. Inmiddels zijn we weer wat verder gekomen met de installatie van de apparatuur; de zeilen zijn gereviseerd. We wachten op wat minder wind om ze te monteren. Dat is nog een zware klus. Vooral het grootzeil is loodzwaar. Dus misschien aan het eind van de week zeilen????

 

Maaike

Donderdag 12 januari

HET PROJEKT MAST

Vorige week woensdag (4jan) is de mast er af getakeld met een imposante kraan. Dat ging probleemloos. De rigger (dat is iemand die in masten en verstaging is gespecialiseerd), Patrick, heeft daarna alle steps eraf gehaald, zodat wij de mast gemakkelijk zouden kunnen verven. Steps zitten erop, zodat je 'naar boven kunt lopen' als dat nodig is op zee (en dat hebben we dus al nodig gehad). Aan steps herken je de oceaanzeiler. Andrew en zijn maat Francois hebben alle electrische bedrading vernieuwd, nieuwe navigatieverlichting geinstalleerd, een VHFantenne, een windmeter en een gigantische radome, de antenne voor de radar. Intussen heeft Huib een dag staan schuren, waarna we de meest kale plekken eerst nog in een extra laag primer (grondverf) hebben gezet, en vervolgens de hele mast zondag in de epoxy gezet. We waren zelf redelijk tevreden over het resultaat, maar Patrick vond het waardeloos: teveel strepen en hier en daar een druiper. Volgens mij zie je daar overigens niets van als de mast overeind staat. Maar goed, we moesten toch sowieso alles weer netjes afschuren voor de volgende laag erop kon. Dat hebben we maandag gedaan. Echt een hele dag met z'n tweeen staan schuren, afschuwelijk werk. Bovendien werd het weer erg slecht, zodat het letterlijk nat schuren werd. Enorme stortregens, zodat het terrein waar we werken veranderd is in een enorme modderpoel. Veel muggen ook, en de verhalen gaan dat hier vorig jaar mensen gestorven zijn aan dengue. Niet erg fijn dus. Dinsdag begon erg mooi, Patrick had ons geinstrueerd hoe we met speciale kwasten de (peperdure) verf er mooi op konden zetten. En dat lukte heel goed. Toen we bijna klaar waren met de hele mast, is het gaan regenen en stormen, en dat duurde 12 uur. Toen we de volgende dag terugkwamen was alles verpest, het leek wel een lepra-mast met overal bubbels. Weer een dag schuren dus!!! Er schijnt een depressie te zijn bij Florida, daarom hebben we hier slecht weer. Dat gaat nog een paar dagen duren. Omdat we met de mast nu niet verder kunnen, is Huib begonnen aan de giek. Schuren, plamuren, verven. Onze vingertoppen zijn helemaal kapot. Maar het resultaat wordt erg mooi, als we maar een etmaal droog weer hebben. Dat moet toch een keer lukken in the tropics zou je zeggen. De navigatie-instrumenten druppelen geleidelijk binnen en worden keurig geinstalleerd. Onze laptop vertoont kuren, zodat we voor de zekerheid maar een tweede besteld hebben. We zitten nu erg ver van internet af, zodat ik de laatste week niet heb kunnen mailen. Ik zit nu in het wificafe, maar het ophalen van mail is zojuist niet gelukt, waarschijnlijk vanwege de fotobestanden die Hans gestuurd heeft. Ik ga het straks nog eens proberen, maar weet dus dat ik sinds 4 jan geen mail gelezen/ontvangen heb. Morgen komt de surveyor uit Grenada nog een keer voor inspectie, nu om te kijken wat er met de mast gebeurd is. Wij maken het beiden goed, still going strong. Wegens tijdgebrek heb ik geen foto's voorbereid (verkleind) om nu op de website te zetten, maar dat zal ik beslist doen volgende week.

Maaike

   

 

 

Donderdag 29 december
Op dit moment liggen we aan een steiger voor het bedrijf van Andrew Rapley, die onze nieuwe instrumenten aan het installeren is. De hele boot ligt weer open en hij heeft al kilometers oude bedrading doorgeknipt en weggegooid. Iets waar Huib van droomde, maar niet durfde. Als je ergens een kastje opendoet gaapt je een kluwen spaghetti aan waar je nachtmerries van krijgt. Dat wordt nu allemaal gesaneerd. Natuurlijk zijn nog niet alle bestelde instrumenten binnengekomen, dus de klus is zeker niet af op 30 december, zoals Andrew's eerste planning was. Bovendien kan volgende week de mast er pas afgehaald worden. We hadden afgesproken dat dat vorige week, op 22 december zou gebeuren. We hadden ons gehaast om de zeilen en de giek er vantevoren af te halen, en toen we helemaal kaal bij het bedrijf voor de deur lagen meldden ze doodleuk dat er geen hijskraan ter beschikking was om de mast eraf te takelen. De concurrent is een fransman, die pas na 3 januari weer aan het werk gaat. Dus daar is het wachten nu op. De tijd die we met de familie hebben doorgebracht was erg gezellig. De eerste week woei het helaas erg hard, zodat we niet de geplande tochtjes konden (af)maken. Gelukkig wisten we toen nog niet wat ons met de masttop letterlijk boven het hoofd hing! De tweede week was het weer een stuk rustiger. Wel saai toen iedereen vlak voor de kerst weer vertrokken was. Wij hebben een paar rustige dagen gehad, waarin we (eindelijk) aan lezen toekwamen. Cecilia Bartoli met de Opera Proibita schallend over Simpson Bay Lagoon onder de tropische sterrenhemel is een bijzonder alternatief voor de white christmas waar we andere jaren altijd van droomden. Wat we met oudjaar gaan doen weten we nog niet. We wensen iedereen vanaf deze plek een goede jaarwisseling, een spetterend begin van 2006 en dat het nieuwe jaar mag brengen wat je ervan verwacht! 
Donderdag 15 december, St Maarten

We liggen nu alweer 2 weken in de Grote Baai van Philipsburg, hoofdstad van het Nederlandse deel van St Maarten, vóór het Great Bay Beach Resort, waar onze verschillende familieleden verblijven. Het weer is deze week prachtig, vorige week woei het erg hard en hadden we diverse heftige buien. Af en toe verhuizen we voor een paar dagen naar een andere baai, die dichter bij de werklui is, die reparaties moeten komen doen. Op maandag 5 december is een marine surveyor uit Grenada gekomen, in opdracht van onze verzekering, om de bliksemschade op te nemen. Het was een typische Engelsman met dito humor. Hij was ons welgezind, maar we rekenen niet op al teveel financiële ondersteuning van de verzekering. In elk geval konden we daarna onze koelkast laten maken, dat was wel een feest na 3 weken! We hebben nieuwe instrumenten uitgezocht en besteld. Volgens planning worden die tussen kerst en oud & nieuw geïnstalleerd. Gister is bij een zeiltochtje met de familie de masttop afgebroken. Plotseling kwam het grootzeil naar beneden. Wij reageerden natuurlijk zo onderkoeld mogelijk – er was ook bepaald geen reden voor paniek – maar toch heel vervelend, deze nieuwe schade. Oorzaak was de noodoplossing van de grootzeilval, die we buiten de mast om hadden geleid, waardoor de kracht op de masttop te groot werd. De surveyor had ons al geadviseerd om de mast te laten strijken en inspecteren op bliksemschade (dit heeft in principe daarmee niets te maken), maar wij zagen daar nogal tegen op, want dat is een flinke klus. Nu moeten we wel. Voordeel is dat alle lijnen die door de mast gaan nu geïnspecteerd kunnen worden en netjes op hun plek gelegd. Het betekent voor nu geen verder oponthoud. We hebben een auto gehuurd en maken tochtjes over het eiland. Mijn moeder & broer Hans hebben ons overladen met lekkers uit NL en zich doodgesjouwd aan alle spullen die ik ‘besteld’ had (fotoalbums, keukenspullen, fleece dekens, schoenen etc). Op 5 december hadden we een heus sinterklaasgedicht van Irene en René, speculaas van Huib’s moeder en chocoladeletters van Floor. Floor had ook al de nodige boeken en software-CD’s meegebracht. Broers Kees & Bryan hebben voor een kerstmannetje gezorgd en kerstkadoo’s. Onwezenlijk, kerst en oud & nieuw hier in de Carieb. Waarschijnlijk blijven we op St Maarten. Ik zal proberen weer foto’s te bewerken voor de website. Dat kan nu weer, nu Floor de software heeft meegebracht. Van Hans begreep ik, dat we de website voor de echte liefhebbers te weinig updaten, maar je kunt je niet voorstellen wat een onderneming het soms is om tot internet of email te geraken!

Maaike

Klik hier om alle logboeken te zien.
Laat zelf een berichtje achter (geen enter gebruiken):
Naam:
Bericht: